Recensie cd

 
Een overzicht van alle recensies vanaf 7 maart 2010, zoals besproken door Fons daamen (Moulin Blues). Klik op de betreffende link voor de tekst en hoes.

Meest actueel:

En vervolgens in chronologische volgorde terug in de tijd:

HAYES CARLL - ‘KMAG YOYO’


Hayes Carll, geboren in 1976 in The Woodlands, Texas werd, muzikaal gezien, beïnvloed door mensen als Guy Clarck, Bob Dylan en Townes van Zandt. Hij timmert al sinds 2002 stevig aan de weg om voet aan de grond te krijgen binnen de muziekscene. Voor zijn harde werken werd hij in 2008 beloond met een American Music Award.
‘KMAG YOYO’ lijkt op het eerste gezicht een vreemde titel, maar als je weet dat het staat voor Kiss My Ass; You Are On Your Own, dan wordt het al weer een beetje duidelijker.

Ga maar eerst luisteren naar : ‘GRAND PARADE’.

‘KMAG YOYO’ is het vierde album van Hayes Carll en het wordt nu al zijn beste tot nu genoemd. Het album verwijst naar de soldaten die actief zijn, of zijn geweest in Irak en Afghanistan. Deze landen worden dan ook enkele keren genoemd in zijn songs. Hayes Carll is eigenlijk de geboren verhalenverteller; die niet te beroerd is om zichzelf een spiegel voor te houden en daar met enig sarcasme over zingt. In zijn teksten komen onder andere de misstappen voor die hij in zijn jeugd heeft gemaakt en de lering die hij daaruit getrokken heeft.
Qua muziek leunt dit album wel een beetje op de muziek van de mid- zestiger jaren. Af en toe lijkt zelfs de ‘SUBTARRANIAN HOMESICK BLUES’ van Bob Dylan even om de hoek te komen kijken. Maar Carll is anderzijds ook wel een schrijver die door veel humor in zijn muziek te leggen risico’s durft te nemen in plaats van het kiezen voor de veilige weg.
Tot mijn favoriete nummers van het album behoren onder andere: ‘CHANCES ARE’ ; ‘THE LOVIN’ CUP’; ‘BOTTLE IN MY HAND’ en afsluiter ‘HIDE ME’ waarin de gospelklanken toch wel het kersje op de taart vormen.

Ongetwijfeld is er nog meer over het album te vertellen, maar waar het uiteindelijk om gaat en wat, na alles wat er te zeggen valt, alleen nog maar overblijft is de muziek zelf; en die kan alleen maar beluisterd worden. Dat is ook hetgeen ik iedereen wil aanraden. Luister naar deze muziek; spijt zul je er niet van krijgen.

Ik sluit af met: ‘HIDE ME’

RYAN ADAMS - ‘ASHES & FIRE’ (22-1-12)

Voor het eerst hoorde ik van Ryan Adams toen in 2000 het album ‘GOLD’ van hem verscheen. Uit de videoclip van de single ‘NEW YORK NEW YORK’ herinner ik me de skyline van deze stad die daarin te zien was. Het bleek dat de opnames voor die clip 4 dagen voor de aanslagen hadden plaatsgevonden hetgeen ervoor zorgde dat het zien van de clip een bizarre belevenis werd.
De jaren daarna mag wel van een stormachtige carrière gesproken worden. Aan de productiviteit van Ryan Adams heeft het in elk geval niet gelegen, want in 11 jaar tijd zorgde hij ervoor dat 13 albums het levenslicht zagen. Zijn allernieuwste loot is ‘ASHES & FIRE’ ; zijn eerste soloalbum dat verschijnt op zijn eigen label en wordt opgenomen onder productionele leiding van Glyn Johns, welke eerder heeft samengewerkt met o.a. The Beatles, Bob Dylan, The Who en the Stones.

Ga maar eerst luisteren naar : ‘DO I WANT’.

De muziek van Ryan Adams heeft in zijn 11 jarige carrière wat mij betreft het midden gehouden tussen rock-n roll en toch de echte singer-songwriter-muziek. Soms liet hij zich begeleiden door zijn band the Cardinals; dan weer was hij solo. Het leek wel of hij zelf zoekende was; Hij maakte vaak een onrustige indruk; Was onvoorspelbaar. Als je pech had werd een optreden al na 3 kwartier beëindigd, maar net zo goed kreeg hij het klaar om een meer dan 2 uur durende set af te werken. Twijfels over de mentale stabiliteit, al dan niet als gevolg van een wereld van drank en drugs, waren dan ook niet van de lucht.
Met ‘ASHES & FIRE’ lijkt alles echter weer ten goede gekeerd. De echte Ryan Adams lijkt weer te zijn opgestaan. De onrust en onvoorspelbaarheid zijn verdwenen. Bij nummers als: ‘COME HOME’; ‘INVISEBLE RIVERSIDE’ ; ‘SAVE ME’ en ‘KINDNESS’ is hij weer op dreef zoals ik hem het liefste hoor; melancholisch en met mooie melodieën, al dan niet met Norah Jones op de achtergrond.
Iemands loopbaan bevat naast hoogtepunten de nodige dieptepunten. Ook Ryan Adams ontkomt hier niet aan. Tussen de 13 albums die van hem zijn verschenen zitten mooie albums, maar dat zijn ze zeker niet allemaal. Met ‘ASHES & FIRE’ bewijst Adams echter weer eens welk talent hij is. Het is een mooi album; ontegenzeglijk een hoogtepunt.

Ik sluit af met: ‘INVISIBLE RIVERSIDE’

THE JAYHAWKS - ‘MOCKINGBIRD TIME’ (15-1-12)

Vraag de rechtgeaarde Jayhawks-fan naar zijn favoriete album en je krijgt met stip de namen van de volgende twee albums te horen. Allereerst ‘HOLLYWOOD TOWN HALL’ uit 1992 en daarnaast ‘TOMORROW THE GREEN GRASS’ uit 1995. Latere albums worden niet vaak genoemd. Voornaamste reden hiervan is wel het feit dat Mark Olson in 1995 de band verliet. Daarmee werd tevens de magie enigszins aan de band onttrokken. Gary Louris en de zijnen gingen nog wel verder maar het niveau van voorheen leek niet meer te worden gehaald. Wij zijn nu 16 jaar verder en Mark Olson, inmiddels gescheiden van zijn tweede vrouw, heeft zich weer bij zijn oude vrienden gevoegd. Deze hereniging wordt nu gevierd met een nieuw album ‘MOCKINGBIRD TIME’.

Ga hiervan maar eerst naar het titelnummer luisteren: ‘MOCKINGBIRD TIME’.

‘MOCKINGBIRD TIME’ is het achtste studioalbum van the Jayhawks. Gary Louris is de producer en dat is ook wel te horen. De countryrock vormt weliswaar nog wel de basis van de muziek, maar nummers richting popmuziek worden ook niet geschuwd. We hebben het dan weer wel over de betere popmuziek in de stijl van The Byrds, maar we horen vooral veel Beatles zoals in ‘HEY MR. MAN’; ’GUILDER ANNIE’ en het mooie ‘POURIN RAIN AT DAWN’.
Het is vooral de wisselwerking in de samenzang die het bij de muziek van the Jayhawks doet. De stemmen van Louris en Olson zijn wel heel verschillend van elkaar maar tegelijkertijd lijken ze ook voor elkaar gemaakt. Het geeft de muziek enige spanning mee hetgeen op het album het beste tot zijn recht komt bij de nummers ‘HIGH WATER BLUES’ en ‘CINNAMON LOVE’. Toch wel de nummers waarop de band zich helemaal laat gaan en ook de oorspronkelijke Jayhawkssound het beste te horen is.

Een hereniging wil niet per definitie zeggen dat het een succes wordt. Toch lijken the Jayhawks daar met ‘MOCKINGBIRD TIME’ zeker wel in geslaagd te zijn. In elke geval mag je zeggen dat er vrijwel geen slechte nummers op het album staan. Het heeft dan misschien een tijdje geduurd maar de echte fan weet voortaan wel een derde favoriete album te noemen.

Ik sluit af met: ‘CINNAMON LOVE’

 

DAWES - ‘NOTHING IS WRONG’ (8-11-2012)


Dawes is een rockband uit Los Angeles. Spil van de band wordt gevormd door de broers Taylor en Griffin Goldsmith. Oorspronkelijke was de bandnaam Simon Dawes, maar nadat toenmalig co-songwriter Blake Miles de band had verlaten en de postpunk sound werd verruild voor de folkrock werd ook gekozen voor de nieuwe naam: Dawes. ‘NOTHING IS WRONG’ is het tweede album van de band. Hun eerste album: ‘NORTH HILL’ werd opgenomen nadat de band voor het eerst was uitgenodigd voor een informele jamsessie waarbij ook Conor Oberst en Chris Robinson van The Black Crows aanwezig waren.

Ga eerst maar eens luisteren naar: ‘TIME SPENT IN LOS ANGELES’.

Met hun tweede album worden de geluiden dat de band de nieuwe fakkeldrager van de folkrock is, steeds groter. Of dat inderdaad zo is, mag misschien wel een beetje vroege constatering zijn; feit is echter wel dat Dawes alles daarvoor in zich heeft. De sound van Dawes bevat namelijk veel invloeden van bands als The Byrds en Crosby, Stills, Nash & Young; muziek die wordt gekenmerkt door sterke samenzang, krokant gitaarspel en liefst ook nog de tonen van een Hammondorgel. Er zijn genoeg in het oog springende songs van het album te noemen om dit te onderstrepen. Om er maar enkele te noemen: ‘TIME SPENT IN LOS ANGELES’; ‘IF I WANTED SOMEONE’, ‘FIRE AWAY’ waar overigens Jackson Browne als gastzanger op te horen is en hekkensluiter ‘A Little Bit of Everything’ ;een werkelijk bloedmooie song.

Hiermee is het nieuwe jaar voor mij weer goed begonnen; het is niet vaak dat je pareltjes als ‘NOTHING IS WRONG’ tegenkomt. Een erg mooi album; een absolute aanrader en zeker een album dat het verdient om onder de aandacht van een breed publiek te worden gebracht.

Mochten er nu al mensen zijn die niet kunnen wachten om Dawes live aan het werk te zien. In februari doen ze Nederland aan en staat een optreden in het Amsterdamse Paradiso gepland.

Ik sluit af met: ‘A LITLLE BIT OF EVERYTHING’

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 11-12-2011

KING MO - ‘KING OF THE TOWN’


Het kon dit jaar al niet meer stuk voor de mannen van King Mo. Door The Dutch Blues Foundation werden ze afgevaardigd naar Memphis en Berlijn om mee te dingen naar the Blues Challenge Award. Bij diezelfde Dutch Blues Foundation vielen ze nog meer in de prijzen; Sjors Nederlof werd uitgeroepen tot beste bluesgitarist en voorganger ‘SWEET DEVIL’ tot beste bluesalbum. Daarnaast tekende de band ook nog eens een platendeal bij CRS. En alsof dat allemaal nog niet genoeg is ligt daar nu het nieuwe album ‘KING OF THE TOWN’. Wel is het zo dat er nog een bezettingswisseling heeft plaatsgevonden, want Jules van Bussel heeft tijdens het opnemen van het nieuwe album het stokje als bassist overgedragen aan Roelof Klijn. Op het nieuwe album is Jules nog op een viertal nummers te horen op bas.

Ga eerst luisteren naar: ‘I WAS WRONG’.

Weliswaar maakt het hoesje melding van 10 titelnummers; in feite draait het echter om 9 tracks. Het eerste ‘JAPANESE ANALOG’ kan wat mij betreft niet als serieuze track worden meegeteld, want gedurende 18 seconden is er niet meer dan gekraak van een vinylalbum te horen. Nee……, dan de overige tracks, daar laten de mannen horen waar het werkelijk om gaat. Goede muziek; bluesmuziek welteverstaan van een goed op elkaar ingespeelde band met mooie, dragende zang van Phil Bee en bij tijden schitterend gitaarwerk van Sjors Nederlof; luister daarvoor vooral naar het ruim 7 minuten durende ‘200 MILES’ hetgeen even later nog eens dunnetjes wordt overgedaan in het ietsjes korter durende ‘200 MILES SLIGHT RETURN’. Een verwijzing naar klassieker ‘LITTLE WING’ ligt bij deze nummers ontegenzeglijk voor de hand, maar het doet geen afbreuk aan de kwaliteit van deze nummers en dat is per slot van rekening wat er het meeste toe doet. Overigens mag bij dit alles de ondersteuning op Hammond orgel door Colly Franssen niet worden vergeten.

Ook de andere nummers mogen er zijn; inclusief de covers te weten: Al Green’s ‘ I’M A RAM’ en Dave Specter’s ‘COMING HOME’. Een in de basis instrumentaal nummer dat voor de gelegenheid door Phil Bee van tekst is voorzien.

Kortom…. Met ‘KING OF THE TOWN’ laat King Mo een koninklijk visitekaartje achter waarmee nog maar eens wordt aangetoond dat de band absoluut tot de eredivisie van de Nederblues behoort.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 27-11-2011

PETER BEEKER & ONGENODE GASTE

Ongenode Gaste is een rockband, bestaat al sinds 2000 en speelt alleen maar eigen muziek. Bijzonder is verder dat de teksten die worden gezongen in het dialect zijn. Man van het eerste uur en tevens frontman van Ongenode Gaste is Peter Beeker. Door de jaren heen heeft hij de nodige bezettingswisselingen; het uitbrengen van drie eerdere cd’s en enkele ep’s meegemaakt. Daarnaast heeft hij ook nog een solo-album uitgebracht. In de palmares van Ongenode Gaste mag ook worden bijgeschreven dat ze ooit zelfs zijn uitgenodigd om de after show bij een optreden van The Black Crows in het Amsterdamse Paradiso te verzorgen.

Ga maar luisteren naar:: ‘ICH BIN BLIEJ DES SE D’R BIS’.

Een beetje onwennig ben ik wel aan dit verhaal begonnen, want het komt nu eenmaal niet vaak voor dat er een dialect-cd in de bespreking zit. En eerlijk gezegd heb ik ook wel wat vooroordelen aan de kant moeten zetten, want eigenlijk heb ik niet zoveel met dialect muziek.
Des te groter is dan ook de verbazing dat ik , achteraf gezien, wel positief gestemd ben over het album. Sterker ik ben aangenaam verrast. Het begint al meteen bij de opener ’DOOR UT STOF NEET MIER’ waarin duidelijk hoorbaar is dat de muziek van Ryan Adams gerekend mag worden als van invloed zijnde op die van Ongenode Gaste. En zo wordt ik door het album nog wel meer verrast. ‘ICH BIN BLIEJ DES SE D’R BIS’ ; alleen al de opbouw van het nummer , de ontlading aan het einde daarvan; hieruit valt duidelijk op te maken dat hier muzikanten in de weer zijn die weten waar ze mee bezig zijn. En zo kan ik nog wel even doorgaan. ‘RADIO-STILTE’; ‘NON- STOP’; ‘SYMPATHIE’; stuk voor stuk nummers die het predicaat rootsmuziek met gemak kunnen dragen. En alsof uiteindelijk de puzzel helemaal in elkaar lijkt te vallen, blijkt ook nog eens dat het feit dat er in het dialect wordt gezongen er opeens helemaal niet meer toe doet. Het gaat er tenslotte om wat er wordt verteld en dan kom je bij dezelfde, universele, onderwerpen uit zoals die in elke andere taal voorkomen: relaties waarin het goed gaat; relaties waarin het minder gaat, de liefde en liefde die voorbij is.
Achteraf ben ik dus blij met dit album kennis te hebben gemaakt. Ik hoop dat dit ook voor jullie gaat gelden.

Ik sluit af met: ‘FIEZE GRIEZE DAAG’

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 13-11-2011

JON AMOR BLUES GROUP - ‘JON AMOR BLUES GROUP.’
 

Het is een ietwat slungelachtige verschijning deze, als gitarist van The Hoax bekend geworden, Jon Amor. Hij is met een nieuw project begonnen, welk is voorzien van de niets aan de verbeelding overlatende naam Jon Amor Blues Group. Naast Jon bestaat deze band uit de broers Dave en Chris Doherty op respectievelijk gitaar en bas en Simon Small op drums.
Jon Amor heeft natuurlijk al diverse albums op zijn naam staan, in strikte zin kun je hier dus niet meer spreken van een debuutalbum, maar aangezien het een nieuw project is doen we dat toch maar. Een titel heeft het album verder niet meegekregen, alhoewel de punt achter de naam wel belangrijk is, volgens Jon.

Ga maar luisteren naar:: ‘REPEAT OFFENDER’.

Vanaf ‘HOLY WATER’ het eerste nummer van het 10-tracks tellende album gaat het er stevig aan toe. Jon heeft een rauwe stem die precies bij zijn muziek past. Zowel van zijn tijd bij The Hoax ( waar hij overigens ook nog regelmatig mee optreedt) als uit zijn solocarrière weten we dat hij goed met de gitaar overweg kan. In Dave Doherty heeft hij nu bovendien nog een kompaan gevonden waarmee hij regelmatig een gitaarduel kan aangaan.
Eigenlijk staan er geen slechte nummers op het album. Wat je hoort is wat je krijgt; groezelige bluesrock; hakkende gitaren en plezier in het maken van deze muziek. De invloeden van oude meesters als Muddy Waters en Howlin’ Wolf zijn goed te horen; echter ook van de nieuwere lichting blueshelden zoals Black Keys (luister maar eens naar ‘ANGEL IN A BLACK DRESS’) en Jon Spencer zijn invloeden waarneembaar.

Het nieuwe album is daarmee een echt album voor de liefhebber. Het is blues met ballen om het maar eens plat uit te drukken. En dan te bedenken dat er niet meer dan 8 dagen heeft geduurd om dit album op te nemen. Geen twijfel mogelijk dus.. Aanschaffen dit album, je krijgt er geen spijt van.

Ik sluit af met: ‘YOU KNOW IT’S ONLY LOVE’

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 6-11-2011

ERIC SARDINAS & BIG MOTOR - ‘STICKS & STONES’


Eric Sardinas, oorspronkelijk uit Fort Lauderdale maar tegenwoordig woonachtig in Los Angeles, groeide op met soul, gospel en rock ’n roll. Wij kennen hem als een bijzonder getalenteerd slide gitarist die ook nog eens behoorlijk met de dobro overweg kan en met tijden snoeiharde bluesrock maakt.
‘STICKS & STONES’ is zijn 6e album. De inspiratie voor het nieuwe album putte hij uit de vele optredens, die hij wereldwijd heeft; want optreden blijkt toch wel zijn passie te zijn; volgens eigen zeggen is dat ook één van de voornaamste redenen waarvoor hij ‘s morgens opstaat.

Ga maar luisteren naar:: ‘THROUGH THE THORNS’.

‘STICKS & STONES’ telt elf nummers en Sardinas weet er met behulp van zijn elektrische resonator de vaart behoorlijk in te houden. Bluesrock zoals die hoort te zijn met nummers als: ‘ROAD TO RUIN’; ‘FULL TILT MAMA’; ‘BURNIN’ SUGAR’ ,een nummer overigens dat zomaar op een Stones – album terug te vinden zou kunnen zijn, en ‘MAKE IT SHINE’. Het is maar goed dat er ook nog plaats is voor enkele rustmomenten op het album zoals dat het geval is bij het laatste nummer: ‘TOO MANY GHOSTS’.
Als ik op zoek ga naar het centrale thema van het album, dan kom ik uit bij de liefde in al zijn vormen. Dat kan zijn: de liefde tussen man en vrouw, maar ook zoals uit het openingsnummer ‘CHERRY WINE’ valt op te maken simpel de liefde voor het leven ; om daarvoor maar de eigen woorden van Sardinas te gebruiken: ‘Zest for life’.

Misschien is dit wel hetgeen wat Sardinas gemeen heeft met de klassieke blues en soulartiesten; songs schrijven over universele, alledaagse thema’s. Daarbij is het dan de kunst om een eigen manier te vinden om zich over die thema’s uit te drukken.
Dat laatste is Sardinas wel toevertrouwd. In elk geval levert hij daarvan op ‘STICKS & STONES’ het bewijs.

Ik sluit af met: ‘TOO MANY GHOSTS’

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 9-10-2011

DAVID GOGO - ‘SOUL - BENDER’

David Gogo is waarschijnlijk één van de meest aardige blues-artiesten van het moment. Hij is niet alleen aardig qua persoon; zo stilaan is hij inmiddels ook een gelouterd gitarist die met zijn solide gitaarspel de nodige prijzen in de wacht heeft weten te slepen. Dus wat dit betreft zit het allemaal wel goed bij deze uit Canada afkomstige gitarist.
‘SOUL – BENDER’ is alweer het 10e album van David Gogo.

Daarvan gaan jullie eerst luisteren naar: ‘TIME IS KILLING ME’.

Op het nieuwe album staan 10 nummers, die goed zijn voor een dikke 40 minuten muziek. 4 nummers zijn van eigen hand en de overige nummers zijn covers, zij het dat je eigenlijk niet meer van covers kunt speken want in de uitvoering van David Gogo hebben al deze nummers een ware metamorfose ondergaan.
Tussen de covers staan enkele opmerkelijke songs, zoals: ‘I FOUND A LOVE’ van Wilson Pickett of ‘THE CHANGELING’ van The Doors. Voor mij is echter is echter ‘THE WAY YOU MAKE ME FEEL’ van Michael Jackson het meest opmerkelijk. Hoe zeer Gogo ook heeft geprobeerd om dit nummer naar zijn eigen hand te zetten; het blijft voor mij een merkwaardige keuze en ik vind het nummer eigenlijk ook niet op het album thuishoren. Voor het overige staan er prima nummers op het album en heeft David Gogo er iets moois van gemaakt. Hij doet op het album waar hij goed in is en laat horen dat hij van verschillende markten thuis is, of het nu soul is, een gevoelige ballad of een potje stevige bluesrock.

Echter alle lofuitingen ten spijt, want ja….. David Gogo is een geweldig gitarist en dat hij ook best zijn eigen nummers kan schrijven hebben jullie zojuist al kunnen horen. ‘TIME IS KILLING ME’ is daar namelijk een uitstekend voorbeeld van.
Ik zal het echter blijven herhalen. Ik wacht nog steeds op een album van David Gogo met daarop alleen maar eigen geschreven nummers. Geen excuses in de zin van ‘beter goed gejat dan slecht gemaakt’. David Gogo is toch iemand van het kaliber die met eigen songs voor de dag moet komen. Hij heeft daar alles voor in zich.

Ik sluit af met: ‘GETTIN OLD’

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 25-9-2011

DAVID PHILIPS - ‘THE ROOFTOP RECORDINGS’

David Philips is een van oorsprong Britse singer songwriter, die echter al een aantal jaren Barcelona als domicilie gekozen heeft. Dat is ook de plaats waar hij zijn liedjes schrijft en waar hij met regelmaat op het dakterras gaat zitten spelen. Op die manier is ook zijn tweede album ‘The Rooftop Recordings‘ tot stand gekomen. In tegenstelling tot zijn debuutalbum waar hij nog ondersteuning kreeg van een aantal andere muzikanten heeft hij bij zijn nieuwe album alles alleen gedaan.

Ga maar eens luisteren naar: ‘YOU DON’T MAKE ME’.

Lef kan David Philips niet ontzegd worden, want ga er maar aan staan; Een heel album helemaal in je eentje, zichzelf begeleidend op gitaar en een enkele keer op de mondharmonica, volmaken. Daarbij heeft hij ook nog eens met zichzelf afgesproken dat alle liedjes er in 1 take op moesten komen, dus zonder de gebruikelijke opsmuk. Dit alles in overweging nemend mag het resultaat van deze dakterrassessie er best wezen. Zeker als je er voor in de stemming bent; dan luistert het album met tijden zelfs lekker weg; helemaal is dat het geval bij de mooiere songs zoals de nummers ‘South East Breeze’ en het prachtige ‘When I’m Drunk’.

Toch levert Philips met ‘The Rooftop Recordings’ ook het bewijs dat lef niet het enige is wat je nodig hebt om een goed album te maken. Het is ook nodig om de aandacht van degene die luistert vast te houden en dat is nou net waar het bij dit album soms aan ontbreekt. Ondanks een aantal mooie nummers op het album staan er ook een aantal nummers tussen waarbij het niet echt lukt om oplettend te blijven; dat zijn ook de momenten waarop het album een beetje begint te vervelen.

Desalniettemin moet van Philips worden gezegd dat hij een goed gitarist is met een aangenaam warme stem. Nu alleen nog een beetje variatie in het geheel en volgens mij komt het dan helemaal goed.

Ik sluit af met: ‘WHEN I’M DRUNK’

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 18-9-2011

GRAYSON CAPPS – THE LOST CAUSE MINSTRELS
Al enkele malen heb ik een optreden van Grayson Capps mogen meemaken. Telkens heb ik dit als een waar genoegen ervaren. Net zoals zijn albums waren de optredens verfrissend. Naast het gegeven dat hij een goed songschrijver, maar ook entertainer en rasverteller is, heeft de man ook nog eens een uitstraling die hem tot een innemend persoon maken.
Voor zijn nieuwe album heeft hij een nieuwe band om zich heen geformeerd die zich The Lost Cause Minstrels noemen.

Luister maar eens naar: ‘JANE’S ALLEY BLUES’.

Het nieuwe album heeft voor mij twee kanten. De ene kant is die van de liefhebber van rootsmuziek; waardoor ik me heb verheugd op het nieuwe album. Grayson Capps heeft in bijna alle muzikale centra van Amerika die ertoe doen gewoond. Getuige de diversiteit aan americanasongs lijkt het wel of hij je mee wil nemen langs de diverse plaatsen waar hij ooit heeft gewoond en de invloeden die hij daar heeft opgedaan. Het begint al meteen met opener ‘HIGHWAY 42’ waarin de invloeden van Nashville Tennessee, waar hij tot vorig jaar nog woonde, duidelijk merkbaar zijn. ‘COCONUT MOONSHINE’ en ‘OL’SLAC’ kunnen wat dat betreft verwijzen naar de periode dat hij in New Orleans woonde. Echter dat is niet alles Capps laat daarnaast ook nog eens zijn muzikaliteit zien met het balladachtige ‘CHIEF SEATTLE’ en het gospelgetinte ‘YES YOU ARE’.

Aan de andere kant moet ik bekennen het nieuwe album minder spannend te ervaren dan bij zijn vorige albums het geval was en de vraag of dit album de competitie met zijn eerdere albums aan kan gaan, heeft zich ook al bij mij aangediend. Of het mogelijk te maken heeft met het wegebben van het verrassingseffect ?????..... Ik weet het niet.
Echter om nu te zeggen dat het nieuwe album van Grayson Capps een matig album is gaat me ook weer te ver. Het album is zeker een aanrader. Het plezier in het maken van muziek, maar ook de afzonderlijke songs maken het album alleszins de moeite waard.

Ik sluit af met: ‘PARIS, FRANCE’

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 10-7-2011 (laatste bespreking voor de zomervakantie. Eerstvolgende is op 28 augustus)

IAN SIEGAL AND THE YOUNGEST SONS - ‘THE SKINNY’

Voor zijn nieuwe album ‘The Skinny’ heeft Ian Siegal een reis naar de North Mississippi Hill Country gemaakt. Siegal trof daar The Youngest Sons, oftewel Garry Burnside (jongste zoon van R.L. Burnside), Robert Kimbrough (jongste zoon van Junior Kimbrough), Rodd Bland (jongste zoon van Bobby Blue Bland) en Cody Dickinson (North Mississippi All Stars en zoon van Memphis producer Jim Dickinson). In hun Zebra Ranch in Coldwater werden 11 songs opgenomen. En alsof de eerdergenoemde Youngest Sons nog niet genoeg waren kwamen ook nog eens Alvin Youngblood Hart, Andre Turner en Duwayne Burnside even langs om mee te spelen op het album.

Ga maar luisteren naar: ‘THE SKINNY’.


We kennen Ian Siegal natuurlijk als een erg veelzijdige bluesmuzikant, die altijd openstaat voor nieuwe invloeden, die hij vervolgens ook snel onder de knie heeft. Op dit album is dat niet anders.
De elf nummers zijn deels van eigen hand en deels cover. Zijn blues klinkt dit keer erg traditioneel. Opener The Skinny is een prima begin van het album: lekker opzwepend. De muziekstijl op het album wordt gekenmerkt door een beperkt aantal akkoorden; beperkte akkoordwisselingen en de aanwezigheid van een voortstuwend ritme oftewel de ‘hill country blues’ zoals we die ook kennen van o.a. The North Mississippi All Stars.
Er staan heel mooie nummers op het album; bijvoorbeeld Stud Spider, een nummer dat bekend is gemaakt door de koning van de swamprock, Tony Joe White. Alleen heeft het in deze versie iets meer tempo. Een mooie verrassing op Devils In The Detail is de dwarsfluit. Moonshine Minnie is heerlijk funky en soulvol, doet zelfs even denken aan Mustang Sally. En afsluiter Hopper (Blues For Dennis) is een prachtige ‘bluesrock-hommage’ aan de acteur.
Eigenlijk weten we het wel; een kleurrijker bluesartiest is nauwelijks te vinden. Siegal staat komende zomer weer op vrijwel alle festivals. Je moet hem daar gaan zien natuurlijk, want het blijft een ervaring hem aan het werk te zien.
 

Ik sluit af met: ‘MOONSHINE MINNIE’, maar niet na jullie allemaal een prettige vakantie te hebben gewenst.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 3-7-2011

ISRAEL NASH GRIPKA - ‘BARN DOORS AND CONCRETE FLOORS’


Israel Nash Gripka die opgroeide in de Ozark Mountains van Missouri, maar tegenwoordig in New York woont, debuteerde al in 2009 met het album ‘NEW YORK TOWN’. Met dat album deed hij een poging om het americana gevoel over te brengen naar het leven in het drukke New York. Getuige de lovende kritieken die hij over dat album ontving mag je veronderstellen dat hij in die opzet is geslaagd.
Voor zijn nieuwe album ‘BARN DOORS AND CONCRETE FLOORS’ heeft hij weer eens anders aangepakt. Omdat hij een hekel heeft aan opnamestudio’s werd voor de verandering de apparatuur maar eens verhuist naar een schuur waar min of meer in de buitenlucht met een aantal vrienden, waaronder ook Sonic Youth drummer Steve Shelly, 11 nummers werden opgenomen.

Ga maar eens luistern naar: ‘LOUISIANA’.

Het verhaal wil dat de keuze om in een schuur op te gaan nemen gemaakt is na het nuttigen van veel bier. Spijt hoeft Gripka daar eigenlijk niet van te hebben. De 11 nummers op het album staan in elk geval garant voor 50 minuten topmuziek. Al vanaf het eerste nummer ‘FOOLS GOLD’ word je als luisteraar al helemaal ingepakt door een scheurende mondharmonica en Gripka’s geweldige stem. De nummers op het album gaan over verlies en liefde en het hoofd boven water proberen te houden. De stijl is te vergelijken met het vroegere werk van Neil Young, maar ook met dat van the Band en the Stones.
Zoekend naar de overeenkomsten van de nummers op het album, mag je stellen dat ze allemaal erg aanstekelijk zijn. Na een paar keer draaien zitten ze in je hoofd en komen daar niet meer uit.

‘BARN DOORS AND CONCRETE FLOORS’ is weer eens zo’n album waarbij je de muziek zelf het woord moet laten doen en waar eigenlijk niet teveel over gezegd moet worden. Dat heeft dit album namelijk helemaal niet nodig.

Ik sluit af met: ‘RED DRESS’

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 26-6-2011

SHINER TWINS - ‘FOUR SOULS ONE HEART’


Eigenlijk hebben, als het goed is, The Shiner Twins geen nadere toelichting nodig; Richard van Bergen en Jack Hustinx zijn onlangs nog in de studio geweest en hebben daar het hele verhaal over het tot stand komen van hun nieuwe album uit de doeken gedaan. Maar voor diegenen die iets gemist hebben: in 2006 verscheen hun eerste album ‘ALL IN STORE’; in 2008 gevolgd door ‘SOUTHERN BELLES’ . Hun nieuwe album heet ‘FOUR SOULS ONE HEART’. Heel wrang is dat het nieuwe album wordt overschaduwd door een tragische gebeurtenis, want tussen het opnemen en uitkomen van het nieuwe album overleed Dick Wagensveld, de bassist van de band, tijdens een optreden. Hoe erg kun je het hebben.

Ga maar luisteren naar: ’THE LAST TIME’.

Het album dat deels is opgenomen in de studio van Willie Nelson in Texas; bevat gastoptredens van Malford Milligan; de Texaanse gospelangeressen Glenda Dotson en Sheree Smith; JW Roy; Roel Spanjers en Gait Klein Kromhof. De 13 nummers die er op staan zijn voor het merendeel geschreven door Richard van Bergen en Jack Hustinx. Een beetje bizar is het wel om te horen dat er nogal wat songs op het album staan die gaan over afscheid nemen; dit geeft het album toch wel een zekere lading mee.
Met ‘FOUR SOULS ONE HEART’ maken The Shiner Twins hun reputatie, als de nummer 1 - Americana band van Nederland, en wellicht zelfs van Europa, weer helemaal waar. De variatie aan stijlen op het album; het ingetogen ‘MY FATHER’S EYES’ de Tex Mex bij ‘DRIFTIN’’ het rockende ‘MET AN ANGEL’ en uiteindelijk het bijzonder mooie ‘FIND YOUR WAY HOME’. Dit alles aangevuld met de bijdragen van de reeds eerder genoemde artiesten en je hebt een werkelijk prachtig album.
Mocht het allemaal kloppen wat er over het hiernamaals verteld wordt dan kan het niet anders of Dick Wagensveld zit daar met gepaste trots instemmend te knikken over alles wat er hier beneden allemaal rondom ‘FOUR SOULS ONE HEART’ gebeurt.

Ik sluit af met: ‘MET AN ANGEL’

OUTLAWS - ‘DEMOS’


De Southern Rock deed het met name in de zeventiger jaren erg goed. Nog steeds zijn er bands uit die tijd die zo nu en dan een nieuwe cd op de markt brengen. De eerlijkheid gebiedt echter te zeggen dat vaak blijkt dat de muziek niet meer is wat het ooit was; het lijkt wel of het vuur uit hun muziek is verdwenen. Natuurlijk heeft dat te maken met de tand des tijds. De combinatie van een vaak ongezonde leefstijl met het ouder worden laat zijn sporen na en heeft ervoor gezorgd dat er nogal wat mensen uit de Southern Rock –scene ons zijn ontvallen.
Bij The Outlaws is dat niet anders. Van de oorspronkelijke vijfkoppige band zijn enkel nog Henry Paul en Monte Yoho in leven. Hughie Thomasson, de oorspronkelijke frontman van de band, is in 2007 overleden. Twee jaar eerder al voorafgegaan door de andere twee leden: Frank O’Keefe en Billy Jones.

Ga maar eerst luisteren naar: ’TOMORROW’S ANOTHER DAY’.

Het heeft lang geduurd alvorens er weer eens een cd van the Outlaws verscheen. Het werd wel regelmatig aangekondigd maar de twijfel of het ooit nog eens ging gebeuren begon toch al terrein te winnen. Het nieuwe album kreeg de titel ‘DEMOS’ mee. Een titel die ik niet echt bij het album vind passen, want ik heb toch sterk de indruk dat het hier gaat om iets meer dan demos. Een goede productie en uitgebalanceerde songs, maken in elk geval dat er wel heel acceptabele muziek op het album staat. Ik hoop dat met de keuze van de songs voor deze recensie te kunnen bewijzen. Met tijden proef je weer de sfeer van de vroegere Outlaws ten tijde van ‘HURRY SUNDOWN’. Net als toen zijn ook nu weer melodieuze songs tussen country en southern-rock geweld verborgen. Natuurlijk voorzien van de het genre kenmerkende gitaarsoli en de mooie samenzangen.

‘DEMOS’ hoort daarom gewoon in de verzameling van elke Southern rock fan te worden opgenomen. The Outlaws hebben het vuurtje onder de Southern Rock weer eens aangewakkerd. Het album wordt afgesloten met een aantal nummers waarvan de titels alleszeggend zijn. Wat te denken van: ‘THE GOOD OLD DAYS’; ‘CAN’T BREAK ME’; ‘IT’S ABOUT PRIDE’; waardige afsluiters van een mooi album.

Ik sluit af met: ‘TRAIN’ .

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 12-6-2011

ROBYN LUDWICK - ‘OUT OF THESE BLUES’

De uit Bandera, Texas afkomstige Robyn Ludwick mag zich in een toenemende belangstelling verheugen. Kreeg haar debuutalbum ‘FOR SO LONG’ uit 2005 nog maar nauwelijks aandacht. Bij haar tweede album ‘TOO MUCH DESIRE’ uit 2008 kon daar al enige verandering in waargenomen worden en het ziet er naar uit dat met het uitkomen van haar nieuwe album ‘OUT OF THESE BLUES’ , mede ondersteunt door een optreden tijdens het Blue Highways Festival, de volgende stap gezet kan worden.

Ga maar eens luisteren naar: ’NEW ORLEANS’.

Een groot aandeel in die stap komt voor rekening van Gurf Morlix. Hij is het die als producer werd aangetrokken; maar hij is tevens op het album te horen met allerlei gitaarspel en op toetsen. Daarnaast is het natuurlijk Robyn Ludwick zelf die hier de lofuitingen in ontvangst mag nemen. Zij heeft de 12 songs voor het nieuwe album, met een totale speelduur van ruim 50 minuten, zelf geschreven. De nummers zijn nogal persoonlijk van aard en daarmee ook vol emotie. Het is verbazingwekkend in welk tranendal Robyn Ludwick moet hebben gezeten, want vrijwel alle nummers beschrijven de ellende die ze heeft meegemaakt. Het is maar goed dat er desondanks ook ruimte is voor het nodige optimisme.
Met name de songs met sobere begeleiding en het meeslepende stemgeluid van Ludwick doen het het beste op het album. Luister hiervoor maar eens naar; ‘HILLBILLY’ en ‘I AM’.

Na haar vorige albums werd Ludwick al omschreven als een groeibriljantje. Met het nieuwe album mag gerust gesteld worden dat deze groeibriljant zo stilaan tot een zeldzame diamant verworden is, die zich zonder moeite mag scharen op het erepodium naast iemand als Lucinda Williams. ‘OUT OF THESE BLUES’ is gewoon een uitmuntend album. De luisteraar zal zich niet alleen in de teksten kunnen herkennen, maar ook met genoegen naar de muziek kunnen luisteren.

Ik sluit af met: ‘SOMEDAY’ .

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 5-6-2011

CAM PENNER - ‘GYPSY SUMMER’


In 2009 was mijn eerste kennismaking met de in Canada geboren en getogen Cam Penner. Toen besprak ik zijn cd ‘Trouble and Mercy’ in de recensie. Penner die op zijn negentiende Canada voor Chicago verruilde alwaar hij in een gaarkeuken en in een tehuis voor vrouwen heeft gewerkt; en weer terug in Canada nog eens dertien jaar in de daklozenopvang heeft gewerkt. Daar kwamen ook zijn eerdere albums tot stand, want al eerder verschenen ’Get Up’ (2004); ‘Felt Like A Sunday Night’ (2006) en het zojuist al genoemde ‘Trouble And Mercy’ (2009).

Ga maar eens luisteren naar: ’GHOST CAR’.

De eerste kennismaking destijds was helemaal geen onprettige en met ‘GYPSY SUMMER’, het nieuwe album wordt dat beeld eigenlijk alleen maar bevestigd; sterker nog het heeft de ontwikkeling die Penner heeft gemaakt nog maar eens verduidelijkt. Het album bevat 11 nummers; allemaal door Penner zelf geschreven, maar dat niet alleen. Penner blijkt ook nog eens Multi-instrumentalist te zijn. Op zijn nieuwe album is hij verantwoordelijk voor akoestische en elektrische gitaar, alsook de toetsen en percussie. Dit alles wil niet zeggen dat hij op dit album alles zelf heeft gedaan, want hij heeft zich weten te omringen met een heuse band.
Wat verder opvalt is dat het album niet de traditionele wetten van de Americana volgt. Penner heeft er geen moeite mee om nuances aan te brengen. Die nuances kunnen heel divers zijn, variërend van wisselingen in ritme; de gebruikmaking van instrumenten; toevoeging van effecten zoals echo, volume en loopjes of omdat nummers niet standaard rootsy zijn. Nummers van het album die het vermelden meer dan waard zijn en illustreren wat hiervoor al gezegd is, mogen: ‘COOL COOL NIGHTS’; ‘FLESH AND BONE’; ‘THROW YOUR HANDS UP’ genoemd worden.
Voor de insiders is Cam Penner een gevestigde naam. Over optredens heeft hij ook geen klagen; want die liggen toch wel rond de 300 per jaar. Nu de volgende stap; het bereiken van het grote publiek. Je mag hopen dat dit met nieuwe album gaat lukken. Ik zal het blijven volgen.

Ik sluit af met: ‘MY LOVER & I’ .

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 29-5-2011

THE WYNNTOWN MARSHALS - ‘WESTERNER’


Iedereen die, tot nu toe, iets over het debuutalbum van The Wynntown Marshals wist te vertellen heeft het over deze band als de nieuwe Jayhawks. Als meest opmerkelijke feit wordt nog genoemd dat de band afkomstig is uit Schotland en niet zoals je zou vermoeden uit Amerika; daarmee de band ook maar meteen bombarderend tot beste Europese americanaband van het moment.
In Nederland heeft het even geduurd alvorens men deze band in de gaten kreeg, want pas in een later stadium is het album ‘WESTERNER’ hier uitgebracht. The Wynntown Marshals bestaan uit 5 personen; maar het is toch zanger Keith Benzie die als belangrijkste wordt gezien. Hij is het die het merendeel van het 11 nummers tellende album geschreven heeft.

Ga maar eens luisteren naar: ’48 HOURS’.

Vergelijkingen met de Jayhawks zijn wel begrijpelijk gezien het mooie gitaarspel en de nadrukkelijke aanwezigheid van de pedal steel. Echter de typisch kenmerkende samenzang van the Jayhawks kom je op dit album niet tegen. En eigenlijk is dat ook maar goed want het geeft aan dat The Wynntown Marshals voldoende eigenheid bezitten. Iedereen die Drive - By Truckers, Wilco en zelfs Neil Young een warm hart toedraagt komt bij dit album voldoende aan zijn trekken. Americana, maar meer nog country rock in de zuiverste vorm; zo is de muziek op het album het beste te omschrijven. De stem van Keith Benzie is bovendien nog iets rauwer dan die van Marc Olson hetgeen alleen maar meer voeding geeft aan de associaties met veel Schotse whiskey.
Het hele album is een mooie combinatie van country en rocksongs. Dat ze ook de ‘gevoelige’ snaren weten te raken bewijzen ze met nummers als ’THUNDER IN THE VALLEY’ en het instrumentale ‘EL PRADO’.
Ik kan me alleen maar aansluiten bij wat anderen al over deze band hebben gezegd. De cd zit al een hele week in de speler en ik weet zeker dat ik deze de komende tijd nog met grote regelmaat zal draaien. Alleen al het feit dat we hier pas met een debuutalbum te maken hebben stemt me vrolijk; Dit belooft nog veel voor de toekomst.

Ik sluit af met: ‘TWO’S COMPANY’ .

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 22-5-2011

RYAN ADAMS & THE CARDINALS - ‘III / IV’


David Ryan Adams’ carrière begon als voorman van de band Whiskeytown, om vervolgens solo zijn weg te gaan volgen. Tijdens zijn loopbaan zijn al veelvuldig de vergelijkingen met Gram Parsons en Kurt Cobain gemaakt, maar ook de naam van Neil Young wordt in dat verband vaak gemoemd. ‘III / IV’ is een dubbelaar waarvan de opnames al in 2006 plaatsvonden in de Electric Landlady Studios in NYC. Het was tevens het moment waarop er sprake was van een keerpunt in de samenstelling van de band. Voor het laatst zou Catherine Popper de baspartijen voor de band verzorgen en Neal Casal zou voor het eerst met zang en gitaar de band komen versterken.

Ga maar eens luisteren naar: ‘THE CHRYSTAL SKULL’.

Het constante veranderen is wel zo’n beetje het kenmerk van de band geworden. Of het nu gaat om de muziekstijl, de bandleden zelf of andere gewoontes van de band. Ryan Adams & The Cardinals weten als geen ander om de luisteraar op het verkeerde been te zetten. Het maakt ook duidelijk dat Adams en zijn companen maar moeilijk in een hokje te stoppen zijn. Daaraan zal ongetwijfeld de enorme productiviteit die Ryan Adams aan de dag legt mede debet zijn. Van zijn hand zijn inmiddels al veel cd’s op de markt verschenen. Lang niet allemaal zijn deze goed ontvangen. Ook dit album deed mij aanvankelijk de wenkbrauwen fronsen. Weer staat er muziek op die ik niet meteen verwachtte. En ik moet zeggen dat ik nog steeds enigszins in vertwijfeling ben. Van alles heb ik geprobeerd ; zacht afspelen; op verschillende tijdstippen van de dag afspelen en ook hard afspelen. Dit laatste is overigens een nuttige tip. Het maakt eigenlijk dat ik gematigd positief over dit album kan vertellen, ondanks het feit dat het absolute powerpop is, wat er op het album te horen is (een stijl die me niet bijzonder aanspreekt); zijn de songs vrijwel allemaal goed te noemen. Dat wil zeggen het luistert gewoon lekker weg. Daarnaast is ook duidelijk dat de band absoluut plezier heeft in hetgeen men mee bezig is. Wat wil een mens nog meer??
Dat zal ik vertellen; persoonlijk zou ik het liefste zien dat Adams bij een volgend album toch iets meer gaat teruggrijpen naar de muziek die hij maakte op zijn debuutalbum ‘HEARTBREAKER’. Qua muziek wordt het niveau van dat album niet gehaald door het nieuwe ‘III / IV’.

Ik sluit af met: ‘MY FAVORITE SONG’ .

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 15-5-2011

SAMANTHA FISH; CASSIE TAYLOR; DANI WILDE - ‘GIRLS WITH GUITARS’

Terwijl ik dit aan het schrijven ben hebben de dames van de Bluescaravan, waar we het in deze recensie over gaan hebben, hun optreden op het bluesfestival in Kwadendamme van het afgelopen weekend al weer lang achter de rug. De Bluescaravan mag ondertussen wel een bekend fenomeen worden verondersteld. Het initiatief van Ruf Records is de laatste jaren al succesvol gebleken in de USA en Europa. Elk jaar wisselt de samenstelling van de caravan en dit jaar bestaat die uit drie vrouwelijke talenten; Samantha Fish; Cassie Taylor en Dani Wilde. Onder toeziend oog van Mike Zito hebben ze een cd op de markt gebracht.

Daarvan gaan jullie eerst maar eens luisteren naar: ‘WE AIN’T GONNA GET OUT LIVE’.

De slide op dit nummer werd nog verzorgd door Mike Zito; maar dat de dames zelf best in staat zijn om iets behoorlijks neer te zetten bewijzen ze op de rest van het album. Het twaalf nummers tellende album bestaat uit tien zelf geschreven nummers en opent met een cover van het Stonesnummer ‘BITCH’. Het moet gezegd het is helemaal niet onaardig wat de dames laten horen. Op zich genomen ook niet zo vreemd want alle drie hebben de nodige ervaring. Samantha Fish opende vorig jaar nog het Chicago Bluesfestival en oogstte daar veel succes. Cassie Taylor is waarschijnlijk de meest ervarene van het drietal. Zij is multi-instrumentaliste en begeleidde haar vader (Otis Taylor) al op 8 van diens albums. Daarnaast is zij het ook die voor de zang zorgde op het album ‘BAD FOR YOU BABY’ van de onlangs overleden Gary Moore. Dani Wilde tenslotte werkte onder andere al met Mike Vernon; Robben Ford en Koko Taylor.
Zoals gezegd helemaal niet onaardig dit album; er zit behoorlijk wat swing in; er is voldoende variatie; stevige blues, maar ook slow blues en zelfs een akoestisch nummer als ‘REASON TO STAY’ wordt niet geschuwd. De variatie geeft het album een meer compleet karakter; hetgeen het album alleszins de moeite waard maakt.
Een persoonlijke noot mijnerzijds; de afsluitende cover ‘JET AIRLINER’ had voor mij niet gehoeven. Dit nummer is in de uitvoering van the Steve Miller Band gewoon veel beter; het was dan ook beter geweest als de dames zich daar niet aan hadden bezondigd. Voor het overige geldt echter: niets mis met dit album.

Ik sluit af met: ‘WAIT A MINUTE’ .

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 24-4-2011

GRIFFIN HOUSE - ‘THE LEARNER’
 

Griffin House woont in Nashville Tennessee, maar hij is geboren en getogen in Springfield Ohio. Aanvankelijk leek een carrière in de sport voor hem in het verschiet te liggen; maar een studiebeurs voor de universiteit in Ohio sloeg hij af om naar de universiteit in Miami te gaan en zich daar te gaan toeleggen op het gitaarspel en het schrijven van songs.
Sinds 2002 zijn er met inbegrip van het nieuwste al zes albums op naam van Griffin House verschenen. Daarnaast bestaan er ook nog enkele Ep’tjes.

Nu maar eerst luisteren naar de openingstrack: ‘IF YOU WANT TO’.

Qua muziekstijl begeeft Griffin House zich in het genre van de folk en de pop/rock. Er staan 12 nummers op het album en op zich genomen is daar goed naar te luisteren. Een kanttekening moet echter ook worden gemaakt, namelijk dat op enkele nummers na deze niet beklijven. Normaal gesproken werkt het bij mij zo dat, tenminste bij een goed album, wel enkele nummers in mijn hoofd blijven hangen; zeker als ik dat album al diverse keren hebt afgespeeld. Bij ‘THE LEARNER’ is dat nu niet het geval. Dat mag dan toch wel jammer heten, want daarmee ontstijgt het nieuwe album eigenlijk ook niet de middelmaat en dat ondanks de hulp die House op het album geboden wordt door onder andere Dan Wilson en een, zoals we dat van haar gewend zijn, een prominent aanwezige Alison Kraus bij de achtergrondzang. Het lijkt wel of House zich heeft willen verschuilen en geen risico heeft durven nemen. Dat is meteen ook de vraag die mij bezighoudt; waarom heeft Griffin House hier voor de middelmaat gekozen; in de wetenschap dat met iets meer risico er wellicht een heel ander album was verschenen; want dat House goede songs kan schrijven bewijst hij zelfs op dit album met de nummers als ‘IF YOU WANT TO’ en ‘NATIVE’.
Voor een volgende keer hoop ik dan maar op een beetje meer eigenheid bij Griffin House.

Nu sluit ik af met: ‘NEVER HIDE’ .

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 10-4-2011

ELVIN BISHOP - ‘RED DOG SPEAKS’

Elvin Bishop is een oudgediende binnen de blues. Al 45 jaar maakt hij immers muziek. Hij was ooit medeoprichter van The Paul Butterfield Blues Band waarmee hij drie albums maakte. Vervolgens is hij een solocarrière begonnen. In 1976 oogstte hij veel succes met zijn hit ‘FOOLED AROUND AND FELL IN LOVE’ een nummer dat vrijwel elke week nog op de radio te horen is.
Elvin Bishop heeft albums opgenomen met o.a. John Lee Hooker, Bo Diddley en The Allman Brothers Band, om nog maar te zwijgen over de mensen waar hij gedurende al die jaren het podium mee heeft gedeeld, want dat zijn er teveel om op te noemen.

Tijd om te gaan luisteren naar: ‘FAT & SASSY’.

‘RED DOG SPEAKS’ is een combinatie van 5 eigen nummers van Bishop en enkele songs van andere grootheden als Jimmy Cliff, Otis Spamm en Leroy Car.
Alleen al het eerste nummer is het kopen van het album waard. Vol liefde vertelt hij daar over zijn gitaar, een rode Gibson ES – 345, uit 1959, alsof dit zijn beste vriend is, hetgeen naar waarschijnlijkheid ook nog wel de waarheid is.
Maar er valt nog veel meer te genieten op het album en niet in de laatste plaats vanwege enkele artiesten die voor het DeltaGroove Label uitkomen. Het label waar Elvin Bishop momenteel ook onder contract staat. Het meest duidelijk komt dit tot uiting bij het nummer ‘BLUES CRUISE’. Daar zien we de namen opduiken van: Tommy Castro, John Németh en Buckwheat Zydeco en neemt Bishop ons mee op een reis om van de oude blues, via de rock en roll naar de zydeco te geraken.

Na die hit uit 1976 heeft Bishop lange tijd tot één van mijn favorieten behoort. In de jaren daarna is die favorietenrol duidelijk minder geworden en was er hooguit alleen maar sprake van enige sympathie voor zijn muziek. Het nieuwe album ‘RED DOG SPEAKS’ , heeft echter alles in zich om de schade te herstellen. Volgens mij is het nieuwe album zijn beste sinds jaren. De ware klasse van Bishop komt naar boven. De manier waarop hij zich op het nieuwe album presenteert en waarmee hij laat zien waar 45 jaar vertoeven in de blues naar kan leiden verdient alle lof. Van mij mag hij nog wel enkele jaren zo doorgaan.

Ik sluit af met: ‘MIDNIGHT HOUR BLUES’ .

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 3-4-2011

CHRIS CAIN  - ‘SO MANY MILES’

Weer eens iemand die de blues met de spreekwoordelijke paplepel kreeg ingegoten. Chris Cain heeft in zijn jeugd veel tijd doorgebracht op Beale Street in Memphis; het Mekka van elke bluesliefhebber. Verantwoordelijk daarvoor was Cain’s vader die, omdat hij zo’n groot bluesfan was, zijn zoon daar vaker mee naar toe sleepte. Chris Cain was pas 3 jaar oud toen hij daar voor het eerst BB King zag optreden. Daarnaast klonken bij hem thuis voornamelijk bluesklanken uit de speakers , want in huize Cain werd veel muziek van onder andere Ray Charles en BB King gedraaid.
In latere jaren heeft Chris Cain zich verder ontwikkeld tot multitalent; naast zijn muziekstudie gaf hij les in jazz improvisaties en speelt hij behalve op gitaar ook nog eens piano, basgitaar, klarinet en saxofoon.

Ga maar eens luisteren naar de titeltrack: ‘SO MANY MILES’.

Chris Cain heeft een luide soulvolle stem; hij is verder een goed gitarist. Op het nieuwe album worden blues en jazz gemengd. Qua stijl is het overduidelijk dat hij zich daarvoor sterk heeft laten beïnvloeden door BB King. Vermeldenswaard is verder nog dat hij muzikaal wordt ondersteund door Robben Ford en enkele van diens bandleden.
Het is geen album dat je meteen te pakken heeft. Daarvoor zul je het toch een paar keer beluisterd moeten hebben. Het is dan wel weer leuk om te constateren dat je bij elke nieuwe luisterbeurt ook weer iets nieuws op het album ontdekt.
Je zou zeggen, dat na zo’n inleiding het nieuwe album van Chris Cain niet meer stuk kan; toch is dat wat mij betreft niet helemaal het geval, want als ik eerlijk ben doet de stijl me te zeer denken aan BB King en zit ik niet te wachten op een rip- off daarvan. De vonk wil daardoor kennelijk maar niet echt overslaan.
Aan de kwaliteiten van Chris Cain zal het niet liggen; die heeft hij ongetwijfeld; maar wat mij betreft had er iets meer eigenheid naar voren mogen komen.

Ik sluit af met: ‘WHILE THE CITY SLEEPS’ .

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 27-3-2011

CAITLIN ROSE  - ‘OWN SIDE NOW’

In Amerika wordt zij de sensatie van dit moment genoemd. Hier heeft Caitlin Rose, want daar hebben we het over, die status nog niet bereikt. Dat laatste hoeft ook geen verbazing te wekken. Veel optredens heeft zij hier nog niet gehad en ook qua cd’s valt het nogal mee, want naast enkele ep’tjes is ‘OWN SIDE NOW’ haar eerste album. De titel blijkt een knipoog naar Joni Mitchell’s album ‘Both Sides Now’ te zijn.

Luister naar de openingstrack: ‘LEARNING TO RIDE’.

Caitlin Rose maakt countrymuziek. Ze doet dat op een behoorlijke wijze. Van haar nieuwe album kun je van alles zeggen en als je de recensies leest die erover geschreven zijn kan het ook alle kanten opgaan. Aan de ene kant de geluiden van critici die het album te weinig creatief en te braaf vinden en aan de andere kant die van de liefhebbers die het een schitterend album vinden.
Over één ding is vriend en vijand het wel eens zijn en dat is Caitlin’s fantastische en loepzuivere stem; die door merg en been kan gaan. Er staan 10 nummers op het album. De meeste hebben een luchtig en vrolijk karakter. Maar met een nummer als ‘THINGS CHANGE’ bewijst ze ook met meer ingetogen songs raad te weten. Afgelopen week was het begin van de lente. Alles overdenkend had Ik mezelf geen beter album voor kunnen stellen om te bespreken; niet alleen vanwege het luchtige, opgewekte karakter, maar ook vanwege de symboliek. Caitlin Rose is namelijk pas 23 jaar oud; zij moet nog tot bloei komen en heeft dus ook nog de nodige jaren voor zich waarin ze kan groeien. Dus.. gun haar even die tijd. Wat er ook van gezegd wordt; te veel op safe gespeeld of niet; te braaf en weinig creatief of niet. Al met al is het toch erg hoopgevend wat er op ‘OWN SIDE NOW’ te horen is en is ook hier van toepassing dat iets de tijd en ruimte moet hebben om zich te kunnen ontwikkelen. Ik heb er alle vertrouwen in dat het dan ook met Caitlin Rose goed komt.

Ik sluit af met: ‘NEW YORK’

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 20-3-2011

MAURIZIO PUGNO - ‘KILL THE COFFEE’


Maurizio Pugno maakt al heel lang deel uit van de Italiaanse bluesscene. Hij staat voornamelijk bekend als een uitstekend begeleider van zangers. In die hoedanigheid heeft hij dan ook met de betere blueszangers, waaronder Sugar Ray Norcia, Marc Defresne, Tad Robinson en Lynwood Slim door Europa getoerd. Voor zijn nieuwe album ‘KILL THE COFFEE’ heeft hij net als bij zijn vorige, uit 2007 stammende, album ‘THAT’S WHAT I FOUND OUT’ de samenwerking gezocht met twee van die betere blueszangers, namelijk Sugar Ray Norcia en Marc Defresne.

Ga eerst luisteren naar: ‘ON DOWN THE TRAIL AGAIN’.

Sugar Ray Norcia en Marc Defresne hebben allebei een verleden in o.a. Roomful Of Blues, de band die een reputatie heeft als kweekvijver voor bluesmuzikanten. Maurizio Pugno heeft wat mij betreft groot gelijk door de kwaliteiten van deze mensen optimaal te gebruiken en hen niet alleen te vragen voor de zangpartijen en mondharmonicaspel maar hen ook een groot aandeel in de teksten voor het album te gunnen. Het heeft een absolute meerwaarde voor het album.
Maurizio Pugno is een begenadigd gitarist die de diverse stijlen binnen de blues tot in de puntjes beheerst. Zijn streven is om gewone, melodische muziek te maken daarbij de roots van de zwarte muziek niet uit het oog verliezend.
In dat streven is hij daar met ‘KILL THE COFFEE’ , door de samenwerking met Norcia en Defresne, wel in geslaagd. Het is uiteindelijk een album geworden waar de nodige verrassingen op staan en waar ook diverse stijlen variërend van swing, tot rock ‘n’ roll, funk en jazz aan bod komen.
14 Nummers telt het album. Met uitschieters als het zojuist gehoorde ‘ON DOWN THE TRAIL AGAIN’, maar ook ‘TRONFY THE WEEPER’ en ‘DROWNING ON DRY LAND’ is het een prettige in het gehoor liggend album. Weliswaar geen album met bijzondere gitaartechnische of andere uitspattingen maar wel alleszins de moeite waard.

Ik sluit af met: ‘GREY MATTERS’ .

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 13-3-2011

GREG KOCH TRIO - ‘FROM THE ATTIC’


Het komt wel eens voor dat je denkt met een nieuw talent te maken te hebben terwijl achteraf blijkt dat dit zogenaamde talent al veel langer aan de weg aan het timmeren is. Mij overkwam dat bij het uit Milwaukee, Wisconsin afkomstige Greg Koch Trio. Hun album ‘FROM THE ATTIC’ is namelijk al hun twaalfde album. Het trio bestaat uit gitarist Greg Koch, bassist Tom Good en drummer Del Bennett . Samen vormen ze, zoals dat zo mooi heet, een powertrio. Koch is een ontdekking van gitaarvirtuoos, Steve Vai, die hem in 2001 voor zijn eigen platenlabel wist te contracteren.

Ook nieuwsgierig geworden? Luister maar eens naar: ‘AGREE TO DISAGREE’.

Het album is inmiddels al weer ruim een half jaar oud. Het verbaast me nog steeds dat dit trio niet eerder onder mijn aandacht is gekomen want Greg Koch blijkt een uitzonderlijk gitarist te zijn die met een mix van blues, rock, funk, jazz en rockabilly laat blijken van alle markten thuis te zijn. Bij het openingsnummer ‘LEG UP FOOT UP’ wordt, door het duizelingwekkende tempo dat wordt aangehouden, ook meteen de reputatie van powertrio waargemaakt. Bij het daaropvolgende nummer ‘NOVA SCOTIA GOLD’ is dat nog steeds het geval. Maar dat Greg Koch ook anders kan laat hij horen bij het instrumentale ‘SLEEP LIGHT’ . Met dit nummer levert hij het bewijs dat niet altijd woorden nodig zijn om iets duidelijk te maken en laat hij ook blijken in staat te zijn om zijn muziek vrijwel meteen als een warme deken te laten aanvoelen.
‘AGREE TO DISAGREE’ is het nummer met de meeste hitpotentie en het laatste nummer van het album is een sterke afsluiter.
Niet alles is even mooi; zo spreken songs als: ‘PICKED ON’ en ‘HAPPY VERSUS RIGHT’ minder tot mijn verbeelding, maar over het algemeen komen op het album de talenten van het Greg Koch Trio goed tot uiting. Men is er in elk geval in geslaagd om een heel goed bluesrock album af te leveren; een album dat eigenlijk niet gemist mag worden. Ik blijf dan ook nog steeds enigszins verwonderd achter dat het mij toch is overkomen.

Ik sluit af met: ‘YOU’LL ROCK AND LIKE IT’ .

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 27-2-2011

GREG TROOPER - ‘UPSIDE – DOWN TOWN’


Het is al weer vijf jaar geleden dat het album ‘MAKE IT THROUGH THIS WORLD’ van Greg Trooper verscheen. Het maken van het nieuwe album ‘UPSIDE – DOWN TOWN’ heeft heel wat voeten in aarde gehad. Daarom moest er ook zo lang op worden gewacht.
Want ofschoon Greg Trooper toch wel als een begenadigd singer songwriter wordt gezien en zijn vorige acht studio-albums over het algemeen goed werden ontvangen; de realiteit is ook dat hij desondanks bij zijn fans heeft moeten bedelen om het album gesponsord te krijgen. Door het doneren van $25,00 kreeg men een gesigneerd exemplaar daarvoor terug.

Ga eerst luisteren naar: ‘WE’VE STILL GOT TIME’.

Een van de mooiste nummers van het album is: ‘THEY CALL ME HANK’ en gaat over een dronkenlap die de hele dag niets anders doet dan drinken en vissen.
Dit nummer geeft misschien wel het beste het eigenlijke thema van het nieuwe album weer, namelijk dat je nooit de volledige controle over je leven hebt. Ook al heb je alles zorgvuldig gepland, dan nog kan het gebeuren dat het allemaal anders uitpakt.
Als het lang duurt alvorens een nieuw album verschijnt, zijn de verwachtingen vaak hoog gespannen. Misschien wel iets té hoog. Ook Greg Trooper ontkomt daar niet aan. Sommige nummers lijken daardoor iets te gewoon en aan de magere kant te zijn. Anderzijds wordt dat grotendeels ook wel weer goedgemaakt met nummers als ‘BULLETPROOF HEART’; ‘COULD HAVE BEEN YOU’ en ‘JUST ONE HAND’.

Ik vind het iets te gemakkelijk om, wetende op welke manier dit album tot stand heeft kunnen komen, veel kritiek te hebben op het album, al had ik er inderdaad stiekem wel iets meer van verwacht.
Ik hou het er maar op dat het nieuwe album van Greg Trooper gewoon lekkere muziek bevat. Een album waar zijn capaciteiten als singer songwriter worden onderstreept en die het door zijn gevoel voor mooie melodieën zelfs tot een gezellige en niet te missen luisterplaat maken.

Ik sluit af met: ‘EVERYTHING WILL BE JUST FINE’ .

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 13-2-2011

RONNIE EARL AND THE BROADCASTERS - ‘SPREAD THE LOVE’


Voor mijzelf sprekend is het toch al weer ruim 13 jaar geleden dat ik Ronnie Earl voor het laatst live aan het werk heb gezien. In 1997 stond hij nog geprogrammeerd op het Moulin Blues Festival. Daarna is hij nog maar nauwelijks aan deze kant van de oceaan geweest voor een optreden. Waarschijnlijk is het zijn gezondheidstoestand geweest die ervoor heeft gezorgd dat hij de staat Massachusetts niet meer heeft verlaten, want het mag wel bekend worden geacht dat Ronnie Earl’s leven geteisterd werd door de nodige verslavingsperikelen en manisch depressieve periodes.
Die gezondheidstoestand heeft echter niet kunnen beletten dat hij met enige regelmaat nieuwe albums het levenslicht heeft laten zien.
Zijn nieuwe album is een ode aan de liefde; vandaar de titel ‘SPREAD THE LOVE’

Daarvan gaan jullie nu luisteren naar: ‘BLUES FOR DR. DONNA’.

Het bijzondere aan het nieuwe album is dat het in zijn geheel instrumentaal is; er wordt geen woord gezongen; alleen Ronnie’s gitaar begeleid door Broadcasters Dave Limina op toetsen, Jim Mauradian op bas en Lorne Entress op drums zijn te horen.
En zoals tegenwoordig wel vaker gebeurd worden er ook op het album een aantal mensen geëerd; met het nummer ‘BACKSTROKE’ wordt gerefereerd aan Albert Collins; met ‘CHITLINS CON CARNE’ aan Kenny Burell en Otis Spann, de pianist die Muddy Waters in diens hoogtijdagen op piano begeleidde wordt geëerd met het nummer ‘SPANN’S GROOVE’.
Maar waar het natuurlijk eigenlijk om draait is Ronnie Earl; hij is op zijn nieuwe album bijzonder goed in vorm. Zijn gitaarspel zorgt ervoor dat het album aanspreekt, door in zijn spel het gevoel te laten overheersen boven de techniek. Luister naar het nummer ‘SKYMAN’ en je zult begrijpen wat ik bedoel.
De totale speelduur van het album is 80 minuten. Normaal gesproken trekt dit vaak een behoorlijke wissel op de luisteraar, maar in het geval van Ronnie Earl is het helemaal geen straf. Eenmaal het album gehoord hebbende besefte althans ik dat Ronnie Earl heel waardevol is voor de blues in het algemeen.

Ik sluit af met: ‘PATIENCE’ .

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 6-2-2011

CHRIS HILLMAN AND HERB PEDERSEN - ‘AT EDWARDS BARN’


In menige platenkast zul je muziek van Chris Hillman tegenkomen. Hij heeft dan ook wel een carrière achter de rug die ongeveer 50 jaar bestrijkt. Een carrière ook die wel indrukwekkend genoemd mag worden, want ga maar na; oprichter van bands als The Byrds, The Flying Burrito Brothers en meer recent The Desert Rose Band; bands welke songs hebben voortgebracht die haast iconische proporties hebben aangenomen.
Chirs Hillman is ook al meer dan 45 jaar bevriend met Herb Pedersen en beiden hebben gedurende die tijd samen muziek gemaakt.
Ten behoeve van een benefiet voor de plaatselijke kerk is er in een schuur het live album ‘AT EDWARDS BARN’ opgenomen dat in retrospectief de carrière van Hillman belicht.

Ga eerst luisteren naar: ‘HAVE YOU SEEN HER FACE’.

Het album laat in min of meer chronologische volgorde het verleden van Chris Hillman voorbijtrekken. Daardoor kom je nummers tegen als ‘TURN TURN TURN’; ‘WHEELS’ (dat hij samen met Gram Parsons heeft geschreven), ‘EIGHT MILES HIGH’. Tussendoor nog de Buck Owens’ klassieker ‘TOGETHER AGAIN’ en tenslotte is er ook nog ruimte gevonden voor twee nieuwe songs te weten ‘TU CANCION’ en ‘THE COWBOY WAY’.
Er wordt wel eens gezegd dat kwaliteit met de jaren komt; Bij Chris Hillman en Herb Pedersen is dat helemaal van toepassing, want ‘AT EDWARDS BARN’ is een werkelijk schitterend album geworden. Geheel ontdaan van enige opsmuk. Met Hillman’s mandoline en Pedersen’s akoestische gitaar klinkt het natuurlijk anders dan in de originele versie, maar wel zeker zo mooi. Ik heb in elk geval niet de behoefte gevoeld om de originele versies nog eens te horen. Sterker nog sommige nummers klinken nu zelfs beter.
Reden te meer om ook dit schijfje in de platenkast bij te voegen.

Ik sluit af met: ‘SIN CITY’ .

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 30-1-2011 

SHAWN PITTMAN - ‘UNDENIABLE’


De uit Austin, Texas afkomstige Shawn Pittman is bepaald niet iemand die stilzit. De afgelopen twee jaar is hij bijzonder productief geweest door maar liefst vier albums uit te brengen, daarmee zijn totaal op negen albums brengend. Voor iemand die pas 35 jaar oud is is dit niet mis. De titel van zijn nieuwste album ‘UNDENIABLE’ is volgens Pittman zelf gekozen vanwege het feit dat als je het album hoort je niet kunt ontkennen dat de muziek heel basaal is. Geen moeilijke toestanden. De muziek komt voort uit zijn vingers, gitaar en versterker en verder schrijft en zingt hij zijn eigen songs
Ga maar eens luisteren naar: ‘THE HARD WAY’.

De 11 nummers op het album zijn inderdaad erg basaal; mocht je ingewikkelde akkoordenschema’s of uitgesponnen gitaarsolo’s verwachten dan ben je aan het verkeerde adres. Met Pat Schramm (bas, rhythm gitaar), Bracken Hale (bas) en Jason Moeller (drums) heeft Pittman een solide band om zich heen geformeerd, waarmee gewone rechttoe rechtaan Texas blues wordt gemaakt en waarin je kunt ontdekken dat Jimmy Vaughan een grote inspiratiebron is.

Shawn Pittman weet hoe een gitaar bespeelt moet worden. Maar op dit album hij geeft er ook blijk van goed zijn mannetje achter de toetsen te kunnen staan. Bij ‘BLUES FOR JUANITA’ wordt de gitaar even terzijde gelegd om op heel verdienstelijke wijze zijn kunsten als boogie woogie pianist te laten horen. Met het nummer lijkt hij zijn oma, Juanita James, te willen eren. Want het is met name haar pianomuziek, naast de muziek van Buddy Holly en Chuck Berry, waarmee Shawn Pittman is opgegroeid.

Met het nieuwe album heeft Shawn Pittman aangetoond garant te kunnen staan voor de betere Texas blues. Hij zal dat ook live komen doen want hij staat op het affiche van het Moulin Blues Festival. Hij heeft al laten weten daar erg veel zin in te hebben. Ik ook…!.

Ik sluit af met: ‘LOOKIN’ GOOD’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 23-1-2011 

NICK MOSS - ‘PRIVILEGED’


Nick Moss is een gitarist en zanger die al twintig jaar in het vak zit. Hij maakte ooit deel uit van The Legendary Blues Band en was de afgelopen 10 jaar de frontman van The Fliptops. Met deze laatste band nam hij zeven albums op en behoorde hij tot de betere blues bands van Chicago. Inmiddels is aan het bestaan van The Fliptops een einde gekomen. Voor Nick Moss voldoende reden om zich weer eens te gaan richten op zijn solocarrière. Het eerste resultaat daarvan is een nieuw album met de titel ‘PRIVILEGED’.

Ga luisteren naar: ‘LOUISE’.

In de inleg van het cd-hoesje is de volgende veelzeggende tekst te lezen:
‘Just as Robert Johnson had rambling on his mind and John Lee Hooker had those wandering blues Nick heard the call and has forged a new path’.
De tekst geeft aan dat Nick Moss een andere weg is ingeslagen. Deze voert iets verder weg van de traditionele Chicago-blues en loopt iets meer richting rock. In een notendop is dat Nick- Moss- nieuwe- stijl!

Ofschoon voor een nieuwe richting is gekozen wil dat niet zeggen dat er geen inspiratie bij de oude meesters gehaald kon worden. Op het nieuwe album laat Nick Moss namelijk op geheel eigen wijze horen op welke manier deze oude meesters een eerbetoon gegeven kan worden. Tussen de 11 nummers van het album kom je, naast eigen nummers, dan ook covers tegen als: Howlin’Wolf’s ‘LOUISE’; de Cream klassieker ‘POLITICIAN’ en een werkelijk schitterende uitvoering van Stephen Still’s ‘FOR WHAT IT’S WORTH’.

Met het nieuwe album heeft Moss het bluespalet weten te verbreden. Dat is goed gelukt. Nergens stelt het album teleur. Maar nog beter vind ik dat Nick Moss met het volgen van een nieuw pad, ook in staat wordt gesteld om zichzelf verder te ontwikkelen. Als dat nog meer muziek oplevert, zoals op dit nieuwe album te horen is, dan zullen jullie mij niet horen klagen.

Ik sluit af met: ‘TEAR EM DOWN’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 16-1-2011 

GILKYSON, GORKA, KAPLANSKY - ‘RED HORSE’

Eliza Gilkyson, John Gorka en Lucy Kaplansky zijn niet de minsten. Alle drie hebben ze eigenlijk al een indrukwekkende solocarrière achter zich waarin lovende kritieken de nodige awards en diverse andere prijzen in de wacht werden gesleept. Voor het nieuwe album ‘Red Horse’ werden de krachten gebundeld hetgeen, met hun staat van dienst, door elke rechtgeaarde folk- en americanaliefhebber als de ultieme droom zal worden beschouwd.
Ga eerst maar eens luisteren naar: ‘SCORPION’.

‘Red Horse’ is onder productionele leiding van Ben Wittman en Cisco Ryder opgenomen en bevat twaalf nummers. Naast de covers ‘I AM A CHILD’ van Neil Young, ‘COSHIEVILLE’ van Stuart McGregor en de traditional ‘WAYFARING STRANGER’ blijven er nog negen nummers over die onder elkaar verdeeld zijn. Van elk van hen zijn dat dus drie nummers en het leuke hieraan is dat in een aantal gevallen elkaars liedjes worden vertolkt.
Het album is weldadig om naar te luisteren. Stuk voor stuk prima liedjes die met tijden weten te ontroeren en waarbij sprake is van mooie samenzang. Het aandeel van de studiomuzikanten mag in dit geheel niet onbenoemd blijven; het zijn allemaal snaarvirtuozen en wat mijzelf betreft: het horen van de dobro en viool bij een aantal songs maakt het alleen maar mooier.
Over het geheel genomen wijkt het album niet af van hetgeen we al kennen van deze 3 rasmuzikanten, maar feit is wel dat hun krachtenbundeling wel degelijk gezien mag worden als een meerwaarde van hun afzonderlijke repertoire.

Vooral gaan luisteren dus naar dit nieuwe album; het is de moeite waard.

Ik sluit af met: ‘IF THESE WALLS COULD TALK’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 2-1-2011 

KENNY WAYNE SHEPHERD BAND - LIVE! IN CHICAGO


33 Jaar oud is hij inmiddels; maar het gitaarspel heeft Kenny Wayne Shepherd zich eigen gemaakt op een leeftijd dat, tegenwoordig, kinderen alleen maar geïnteresseerd zijn in het nieuwste computerspelletje of wat ze van huis uit meekrijgen in hun lunchpakketje naar school. Toen hij dertien was werd hij al door New Orleans’ blueslegende Bryan Lee mee het podium opgenomen om daar zijn kwaliteiten te tonen. Vier Grammy nominaties; twee Billboard Music Awards en miljoenen verkochte albums later is het Shepherd gelukt om een aantal generaties binnen de blues bij elkaar te brengen voor het nieuwe album: ‘LIVE IN CHICAGO’.
Ga daarvan luisteren naar: ‘TRUE LIES’.

Het nieuwe album telt 14 nummers; het zijn overwegend bekendere songs van het inmiddels omvangrijke oeuvre van Kenny Wayne Shepherd, aangevuld met klassiekers, speciaal gekozen voor deze unieke line up. Dat het hier om een unieke samenwerking gaat is duidelijk. Eén van de hoofdredenen voor het maken van dit album voor Shepherd was om zijn muzikale helden; de mensen die hem hebben geïnspireerd, een podium te geven waarop dezen nog eens konden schitteren. En dat is wat er uiteindelijk ook gebeurd. Alle muzikanten op het album schitteren. Naast de eigen bandleden heb ik het dan over een aantal coryfeeën. En of het nu gitarist Buddy Flett met een spetterende cover van BB King’s ‘SELL MY MONKEY’ is; of Willie ‘ Big Eyes’ Smith drummer, mondhamonicavirutoos en tevens oudgediende in de band van Muddy Waters, met ‘BABY, DON’T SAY NO MORE’; of gitarist Bryan Lee met Howlin Wolf’s ‘HOW MANY MORE YEARS’; of Hubert Sumlin’s bijdrage bij de nummers ‘FEED ME’ en ‘ROCKING DADDY’. Het is allemaal een genot om naar te luisteren en de enige conclusie die getrokken kan worden is dan ook dat Kenny Wayne Shepherd in zijn opzet helemaal geslaagd is. Voorwaarde is wel dat je liefhebber van bluesrock en dan met name het gitaarspel bent, want anders heb je hier helemaal niets te zoeken.

Veel pogingen zijn al ondernomen om Kenny Wayne Shepherd eens de oceaan over te krijgen. Het is nog niet zo vaak gelukt en vooralsnog ziet het er ook niet naar uit dat dit op korte termijn gaat gebeuren. Dus ik blijf nog maar even dromen.

Ik sluit af met: ‘BLUE ON BLACK’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 19-12-2010 

MATTHEWS’ SOUTHERN COMFORT - KIND OF NEW


De naam Matthews’ Southern Comfort is eigenlijk niet nieuw. 40 jaar geleden trad Iain Matthews al met een band onder die naam op; destijds nog met leden van Fairport Convention de band waarvan hij deel had uitgemaakt.
In de huidige, nieuwe samenstelling komen we de namen van de Fairport Convention-leden niet meer tegen, maar wel die van BJ Baartmans en toetsenist Mike Roelofs. Daarnaast tref je op de cd ook nog de namen van Terri Binion en Richard Kennedy aan.

Ga eerst maar eens luisteren naar: ’ROAD TO RONDERLIN’.

KIND OF NEW bestaat uit 13 nummers. We kennen Iain Matthews naast zijn solo-albums natuurlijk ook van zijn werk met o.a. Ad VanderVeen en Eliza Gylkinson. Het zal waarschijnlijk niet verbazen dat daar qua muziek veel overeenkomsten in zitten. Het is vaak muziek waarbij subtiliteiten en mooie samenzang de kernbegrippen zijn. Het nieuwe album vormt daar geen uitzondering op. Het meedoen van Terri Binion blijkt een duidelijke meerwaarde te zijn. Een zuivere stem; de juiste emotie op het juiste moment. Het maakt het album sterker. Een van de hoogtepunten op het album is ontegenzeglijk het Joni Mitchell nummer ´WOODSTOCK; bekend in de uitvoering van Mitchell zelf maar ook in die van Crosby Stills, Nash and Young. Het gaat er hier nu niet aan om aan te geven welke versie het beste dan wel de mooiste is. Feit is wel dat Matthew’s Southern Comfort daar een uitermate boeiende versie van heeft gemaakt waarbij, zonder de overige nummers op dit album te kort te willen doen, de eerdergenoemde sleutelbegrippen subtiliteit en samenzang het beste naar boven komen.
KIND OF NEW is eigenlijk geen album om lang over te praten; het is vooral een album om naar te luisteren. Mensen die folkmuziek, of zo je wil singer-songwritermuziek een warm hart toedragen zullen weten wat ik bedoel.
 

Ik sluit af met: ‘LOCOMOTIVE ’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 12-12-2010 

24 PESOS - BUSTED BROKEN AND BLUE


Afgaande op de naam zou je denken met een Spaanstalige band te maken te hebben. Hoor je ze daadwerkelijk spelen dan zou de band ook uit Amerika afkomstig kunnen zijn, maar feit is dat 24 Pesos gewoon uit Engeland komt en inmiddels ongeveer twee jaar bestaat. De 4 bandleden hebben voorheen allemaal in verschillende bands gespeeld met onder meer mensen als Paloma Faith, Paul McCartney, The Blues Brothers, Jocelyn Brown, Imelda May en Geno Washington. Met hun tweede album BUSTED BROKEN AND BLUE lijkt de band hun wens meer bekendheid te krijgen in de rest van de wereld meer kracht te willen gaan bijzetten.

Ga eerst maar eens luisteren naar: ’WAITIN AT THE STATION’.

Op BUSTED BROKEN AND BLUE staan 11 (eigen) nummers; wat daarin opvalt is dat er hoewel ook de geijkte (blues)paden worden betreden, er steeds wordt geprobeerd om andere invalshoeken voor de nummers te kiezen waardoor er een eigen draai aan de muziek wordt gegeven. Hierdoor is het ook te verklaren dat er naast bluesmuziek nog een grote variatie aan andere stijlen op het album terug te vinden is; zoals rap, hiphop en rock. De muziek op het album reflecteert hun eigen invloeden variërend van James Brown tot Sly Stone, Muddy Waters en Howlin’Wolf, maar ook Free, AC/DC, Tom Waits en Elvis Costello.
Deze variëteit, maar zeker ook de klasse van de individuele bandleden maakt van BUSTED BROKEN AND BLUE een sterk album. Zelf heb ik geen nummers gehoord waar ik het predicaat slecht op zou kunnen plakken. Wel is het zo dat ik met een enkele stijl op het album weinig heb. Echter over zijn geheel genomen geen verkeerd woord mijnerzijds.
De band komt binnenkort naar Nederland voor een kleine tour; het zou me echter ook niet verbazen als we komend jaar deze band nog vaker tegen zullen komen op diverse podia.
Ik sluit af met: ‘BUSTED BROKEN AND BLUE ’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 28-11-2010 

JJ Grey & Mofro - Georgia Warhorse

JJ Grey & Mofro zijn afkomstig uit Jacksonville, Florida. Georgia Warhouse is het vijfde album van de band. Twee daarvan vielen destijds al behoorlijk in de smaak. Ik heb het dan over Country Ghetto uit 2007 en Orange Blossoms uit 2008. Nu is het niet zo dat deze albums veel stof hebben doen opwaaien, maar het waren wel albums die met zekere regelmaat beluisterd werden en waar je uiteindelijk dan toch een heel positief gevoel aan over hield.  

 

Genoeg reden zou ik zeggen om te gaan luisteren naar: ’The Sweetest Thing’.

                                            

Georgia Warhorse sluit prima aan bij de vorige albums van JJ Grey & Mofro. Op muzikaal gebied lijkt er nauwelijks iets veranderd te zijn, want ook op dit album is er weer veel muziek met swampinvloeden. Het ademt nadrukkelijk de sfeer van de zuidelijke Staten van Amerika en dan niet alleen van Florida; ook Louisiana en  Mississippi worden daarbij aangedaan. De elf nummers op het album klinken in elk geval allemaal even lekker en nodigen uit om heerlijk onderuitgezakt naar te luisteren.

 

Voor hun nieuwe album hebben JJ Grey & Mofro enkele hulptroepen ingeschakeld. Dat we het daarbij niet over de minsten hebben mag blijken uit de illustere namen van bijvoorbeeld  Angelo Petraglia (Kings Of Leon) en Chuck Prophet, welke zijn  aangeschoven bij het maken van de composities. Daarnaast is reggaezanger Toots Hibbert nog daadwerkelijk te horen op het album. Maar het meest ingenomen ben ik nog met het feit dat ook Derek Trucks op slidegitaar zijn kunsten laat horen bij het afsluitende nummer van het album.

 

Kortom:  Georgia Warhorse  is een leuk, fris en authentiek album. De muziek klinkt als een geoliede machine; het swingt; het bruist; het is bijzonder aangenaam om te horen. Je zou zomaar wensen dat veel meer mensen kennis zouden nemen van deze band. Ze zijn absoluut de moeite waard.

Ik sluit af met: ‘Lullaby’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 21-11-2010 

DANIEL NORGREN - HORRIFYING DEATH EATING BLOOD SPIDER


De uiterst sympathieke, uit Zweden afkomstige, Daniel Norgren, wist met zijn debuutalbum ‘Outskirt’ al voor de nodige opwinding te zorgen. Met enige trots durf ik ook te bekennen dat ik persoonlijk heel blij ben dat het Moulin Blues Festival, hem bij de jubileumeditie van afgelopen jaar een podium heeft geboden en er daarmee aan heeft bijgedragen dat meer mensen hem hebben leren kennen. Zijn nieuwe album is nu uit; hij heeft daar niet de meest gemakkelijke titel voor bedacht. Hoe verzin je immers een titel als: HORRIFYING DEATH EATING BLOOD SPIDER.
Uiteindelijk gaat het echter niet om de titel, maar om de muziek.

Luister daarom maar eens naar: ’BLIND’.

Wist hij met zijn debuutalbum al te imponeren; met zijn nieuwe album doet hij er nog een schepje bovenop. Het begint al meteen bij het eerste nummer dat er met enkel drums en een hoge falsetstem al meteen inhakt. Maar daar blijft het niet bij. De overige 11 nummers laten een diversiteit aan Amerikaans aandoende songs horen, waarbij vrijwel alle stijlen van blues, folk, country tot de vroegste rock ‘n roll voorbijkomen.
Op HORRIFYING DEATH EATING BLOOD SPIDER doet Norgren vrijwel alles in zijn eentje. Met de meest minimale middelen weet hij het uiterste uit zichzelf te halen. Hij heeft daarnaast een bijzonder mooie kraakstem die onmiddellijk associaties met een jongere uitgave van Tom Waits oproepen. De 12 nummers op het album zijn stuk voor stuk op hun eigen manier pareltjes te noemen. Wat mijzelf betreft zijn er enkele nummers die daar weer bovenuit steken. Highbird bijvoorbeeld; dit nummer heeft Norgren met een krakkemikkige cassetterecorder bij zich thuis opgenomen. Deze minimale aanpak maakt dat het nummer erg sterk voor de dag komt.
Verder krijg ik bij de nummers Blind en Though It Aches bij elke luisterbeurt telkens weer kippenvel.
Dit alles maakt het een ontroerend mooi album, waarvan ik althans geen genoeg kan krijgen.


Ik sluit af met: ‘THOUGH IT ACHES’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 7-11-2010

LOS LONELY BOYS - KEEP ON GIVING: ACOUSTIC LIVE!


Ze worden wel de regerend vorsten van de Tex Mex Rock genoemd. De drie boers Henry, Ringo en Jojo Garza zijn ooit door Willie Nelson ontdekt. Hij gaf hun carrière een zetje door Los Lonely Boys in zijn voorprogramma te laten optreden en door er voor te zorgen dat zij in zijn studio hun debuutalbum konden opnemen. Daarna is het de band eigenlijk alleen maar voor de wind gegaan; vele malen platina succes en inmiddels spelen ze in Amerika moeiteloos de grotere stadions plat. Logischerwijs zal ook Europa veroverd moeten worden. Vorig jaar hebben we al een voorproefje mogen krijgen waaronder ook een optreden tijdens het Bluesrock festival in Tegelen

Luister naar: ’LOVING YOU ALWAYS’.

KEEP ON GIVING is een akoestisch album. LLB hebben met dit album een stapje terug willen doen om hun fans op een meer intieme sessie te kunnen trakteren. Er staan 13 tracks op het album. Deze geven een overzicht van de songs waar ze veel succes mee hebben geboekt; aangevuld met enkele covers. Ondanks het feit dat men de elektrische gitaren thuis heeft gelaten; staan LLB met hun akoestische set wel degelijk hun mannetje. Het is een album waar de energie van afdruipt; met sublieme gitaarpartijen en passende samenzang. Desalniettemin zal het album ook enige kritiek mogen verwachten, want alhoewel sommigen het album verfrissend zullen vinden, zullen anderen wellicht het rockelement teveel missen op het album.
Wat mijzelf betreft; ik bekijk het album als een hoog kwalitatieve bootleg waarop muziek in zijn pure vorm en zonder verdere manipulaties te horen is. Hoogtepunten van het album zijn Santana’s: EVIL WAYS; maar ook de gastoptredens van Alejandro Escovedo en Carrie Rodriguez bij het nummer BEAST OF BURDON ,van de Stones, en het eigen HEAVEN mogen er wezen.

Genoeg gepraat; laat hier de muziek maar spreken. Met dit album kan ik het daar met een gerust hart aan overlaten.
Ik sluit af met: ‘HEAVEN’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 31-10-2010

THE CHIEFTAINS - SAN PATRICIO


The Chieftains kunnen met recht een instituut binnen de Ierse folkmuziek worden genoemd. Stel je maar eens voor; al bijna vijftig jaar zijn zij de onbetwiste koploper binnen dit muziekgenre. In deze bijna vijftig jaren hebben Paddy Moloney en zijn kompanen ook aangetoond er geen problemen mee te hebben om grenzen op te zoeken en deze zo mogelijk te overschrijden. Hierdoor zijn er samenwerkingsverbanden met artiesten als Joni Mitchell, Mick Jagger, Willie Nelson en Los Lobos tot stand gekomen hetgeen buitengewone muziek heeft opgeleverd. Voor hun nieuwste album zijn ook weer grenzen opgezocht en overschreden. Resultaat is San Patricio een combinatie van traditionele Ierse en de Mexicaanse muziek.

Luister naar: ’THE SANDS OF MEXICO’.

Het verhaal achter San Patricio speelt tijdens in de Amerikaans – Mexicaanse oorlog midden 19e eeuw en gaat over een groep Ierse immigranten van het Saint Patrick Bataljon die gedwongen waren dienst te nemen in het Amerikaanse leger om te vechten tegen de Mexicanen. Echter in plaats van met de Amerikanen te vechten liep het hele bataljon over om zich aan de zijde van de Mexicanen te scharen. Toen het conflict voorbij was werden de bataljonleden geëxecuteerd wegens desertie. Veel bekendheid heeft dit verhaal in de geschiedschrijving niet meer gekregen. Paddy Moloney heeft zich daar wel in verdiept en hij wilde deze mensen alsnog een eerbetoon geven. In samenwerking met Ry Cooder, die naast meespelen en - zingen ook voor de co-productie van het album tekende, werden nog een aantal andere muzikanten benaderd om aan het album mee te werken. Zo komen we dan ook de namen tegen van o.a. Lila Downs; Los Tigres del Norte; de 90-jarige zanger Chavela Vargas, maar ook die van Linda Ronstadt David Hidalgo en Cesar Rosas.
Na kennis te hebben genomen van het oorspronkelijke verhaal ben ik anders naar de muziek gaan luisteren. Dat ik niet de Spaanse taal machtig ben, waardoor ik niet alles woordelijk kan volgen blijkt geen probleem. Uiteindelijk gaat het toch om de muziek en uit de unieke combinatie van traditionele Ierse en Mexicaanse muziek hetgeen een mix van polka’s, bolero’s en strijdliederen oplevert krijg ik toch het gevoel te weten waar het om gaat. De onderliggende emotie is steeds voelbaar.
Normaal gesproken heeft Ierse en Mexicaanse muziek misschien weinig met elkaar gemeen, maar dat het mogelijk is om met deze ingrediënten bijzondere muziek te maken wordt met San Patricio wel bewezen. The Chieftains laten horen hoe het moet. Waarvoor hulde.

Ik sluit af met: ‘LUZ DE LUNA’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 24-10-2010

RAY LAMONTAGNE AND THE PARIAH DOGS - GOD WILLIN’ & THE CREEK DON’T RISE


Eén van mijn favoriete tv-programma’s is het muziekprogramma ‘Later..’; gepresenteerd door Jools Holland en uitgezonden door de BBC. Vaak komen daar opmerkelijke gasten in voor. Zo kwam kwam een aantal jaren geleden ook mijn eerste kennismaking met Ray LaMontagne (spreek uit LaMonteign; want zo doet hij dat zelf ook) tot stand. Ik zag een ietwat sjofel gekleed persoon waarbij een typering als zijnde een nerd helemaal niet verkeerd leek. Naar later bleek kon het dan wel een nerd zijn, maar dat zijn muziek bijzondere was, was ook meteen duidelijk. Helemaal onder de indruk ben ik vervolgens op zoek gegaan naar meer informatie rondom deze Amerikaanse singer songwriter, die na het horen van een lied van Stephen Stills op de radio besloot zijn baan bij een schoenenfabriek te beëindigen en een carrière in de muziek te volgen. Inmiddels zijn er al een aantal cd’s van hem verschenen; ‘God Willin’ & The Creek Don’t Rise’ is zijn vierde studio-album.

Ga maar eens luisteren naar: ’BEG STEAL OR BORROW’.

Het nieuwe album van LaMontagne is op diverse gebieden anders dan we van hem gewend zijn. Allereerst is dit het eerste album zonder zijn vaste producent Ethan Johns; die is vervangen door The Pariah Dogs, mensen die hem al vaker hebben ondersteund. Ook de sfeer op het album is anders; stonden zijn vorige albums nog bol van de melancholie en zat met name zijn vorige album ‘Gossip In The Grain’ nog tegen het depressieve aan. Zijn nieuwe album lijkt toch iets opgewekter en spontaner te klinken. De strijkers die op eerdere albums nog werden ingezet zijn vervangen door meer pedal steel hetgeen de tracks op het nieuwe album een country-feel meegeeft. Daarnaast heeft zijn uiterlijke verschijningsvorm een metamorfose ondergaan en lijkt hij inmiddels in het geheel niet meer op de zonderling zoals ik hem voor het eerst in dat tv programma heb gezien.
Gelukkig is er ook nog iets bij het oude gebleven en dan doel ik op die opmerkelijke stem waarin de nodige weemoed doorklinkt; en die op zijn nieuwe album het beste tot uitdrukking komt bij de nummers ‘Are We Really Through’ en ‘Little Rock & Roll and Radio’.
Ray LaMontagne heeft met zijn Pariah Dogs wat mij betreft een album afgegeven dat me weer heeft weten te raken. Mensen die zijn vorige albums kennen zullen misschien de directe aantrekkingskracht van zijn vorige albums missen, maar ik kan jullie verzekeren dat ‘God Willin’ & The Creek Don’t Rise’ na een aantal luisterbeurten je echt wel te pakken heeft en je voorlopig ook niet meer loslaat.

Ik sluit af met: ‘LITTLE ROCK & ROLL AND RADIO’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 10-10-2010

HAYWARD WILLIAMS - COTTON BELL


Zijn optreden op het Take Root Festival in 2007 kan ik me nog goed herinneren. Na een toch wel indrukwekkende set was een staande ovatie zijn deel. Voor iedereen was het duidelijk dat er een mooie toekomst voor deze uit Milwaukee afkomstige jonge man in het verschiet lag. Hij had inmiddels al twee albums uitgebracht en in 2008 zou zijn nieuwe album op de markt verschijnen. Dat laatste heeft iets langer geduurd, maar uiteindelijk is die langverwachte cd met als titel ‘Cotton Bell’ er dan toch gekomen.

Ga maar gauw luisteren naar: ’MOCKINGBIRD’.

De eerste opnamen voor dit album zijn inderdaad begin januari 2008 gedaan, maar vanwege een paar probleempjes met de platenmaatschappij heeft het uiteindelijk wel tot nu geduurd alvorens het nieuwe album uitgebracht kon worden. Bekijk ik het positief dan kan ik zeggen dat het de moeite waard is geweest om er op te wachten. In de muziek heb ik nu eenmaal een sterke voorkeur in eenvoud en melancholie en wat dat betreft kom ik bij ‘Cotton Bell’ helemaal aan mijn trekken. Vanaf de eerste tot de laatste tonen van het album is het een aaneenschakeling van die elementen die het album, in mijn ogen, zo bijzonder maken. Je hoort een gitaar, soms aangevuld met een viool, af en toe met een elektrische gitaar. In elk geval is het nergens opdringerig. En steeds weer die stem van Hayward Williams; gewoonweg niet te overtreffen. Als toetje zit er nog een verborgen track op het album; het nummer ‘Just Like Us’.
Is er ook iets negatiefs te melden? Jazeker; een album met slechts negen nummers van deze kwaliteit is op zijn zachtst gezegd wat aan de korte kant.

Ik hoop dat er zich een volgende keer geen problemen meer met de platenmaatschappij voordoen, want dat het gewoon zonde is om op dit soort muziek lang te moeten wachten, mag duidelijk zijn.

Ik sluit af met: ‘GREAT PLAINS’.

 

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 3-10-2010

THE BIG TOWN PLAYBOYS - ROLL THE DICE


Het komt niet vaak voor dat jullie een al ouder album in de recensie voorgeschoteld krijgen. Toch is dat vanavond het geval; want ‘Roll The Dice’ van The Big Town Playboys is al in 2004 uitgebracht. Met dit album wilde de band haar 20-jarig bestaan vieren.
In die twintig jaren hadden The Big Town Playboys zich weten te ontwikkelen tot een echte partyband; bij optredens was men er in elk geval van verzekerd dat het dak eraf ging. Er hebben in al die jaren ook veel bezettingswisselingen plaatsgevonden, maar het enig overgebleven en oorspronkelijke lid van de band, bassist Ian Jennings wist zich te omringen met een band met een speciale voorliefde voor de West-Coast R&B, rockabilly en swing aan de dag legde.

Luister eerst maar eens naar: ’MERRY WAY’.

‘Roll The Dice’ is het 7e album van The Big Town Playboys. Het mag gerust een bijzonder album worden genoemd, want de 14 nummers die er op te vinden zijn hebben hun oorsprong in de vijftiger jaren en bevat materiaal van mensen als Little Walter, Johnny ‘Guitar’ Watson, Tom Waits, Charlie Rich, Billy Holliday en Ruth Brown. Meer bijzonder aan het album is dat er een elitekorps aan gasten hun medewerking aan verlenen. Daardoor komen we dan ook de namen van de betere Britse artiesten als Jools Holland, Robert Plant, Jeff Beck en Andy Fairweather Low tegen. De muziek is een mix van stijlen waarbij rockabilly, jazz en swing de boventoon voeren.
Door het grote aantal gasten op het album is er voor gekozen om in de leadzang enige variatie aan te brengen; dit maakt het album eigenlijk wel iets minder consistent. Dat het niet altijd even mooi uitpakt blijkt wel uit de samenwerking van Robert Plant en Jeff Beck bij het nummer ‘Look Out Mabel’. Dit laat namelijk geen erg inspirerende indruk achter.
Desondanks hebben The Big Town Playboys met dit album hun reputatie als partyband weer helemaal waargemaakt en vraag ik me nu ik dit opschrijf ook af waarom ik nu al tijdje niet meer zoveel van hen gehoord heb.

Bovenal echter denk ik dat het album gezien moet worden als een leuke surprise voor een twintigste verjaardag en daar is natuurlijk helemaal niks mis mee.

Ik sluit af met: ‘BIG TOWN’ .

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 26-9-2010

LOS LOBOS - TIN CAN TRUST


Het zou me wel erg verbazen als er nog mensen zijn die nog nooit van Los Lobos hebben gehoord. De band bestaat immers al vanaf 1973 en sinds 1982 speelt ze al in ongewijzigde samenstelling. Ze hadden ooit een monsterhit met ‘La Bamba’, maar om daar na al die jaren hun bekendheid aan op te hangen zou hen onrecht aandoen. Dan liever hun nieuwe album ‘Tin Can Trust’ beluisteren want het heeft wel weer even geduurd, alvorens ze met een nieuw album kwamen.

Ga maar luisteren naar: ’BURN IT DOWN’.

Op het nieuwe album staan 11 nummers; de meeste zijn geschreven door David Hidalgo en Louie Perez. Slechts twee nummers zijn Spaanstalig en 1 is volledig instrumentaal. De rest is dus Engels. Het album overtrof mijn verwachtingen. Hidalgo en Perez tonen weer eens aan goede songs te kunnen schrijven en door gebruikmaking van allerhande instrumenten en uitnodiging van de juiste gastspelers (Susan Tedeschi) en de finishing touch door Steve Berlin die de songs voorziet van toetsen en saxofoon maakt van ‘Tin Can Trust’ een heel smakelijk album, waarop veel ingetogen blues en rock nummers, gedompeld in een enigszins dreigend depressief gevoel voorkomen. Bij dit alles zijn de Mexicaanse invloeden, het oorspronkelijke handelsmerk van de band, natuurlijk niet ver verwijderd. Al met al zit er qua stijlen dus zowat alles in; het is dan ook niet moeilijk om de aandacht vast te blijven houden. Vrijwel nergens zijn er momenten dat het gaat vervelen, terwijl er aan de andere kant ook geen echte uitschieters op het album staan. Aan het eind moet ik gewoon concluderen dat het allemaal goede nummers zijn en dat het nieuwe album van Los Lobos staat als een huis.
Opmerkelijk op het album is the Greatful Dead –cover ’West L.A. Fadeaway’, waarbij maar weer eens duidelijk wordt met welk gemak deze band kan spelen. En er is nog meer richting Greatful Dead op het album te vinden, want het nummer ‘All My Bridges Burning’ heeft Hidalgo samen geschreven met Robert Hunter, de inmiddels 70 jarige tekstschrijver van ‘the Dead’.

Met het nieuwe album lijkt Los Lobos er weer helemaal te zijn; vrijwel alles klopt: de sfeer, de teksten en niet te vergeten het gitaarwerk. Wat is er nog meer te wensen.
Ik sluit af met: ‘WEST L.A. FADEAWAY’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 12-9-2010

PHANTOM PUERCOS - III


Het kan zo maar gebeuren dat je bij het zien van een hoesje van een cd op het verkeerde been wordt gezet; bij het nieuwe album van Phantom Puercos althans is mij dat overkomen. Op het hoesje is te zien dat een oude T-Ford uit de modder wordt getrokken door twee paarden. Bij het zien hiervan gingen mijn associaties dan ook vrijwel meteen naar Amerika, naar de Americana of rootsmuziek en ik dacht dat Phantom Puercos een nieuwe Amerikaanse band zou zijn. Groot was mijn verwondering dan ook toen ik tot de ontdekking kwam dat deze band gewoon uit Nederland komt; uit Nijmegen nog wel; en dat deze band al vijf jaar muziek maakt en dat ze in die tijd, inclusief hun nieuwste, al 3 albums uitgebracht.

Tijd dus om te gaan luisteren naar: ’EIGHTY EIGHT’.

Dit nummer is het openingsnummer van het album; daar het uptempo is, zorgt dit meteen voor een mooie binnenkomer. De muziekstijl van de band valt het beste te omschrijven als altcountry maar dan wel die van de donkere kant; waarvoor men de term country noir heeft uitgevonden en waarin vaak mislukte relaties centraal staan.
Zoekend naar de invloeden van de band, kom je toch al vlug uit bij Neil Young; Drive-By Truckers en Wilco. En eerlijk is eerlijk; de band doet het niet onverdienstelijk. Mooi aan het album is dat de muzikanten de ruimte krijgen om hun kunnen te etaleren. Want naast het feit dat de muziek van de band aanschuurt tegen de rock. Krijg ook de banjo, de mandoline of de lapsteel ruim baan en gaat het album daardoor meteen anders klinken dan bij de doorsnee Nederlandse altcountry band te horen is.
Als hoogtepunten van het album komen voor mij het openingsnummer en de track ‘Me And My Sister’ in aanmerking; met name omdat hier aangetoond wordt dat er, uitgaande van een simpel gegeven, een mooie song tevoorschijn kan komen.

Zo zie je maar; niets hoeft zo te zijn als het lijkt; maar in het geval van Phantom Puercos is dat helemaal niet erg; je kunt je rustig laten meevoeren door hun muziek en genieten.

Ik sluit af met: ‘ME AND MY SISTER’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 4-7-2010

SCOTT MCKEON - TROUBLE


Zijn debuutalbum: ‘CAN’T TAKE NO MORE’ heeft ervoor gezorgd dat de 23 jarige Brit, Scott McKeon al een aantal jaren als veelbelovend talent te boek staat. Het heeft er zelfs voor gezorgd dat hij daarmee in 1998 de titel ‘Young Guitarist Of The Year’ in de wacht kon slepen. Het werd stilaan wel tijd voor een opvolger. Eindelijk is deze er nu onder de titel TROUBLE’; een album met daarop twaalf tracks en waarvan McKeon de productie zelf ter hand heeft genomen.

Luister naar: ’THE GIRL’.

Op zijn nieuwe album zoekt Scott McKeon de grenzen op van wat bluesmuziek eigenlijk is; hij heeft zich hierbij in het geheel niet laten inperken. Daardoor kom je naast bluesrock ook funky jazz (‘BROKEN MAN’) tegen; toont hij affiniteit met Soul en R&B, of tovert hij een blazerssectie tevoorschijn (‘GIVING ME THE BLUES’). Mocht er verder nog iemand zijn die onvoldoende op de hoogte is van McKeon’s kwaliteiten als gitarist, dat overigens sterk wordt beïnvloed door zijn grote voorbeeld Stevie Ray Vaughan; dan raad ik deze aan even naar het ruim 8 minuten durende ‘ALL THAT WE WERE’ te luisteren. Ik heb er alle vertrouwen in dat daarmee de laatste twijfel over zijn kunnen wordt weggenomen.
Het zal waarschijnlijk niet verbazen dat door dit alles de nummers op het album goed in het gehoor liggen en terwijl hij bij deze opnamen er zelf niet voor terugdeinsde om een enkele keer de toetsen van het orgel te bedienen; soms ook eens aan de bas te plukken en de percussie voor zijn rekening te nemen, is het hem ook nog eens gelukt om een paar klasbakken als gastmuzikant aan zijn band toe te voegen. Zodoende komen we de namen van Robbie McIntosh (Pretenders, Paul McCartney; Roger Daltrey) en David Ryan Harris (John Mayer) op het album tegen.
Al met al is ‘TROUBLE’ een erg gevarieerd en veelzijdig album geworden, dat het zeker goed zal gaan doen. Ook al is het naar mijn idee hier en daar een beetje overgeproduceerd en mag het soms nog wel een beetje rauwer klinken. Scott McKeon is echter nog jong; dus dat laatste komt de komende jaren ongetwijfeld ook nog wel goed.

Ik sluit af met: ‘GIVING ME THE BLUES’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 20-6-2010

JOE BONAMASSA - BLACK ROCK


Gezien het gedrag en opstelling van zijn band tijdens het MBF in 2009, mag je wel stellen dat we waarschijnlijk nooit vrienden zullen worden, alhoewel het met Joe Bonamasssa zelf eigenlijk wel meevalt en het zijn hofhouding is die voor de problemen zorgt. Verder kun je van alles over hem zeggen; maar niet dat het iemand is die stilzit. Vrijwel elk jaar verschijnt er een nieuw album van hem, ook nu weer. Voor het opnemen van zijn 10e album is hij zelfs naar Griekenland getogen, naar de Black Rock Studios in Santorini waar hij met naast zijn eigen bandleden ook met locale musici een aantal nummers heeft opgenomen.

Ga maar eens luisteren naar: ’BIRD ON A WIRE’.

De titel van het nieuwe album is een verwijzing naar de studios waar het album is opgenomen. Onder de dertien nummers die het album telt komen we een 8- tal covers tegen waaronder Willie Nelson ‘s: ‘NIGHT LIFE’, waarbij Bonamassa’s ontdekker BB King ook nog even mee komt doen. Ook John Hiatt’s: ‘I KNOW A PLACE’ en Leonard Cohen’s: ‘BIRD ON A WIRE’ staan daartussen, waarvan de laatste wel op een mooie manier op het album is terechtgekomen. Het vormt eigenlijk het enige rustpunt op het album; bij de overige nummers wordt toch wel stevig uitgepakt. Verder komen we qua covers o.a. nog Jeff Beck’s: ‘SPANISH BOOTS’ en Otis Rush’s: ‘THREE TIMES A FOOL’ tegen.
Het gitaarspel van Joe Bonamassa is zoals wel te verwachten was weer erg solide. Hij heeft inmiddels een eigen stijl weten te ontwikkelen waarmee hij een voor hem herkenbaar geluid heeft. Iets dat alleen de betere gitaristen is gegeven.
Toch is er ook een minpuntje te benoemen. Bonamassa is op zijn nieuwe album een beetje aan het experimenteren geweest met Griekse instrumenten als bouzouki en clarino (een soort klarinet). Het is hem daarbij niet echt gelukt om met gebruikmaking van deze instrumenten het echte bluesgevoel op te roepen; hierdoor wekken deze instrumenten dan ook eerder irritatie op dan fascinatie.
Daarmee hebben we het wat de kritiek betreft ook wel weer gehad want verder is het een redelijk veelzijdig album.

Eind dit jaar komt Bonamassa weer naar Nederland voor een aantal optredens; daarna gaat hij zich aansluiten bij een supergroep, samen met Glenn Hughes (Deep Purple) en Jason Bonham (zoon van John Bonham, Led Zeppelin) gaat hij de band Black Country vormen. Benieuwd waar dat op uit gaat draaien.

Ik sluit af met een cover van James Clark: ‘LOOK OVER YONDERS WALL’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 13-6-2010

KING MO - SWEET DEVIL


King Mo is een fenomeen binnen het bluescircuit. In haar korte bestaan heeft deze band een goede reputatie als live-act weten op te bouwen. De bezetting van King Mo kent geen onbekende namen. De leden van de band werden begin 2009 gerekruteerd uit 3 andere bands te weten Phil Bee and the Buzztones, The Strikes en Memo Gonzalez.
Al eerder verscheen van King Mo het veredelde demo-album ‘LIVE AT THE BONBONNIERE’. In de tussentijd hebben de mannen echter niet stilgezeten. Het nieuwe album is er al.

Ga maar eens luisteren naar: ’SUITS ME RIGHT’.

Met ‘SWEET DEVIL’ is er weer gekozen voor een cd met live muziek. Ditmaal opgenomen op diverse lokaties in Nederland. Er staan 9 nummers op het album waarvan 6 eigen. Al vanaf het eerste nummer: ‘NO USE DENYING’ wordt al duidelijk waarom King Mo, momenteel zo hot is. De enige pretentie die de band heeft is om muziek vanuit het hart te maken en dat is ook wat je hoort. Negen sterke nummers met de stem van Phil Bastiaans plus een ritmesectie bestaande uit Jules van Bussel op bas en Henk Punter op drums. Het plaatje wordt compleet gemaakt door het gitaarspel van Sjors Nederlof die daarmee een centrale rol binnen de band krijgt toegemeten en last but not least Colly Franssen op Hammond-orgel; Wat is dat toch een heerlijk instrument; alleen al met gebruikmaking hiervan wordt de muziek naar een hoger plan getild.
Dit alles maakt dat we hier te maken hebben met een prima band en prima muziek; het nodigt uit om vaker te beluisteren. Voor mijzelf is het absolute hoogtepunt de laatste track; tevens klassieker: ‘AIN’T NOBODY’S BUSINESS IF I DO’. Hier valt alles samen en wordt nog eens onderstreept waar het allemaal om te doen is; de passie.
Er schijnt nog een hidden track met de titel ‘Lay It Low’ op het album te staan; ik heb die zelf nog niet kunnen vinden. Het schijnt ook niet echt gemakkelijk te zijn om deze te vinden. Reden te meer om deze cd nog maar weer eens in mijn cd te steken, een straf is het toch al niet om naar deze muziek te luisteren, en overigens is het gewoon zo, dat ik wel alles wil horen wat er op het album staat.

Ik sluit af met: ‘MAKE IT RIGHT’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 6-6-2010

MUMFORD & SONS - SIGH NO MORE


Mumford & Sons is een Londense folk rockgroep bestaande uit Marcus Mumford, Winston Marshall, Ben Levett en Ted Dwane.
De band bestaat sinds eind 2007. Het debuutalbum: ‘SIGH NO MORE’ verscheen al eind 2009 en inmiddels hebben zich al diverse recensenten erg lovend over deze band en het album uitgelaten. Ook aan de radiostations is de muziek van deze band niet onopgemerkt gebleven. ‘LITTLE LION MAN’ het singlenummer van het album is hier al regelmatig te horen geweest.

Tijd dus om zelf eens te gaan luisteren naar: ’WHITE BLANK PAGE’.

Ik ga er zelf verder ook geen doekjes om winden; ik kan maar geen genoeg van het album krijgen; de repeatknop maakt zijn functie deze dagen meer dan waar; zo bijzonder vind ik het allemaal. In de 12 nummers op het album staan veelal liefdesperikelen op de voorgrond, hetgeen met de krassende stem van Marcus Mumford sfeervol in beeld wordt gebracht. En hoewel het in de songs vaak niet goed afloopt, is daar daarentegen in de muziek weinig van te merken. De nummers kunnen dan wel somber worden ingezet; uiteindelijk gaat dit over in een portie opzwepende muziek die zijn weerga niet kent; niet in de laatste plaats door de gebruikmaking van instrumenten als akoestische gitaar, contrabas, banjo en soms een drumkit. De neiging om de volumeknop in de hoogste stand te zetten dringt zich al snel op, als ook de animo om mee te gaan blèren met de muziek.
Het meeste indruk op het album maakt de samenzang van deze mannen. Deze is echt onweerstaanbaar. Het enthousiasme en de uitbundigheid spat er vanaf. De muziek is er een uit de beste Ierse en bluegrass – traditie en zou eerder met een oudere generatie geassocieerd worden dan met een band bestaande uit prille twintigers.

Voor mij kan het niet meer stuk; ik kan geen zwakke momenten op het album ontdekken. ‘SIGH NO MORE’ is een debuut en het zal zeker niet het laatste zijn wat we van Mumford te horen krijgen; wat mij betreft hebben zij nu al een koppositie binnen hun genre veroverd.
Ik hoop dat velen deze ervaring met mij zullen delen.
Ik sluit af met: ‘AWAKE MY SOUL’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 23-5-2010

 

ERIC BIBB - BOOKERS’S GUITAR


Booker T. Washington die we beter kennen onder zijn verbasterde naam: Bukka White is verantwoordelijk voor de start van de carrière van één van ’s werelds bluesgiganten: BB King. King kreeg zijn eerste gitaar van Booker en ook zijn stijl van gitaarspel blijkt een afgeleide te zijn van het slidespel van zijn oudere neef.
Onlangs kreeg Eric Bibb via een fan een National gitaar van Booker in handen. Deze ervaring heeft hem dermate aangegrepen dat hij daar maar meteen een album aan wijdde met daarop 18 tracks. Het album kreeg de toepasselijke titel ‘BOOKER’S GUITAR’ mee; en is het 15e album van Eric Bibb.

Ga luisteren naar het titelnummer: ’BOOKER’S GUITAR’.

De muziekstijl op het album is het beste als blues met folk te omschrijven. Het lijkt allemaal zo eenvoudig wat Bibb op dit album doet; de begeleiding wordt hier en daar aangevuld met een mondharmonica maar voor het overige heeft hij niet meer dan zijn stem en een gitaar nodig om zijn boodschap over te brengen. Bibb is in feite een verhalenverteller. Zo vertelt hij in ‘NEW HOME’ over de terpentinekampen waaraan de Afro - Amerikanen probeerden te ontsnappen; en staat de religie centraal in ‘ONE SOUL TO SAVE’; om even later op de educatieve tour te gaan in ‘TURNING PAGES’ waarin hij stimuleert om op zijn tijd een goed boek te lezen. Bij het nummer ‘TELL RILEY’ geloof ik wel dat duidelijk is wie hier bedoeld wordt. Kortom zo heeft elk nummer zijn eigen verhaal.
Gezien het authentieke karakter zou het me niet verbazen als het hele album in één take was opgenomen.
Ik proef het respect dat Bibb heeft voor de deltablues; of het nu een uptempo nummer is of een meer ingetogen bluessong; elk nummer wordt met hart en ziel voor het voetlicht gebracht, precies zoals de echte liefhebber het wil horen.

Bibb heeft niet altijd erkenning voor zijn muziek gehad; vaak werd die afgedaan als middle of the road en de blues niet waardig. Met dit album zal dat wat de erkenning betreft wel gaan veranderen. Hier toont hij in elk geval aan een plaats binnen dit genre waardig te zijn.
Ik sluit af met: ‘EVERYDAY’S BEEN SUNDAY’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 16-5-2010

 

COCO MONTOYA - I WANT IT ALL BACK


De meesten weten wel dat Coco Montoya ooit stergitarist was bij John Mayal & The Bluesbreakers. Wat menigeen ook weer niet zal weten is dat hij zijn eerste schreden op het bluespad zette in de band van Albert Collins maar dan wel als drummer. Collins was het die Montoya gitaar leerde spelen. John Mayal raakte zo van hem onder de indruk dat hij hem vroeg toe te treden tot zijn band. Die samenwerking duurde zo’n kleine twintig jaar; tot Montoya eind jaren tachtig meer heil zag in een solocarrière. Inmiddels zijn we 6 albums verder en heet zijn nieuwste: ‘I WANT IT ALL BACK’.

Ga maar luisteren naar: ’FANNIE MAE’.

Diegenen die op het nieuwe album van Coco Montoya stevig gitaarwerk, toch wel zijn handelsmerk, dachten tegen te komen; zouden wel eens bedrogen uit kunnen komen. Het spetterende gitaarwerk of de stevige bluesrock heeft op het nieuwe album namelijk plaats gemaakt voor songs die meer richting R&B gaan en waar vleugjes funk, soul en zelfs salsa in te ontwaren zijn. De echte bluesliefhebber komt misschien nog wel het meest aan zijn trekken bij het zojuist gehoorde ‘FANNIE MAE’; de track waarbij Rod en Honey Piazza de gelederen zijn komen versterken.
Het album is, om een jargonterm te gebruiken, een open productie. Verantwoordelijk hiervoor is Keb Mo’; hij werd aangetrokken om als producer van het album te fungeren hetgeen aan het uiteindelijke resultaat duidelijk is te merken.
Ondanks dat het album niet geheel aan de verwachting voldoet; aanvankelijk misschien zelfs iets te commercieel klinkt en te veel richting popmuziek neigt, mag je hier toch van een goed album spreken. Na een aantal keren luisteren moet je ook gewoon kunnen concluderen dat het allemaal keurig verzorgd is op het nieuwe album. Montoya zorgt voor prima gitaarwerk en is goed bij stem. Over het algemeen genomen kan gezegd worden dat verzorgdheid, frisheid en melodieuze composities de sleutelwoorden zijn voor het album. Een en ander wordt nog eens ondersteund met mooie achtergrondzang, blazers en Hammondklanken. Eigenlijk ideaal voor een ontspannen voorjaarsavondje.
Ik sluit af met: ‘DON’T GO MAKIN’ PLANS’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 9-5-2010

SUGAR BLUE - TRESHOLD


Geboren als James Whiting groeide Sugar Blue op in Harlem New York. Hij wordt gerekend tot de betere mondharmonicaspelers getuige ook zijn opnames met legendarische figuren als Brownie McGhee, Roosevelt Sykes en Memphis Slim. Maar ook The Rolling Stones kenden ’s mans kwaliteiten. Zij maakten gebruik van diens specialiteit op hun albums: ‘SOME GIRLS’ en ‘TATTOO YOU’. Toch bleef Sugar Blue ook een solocarrière nastreven; zelfs het aanbod om met de Stones op tournee te gaan werd hiervoor afgeslagen. ‘TRESHOLD’ is inmiddels zijn zesde soloalbum

Ga maar eens luisteren naar: ’COTTON TREE’.

Ik weet niet of het nu zo’n goed idee was om een toer met de Stones af te slaan om aan zijn solocarrière te werken. Want laten we wel wezen; iemand mag dan wel een goed mondharmonicaspeler zijn; dat wil nog lang niet zeggen dat hij dan ook een goed songschrijver en bandleider is. In het geval van Sugar Blue en zijn nieuwe album wordt dit op pijnlijke manier duidelijk. Het harmonicaspel is nog wel goed te verteren maar daar blijft het ook wel bij. Voor het overige is er niet veel positiefs te melden over het nieuwe album. Ik kan hier nu wel een verhaal vertellen over de verschillende stijlen die op het album voorbij komen zoals een beetje jazz; een beetje funk; een beetje blues en zelfs een beetje pop. Ook schijnt het zo te zijn dat onder de studiomuzikanten een aantal gerespecteerde namen voorkomen, maar daarmee is dan ook wel alles gezegd, want voor het overige is het een album dat nergens echt interessant wordt. De zang is ingetogen, nergens rauw; eerder vlak en glad. Daarnaast wordt van het potentieel van de studiomuzikanten weinig tot geen gebruik gemaakt. Maar hetgeen de deur helemaal doet dichtslaan is de laatste track bestaande uit een interview; kwalitatief erg slecht opgenomen en uitgevoerd door een dame die het giechelen tot een ware kunst weet op te voeren. De meerwaarde van deze toevoeging ontgaat me totaal.

Dus.. Als ik Sugar Blue was geweest; dan had ik het aanbod van een toer met the Stones met beide handen aangegrepen en had ik me beziggehouden met die dingen waar ik goed in ben. In dit geval mondharmonicaspelen. De rest zou ik overslaan.
Ik sluit af met: ‘DON’T CALL ME’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 2-5-2010

 

RICK ESTRIN & THE NIGHTCATS - TWISTED


Rick Estrin mag geen onbekende heten binnen de wereld van de blues, want al meer dan 30 jaar is hij de frontman geweest van Little Charlie & The Nightcats. Na het vertrek van Litlle Charly lag het misschien dan ook wel voor de hand dat Rick Estrin het stokje over zou nemen en naamgever van de band werd. Nieuw binnen de band werd ook de naam van de Noorse gitarist Kid Andersen die de lege plek die Charly Baty achterliet innam. Deze bezettingswisselingen maakten dat er in feite een nieuwe band was ontstaan die in de nieuwe samenstelling en onder de nieuwe naam een nieuw album heeft uitgebracht, met de titel ‘TWISTED’. Eigenlijk hebben we dus hier te maken met een debuutalbum.

Ga maar eens luisteren naar: ’BIG TIME’.

Het was al vroeg duidelijk dat Rick Estrin een uitzonderlijk mondharmonicaspeler was. Ook Muddy Waters was dat al opgevallen. Hij was het ook die zeer lovende woorden over de verrichtingen van Estrin sprak, toen deze nog aan het begin van zijn carrière stond.
Ook op het nieuwe album zijn het Estrin’s kwaliteiten als mondharmonicaspeler waar het grotendeels om draait. En eerlijkheidshalve moet ik erbij vertellen dat dit ook haast niet anders kan. Estrin is namelijk niet gezegend met een erg sterk stemgeluid; enige compensatie moet dan ook wel uit andere kwaliteiten komen.
Daarnaast wordt hij op het album begeleidt door een band waar hij best trots op mag wezen, want naast een erg goede ritme sectie die weet wat drummen en bassen inhoudt mag ook het gitaarspel van Kid Andersen niet onbenoemd blijven. Met zijn gitaar kan Andersen als geen ander het gevoel dat bij een nummer past etaleren. Hij verstaat ook de kunst om te variëren met van diverse stijlen binnen een en hetzelfde nummer. Luister bijvoorbeeld maar eens naar het nummer: EARTHQUAKE; waarin het gaat van rockabilly naar surf tot blues.
Het is al gezegd; eigenlijk is dit een debuutalbum, maar het zal ook duidelijk zijn dat Estrin door zijn jarenlange ervaring als muzikant weet hoe het hoort. Ondanks het feit dat het alle kanten op gaat met de muziek op dit album, klinkt het allemaal erg vertrouwd en zal het de ware bluesliefhebber niet onberoerd laten. Het album mag dan ook tot een absolute aanrader worden bestempeld.
Ik sluit af met: ‘SOMEONE, SOMEWHERE’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 25-4-2010

WILLY CLAY BAND - BLUE

Overal ter wereld wordt muziek gemaakt. Ook in het uiterste noorden van Zweden in het mijnwerkersplaatsje Kiruna gebeurt dat. Er komt zelfs een band vandaan met een naam die je niet meteen in verband brengt met Zweden, namelijk de Willy Clay Band. Dat de muziek van deze band geschaard kan worden onder de noemer countryrock mag alleen nog maar meer verbazing wekken.
‘BLUE’ is het tweede album van de band. Het is de opvolger van het vier jaar geleden uitgebrachte succesvolle debuutalbum ‘REBECCA DRIVE’.

Ga maar eens luisteren naar: ’STAY DOWN’.

Een hoesje van een album bevat vaak uiterst nuttige informatie. Zo wordt er in de inleg van ‘BLUE’ vermeld dat het leven in het noorden van de poolcirkel soms behoorlijk traag gaat. In het plaatsje Kiruna neigen de mensen ernaar om eerst twee keer na te denken alvorens men tot actie komt. En als er niets belangrijks te melden is, dan moet je stil zijn. Na het album beluisterd te hebben denk ik: ‘Hadden ze maar gedaan wat ze daar opgeschreven hebben’. Hadden deze vijf mannen maar twee keer nagedacht alvorens dit album werd uitgebracht.
Want alhoewel met het openingsnummer ‘MOST OF ALL’ een veelbelovend begin wordt gemaakt kan de band dit niveau over het hele album niet handhaven. Boosdoeners zijn met name de elektrische tracks van dit 13 nummers tellende album. Op een gegeven moment is daar de spanning wel af en biedt het weinig sprankelends. Positieve uitzondering hierop is het nummer: ‘MODERN WORLD’; hier is nog muziek met een enigszins rauw randje te ontdekken. Voor het overige is het alleen maar meer van hetzelfde. Gelukkig staan er ook nog enkele akoestische tracks op het album zoals: JAILBIRD; THE MINER; FAR AWAY en NEVER NEVER. Nummers die door hun eenvoud en begeleiding op banjo, mandoline en steelgitaar een stuk prettiger zijn om te beluisteren.
Je zou wensen dat de band meer van dit soort nummers had laten horen en dat ze bedacht zouden hebben dat ze met een album met enkel akoestische nummers ook iets te melden hadden gehad. Met dit album vertellen ze niets belangrijks, althans niet wat al niet eerder gehoord is. Hier is alleen maar meer van hetzelfde te horen hetgeen een groot risico in zich draagt ….. verveling


Ik sluit af met: ‘NEVER NEVER’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 11-4-2010

MEENA - TRY ME


Een uitnodigende titel op een cd met een voor mij nieuwe naam. De cd is uiteindelijk in mijn speler belandt en inmiddels weet ik ook iets meer over Meena; namelijk dat ze geboren is in 1977; eigenlijk Martina heet; afkomstig is uit Oostenrijk; zij de muziek met de spreekwoordelijke paplepel kreeg ingegoten aangezien zij uit een muzikale familie stamt; dat ze door Europa en Noord Amerika heeft gereisd en dat ze daar verliefd is geworden op Chicago. En dat ze van Thomas Ruf (Ruf Records) de kans geboden kreeg dit debuutalbum ‘TRY ME’ op te nemen in Memphis; het Mekka van de blues. Tijd dus om daadwerkelijk eens iets van haar muziek te gaan proberen.

Luister naar: ’PUT YOUR HANDS OUT OF MY POCKET’.

Enige scepsis was me aanvankelijk niet vreemd; zeker toen ik zag wat een keur van gasten er aan het album meewerkten. Ik kwam de namen tegen van Joanne Shaw Taylor, Eric Sardinas, Donna Grantis, Erja Lyytinen, Coco Montoya en Shakura S’ Aida. De gedachte drong zich op dat met dergelijke namen iedereen wel een debuutalbum op zou willen nemen; de kans dat een album niet goed ontvangen zou worden is daarmee immers tot een minimum beperkt. Toch zou het niet eerlijk van mezelf zijn om deze vooringenomenheid hier te bepalend te laten zijn. Gewoon luisteren en de muziek onbevangen over me heen laten komen leek me daarom de beste optie en achteraf gezien heb ik daar geen spijt van gekregen. Over het algemeen genomen is ‘TRY ME’ namelijk een goed album, zeker voor een debuut. Het album bevat 12 nummers waarvan er 9 door Meena zelf zijn geschreven. De drie nummers die dat niet zijn, zijn het openings- en titelnummer ‘TRY ME’ van James Brown; ‘I’D RATHER GO BLIND’ bekend geworden door de uitvoering van Chiken Shack en ‘JUST AS I AM’ van Luther Allison. De nummers op het album variëren van melancholie naar het meer steviger werk zoals o.a. te horen is bij ‘SEND ME A DOCTOR’ hetgeen gezien de ondersteuning van Eric Sardinas bij dat nummer, niemand vreemd zal doen opkijken. Het, naar mijn mening, absolute hoogtepunt van het album is echter tot het laatst bewaard. Dan is daar Luther Allison’s: ‘JUST AS I AM’ in een werkelijk sublieme uitvoering te horen. Met dat nummer zorgt Meena samen met Coco Montoya en Shakura S’ Aida voor een prima afsluiting van het album.
De vraag of het album ook zo goed zou zijn geweest als Meena niet had kunnen beschikken over het aantal gasten dat nu aan haar album hebben meegewerkt is niet meer bij me opgekomen. Ik geloof namelijk wel dat zij haar weg binnen de blues zal weten te vinden en ook dat we haar in de toekomst nog wel eens gaan horen.
Ik sluit af met: ‘JUST AS I AM’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 4-4-2010

RECKLESS KELLY - SOMEWHERE IN TIME


Voor het eerst maakte ik zo rond 2004 kennis met de muziek van Reckless Kelly. Het internet afstruinend naar muziek belandde ik bij ‘UNDER THE TABLE AND ABOVE THE SUN’; het toen vierde album van deze band. De muziek klonk fris en vernieuwend; naar mijn idee ging het hier toch wel om de betere americana. Reden genoeg dus om dat album rechtsreeks via de site van de band te bestellen. Tijdens het openen van het pakketje dat ik met de post kreeg toegestuurd werd de vreugde alleen maar groter bij de constatering dat alle bandleden het album hadden gesigneerd. Voor mijn gevoel had ik hiermee toch weer een leuk hebbedingetje in huis. Ik heb daarna niet veel meer van de band vernomen, alhoewel er toch nog enkele cd’s uit hun naam zijn verschenen. Een goed moment om eens stil te staan bij hun nieuwste album en kijken hoe de band zich ontwikkeld heeft.

Ga luisteren naar: ’LITTLE BLOSSOM’.

Het album opent goed met het zojuist gehoorde LITTLE BLOSSOM. Stevig gitaarspel en een hoog tempo. De daaropvolgende twee nummers THE BALLAD OF ELANO DE LEON (met als gast Joe Ely) en Bird On A Wire doen daar niet voor onder. Ook hier een hoog tempo, prima gitaarspel en goede zang; deze muziek ligt prima in het gehoor. Helaas kan de band dit hoopvolle begin niet doortrekken over het hele album. Vanaf het vierde nummer zakt het tempo en daarmee ook de spanning in en wordt de muziek een soort alledaagse country met weinig opzienbarende elementen. En dit is toch eigenlijk wel jammer; temeer omdat het duidelijk is dat de band meer in zich heeft. Tussen de 12 nummers zitten gewoon een aantal tracks die de moeite meer dan waard zijn. Het zijn met name die songs waarbij rock meer op de voorgrond staat.
Wellicht dat een en ander te maken heeft met het feit dat Reckless Kelly met dit album een eerbetoon heeft willen geven aan Pinto Bennet; een singer songwriter op respectabele leeftijd die de band in haar beginjaren van de nodige adviezen heeft voorzien en die ook een deuntje op dit album mee komt doen (THELMA).
Voor mij mag het, over het geheel genomen, wel iets steviger en spannender. Ik zou weer graag die frisse, vernieuwende band willen horen die muziek maakt waar je niet moeilijk over hoeft te doen, maar die gewoon lekker uit de speakers knalt. Kortom Reckless Kelly mag zijn naam wel iets meer eer aandoen.
Misschien dat het er ooit weer van komt.
Ik sluit af met: ‘SOMEWHERE IN TIME’.

De bespreking door fons Daamen van 21-3-2010

NICK CURRAN & LOWLIFES - REFORM SCHOOL GIRL


Nick Curran is nu 32 jaar oud, maar al vanaf zijn 19e jaar is hij professioneel muzikant. Qua muziekstijl is hij moeilijk in een hokje te plaatsen. Het hele spectrum van rockabilly tot blues tot punk heeft hij namelijk al gespeeld. Van 2004 tot 2007 maakte hij deel uit van The Fabulous Thunderbirds, maar in die periode begon hij ook, samen met bassist Ronnie James, de punkband Deguello. Een optreden met deze band inspireerde hem in 2008 tot het beginnen van een nieuwe band: The Lowlifes. ‘REFORM SCHOOL GIRL’ heet het nieuwe album.

Luister naar het titelnummer: ’REFORM SCHOOL GIRL’.

Met dit nieuwe album lijkt Curran te zijn teruggekeerd naar zijn roots; al vanaf het openingsnummer ‘TOUGH LOVER’ , waar overigens Jason Ricci nog een schitterende bijdrage levert op zijn mondharp, denk je in de jaren ’50 te zijn aanbeland. Wat je hoort is goeie, ouderwetse rock & roll. De tijd van de de vetkuiven en pettycoats.
Dat is ook het beeld dat het hele album door blijft hangen; de oude tijden blijven prominent aanwezig. De muziek doet vaak nog het meeste denken aan die van Little Richard maar dan wel in combinatie met die van bijvoorbeeld The Ramones. Bij ‘SHEENA’S BABY’ ,de 6e track van het album gaat het even meer richting rhythm & blues en ook dat gaat de band prima af. Het album blijft staan als een huis en gaat nergens vervelen. Zeker niet als op een gegeven moment Phil Alvin (The Blasters) ook nog eens zijn steentje bij komt dragen op het nummer ‘DREAM GIRL’, door samen met Curran de zang en het gitaarspel voor zijn rekening te nemen. Wat meer heb je nodig op zo’n moment?

Neen; deze cd heeft geen zwakke momenten. Vanaf het eerste nummer blijkt Curran in staat om jou als luisteraar steeds meer te boeien.

Curran beleeft momenteel een moeilijke periode. Begin dit jaar werd bij hem mondkanker geconstateerd. Nick heeft laten weten het gevecht daartegen aan te gaan en hij weet zich daarin gesteund door een groot aantal Nederlandse bands, want die hebben hem op 28 februari j.l. een hart onder de riem gestoken door en benefietconcert voor hem te organiseren.

Laten we dus vooral hopen dat het met Nick weer goed komt; want het zou toch mooi zijn als we nog veel meer van dit uitzonderlijke talent krijgen te horen.

Ik sluit af met: ‘FLYIN’ BLIND’.

 

De bespreking door fons Daamen van 7-3-2010

DRIVIN’ N’ CRYIN’ - THE GREAT AMERICAN BUBBLE FACTORY


Na vorige week nog Kevn Kinney in de recensie te hebben gehad is het nu de beurt aan de band waar diezelfde Kinney ook nog deel van uitmaakt en min of meer de frontman van is. De band heet Drivin’ n’ Cryin’ en door het feit dat Kinney de afgelopen jaren meer met zijn eigen carrière bezig is geweest heeft het toch al weer 12 jaar geduurd alvorens deze band nu met ‘The Great American Bubble Factory’ voor de dag komt.

Ga maar luisteren naar: ’I SEE GEORGIA’.

Voor de titel van het album liet Kevn Kinney zich inspireren door het opschrift ‘Made in Taiwan’ dat hij ontdekte op de doos waarin de zeepbellenblazers verpakt waren die hij kocht voor enkele kinderen uit zijn buurt. Het opschrift deed hem beseffen dat zelfs deze doorzichtige zeepbellen werden geïmporteerd en niet uit Amerika afkomstig waren.

Aangezien Kinney ook verantwoordelijk is voor de teksten bij de muziek van Drivin’ n’ Cryin’ zal het niet verwonderlijk zijn dat ook nu weer de maatschappelijke betrokkenheid opvalt en gaan ook nu de songs weer over de gewone man.
Het grote verschil zit hem veel meer in de uitvoering. Drivin’ n’ Cryin’ maakt pure rock ’n roll. Dit varieert van spetterende nummers zoals: ‘Detroit City’ ; ‘I See Georgia’ ‘I Stand Tall’, en de rockversie van het titelnummer van Kinney’s soloalbum ‘Preapproved Predenied’; naar meer ingetogen nummers als ‘Midwestern Blues’ en ‘Train Wreck’.

12 jaar is een lange periode; al die tijd heeft de band geen albums meer gemaakt; en als ik dit album nu hoor moet ik toch concluderen dat Drivin’ n’ Cryin’ het niet verleerd lijkt te hebben. De band geeft er blijk van om ook na 12 jaar nog te weten hoe rock ’n roll gemaakt moet worden. Mocht de uitdrukking ‘een tweede jeugd hebben’ nog altijd opgeld doen, dan is dat zonder enige twijfel op Drivin’ n’ Cryin’ van toepassing, zo enthousiast klinkt het allemaal. Maar wat nog belangrijker is; je wordt het zelf ook. Je hoeft daarvoor alleen maar de volumeknop open te zetten en je helemaal weg te laten blazen door deze band.

Ik sluit af met: ‘GET AROUND KID’.