|
Recensie cd | |||||||||
|
Een overzicht van alle recensies vanaf 7 maart
2010, zoals besproken door Fons daamen (Moulin Blues).
Klik op de betreffende link voor de tekst en hoes.
Meest actueel:
En vervolgens in chronologische volgorde terug in de tijd:
Ga maar eerst luisteren naar : ‘GRAND PARADE’. ‘KMAG YOYO’ is het vierde album van Hayes Carll
en het wordt nu al zijn beste tot nu genoemd. Het album verwijst naar de
soldaten die actief zijn, of zijn geweest in Irak en Afghanistan. Deze landen
worden dan ook enkele keren genoemd in zijn songs. Hayes Carll is eigenlijk de
geboren verhalenverteller; die niet te beroerd is om zichzelf een spiegel voor
te houden en daar met enig sarcasme over zingt. In zijn teksten komen onder
andere de misstappen voor die hij in zijn jeugd heeft gemaakt en de lering die
hij daaruit getrokken heeft. Ongetwijfeld is er nog meer over het album te vertellen, maar waar het uiteindelijk om gaat en wat, na alles wat er te zeggen valt, alleen nog maar overblijft is de muziek zelf; en die kan alleen maar beluisterd worden. Dat is ook hetgeen ik iedereen wil aanraden. Luister naar deze muziek; spijt zul je er niet van krijgen. Ik sluit af met: ‘HIDE ME’
RYAN ADAMS - ‘ASHES & FIRE’ (22-1-12) Voor het eerst hoorde ik van Ryan Adams toen in 2000 het album
‘GOLD’ van hem verscheen. Uit de videoclip van de single ‘NEW YORK NEW YORK’
herinner ik me de skyline van deze stad die daarin te zien was. Het bleek dat de
opnames voor die clip 4 dagen voor de aanslagen hadden plaatsgevonden hetgeen
ervoor zorgde dat het zien van de clip een bizarre belevenis werd. Ga maar eerst luisteren naar : ‘DO I WANT’. De muziek van Ryan Adams heeft in zijn 11 jarige carrière wat
mij betreft het midden gehouden tussen rock-n roll en toch de echte
singer-songwriter-muziek. Soms liet hij zich begeleiden door zijn band the
Cardinals; dan weer was hij solo. Het leek wel of hij zelf zoekende was; Hij
maakte vaak een onrustige indruk; Was onvoorspelbaar. Als je pech had werd een
optreden al na 3 kwartier beëindigd, maar net zo goed kreeg hij het klaar om een
meer dan 2 uur durende set af te werken. Twijfels over de mentale stabiliteit,
al dan niet als gevolg van een wereld van drank en drugs, waren dan ook niet van
de lucht. Ik sluit af met: ‘INVISIBLE RIVERSIDE’
THE JAYHAWKS - ‘MOCKINGBIRD TIME’ (15-1-12) Vraag de rechtgeaarde Jayhawks-fan naar zijn favoriete album en je krijgt met stip de namen van de volgende twee albums te horen. Allereerst ‘HOLLYWOOD TOWN HALL’ uit 1992 en daarnaast ‘TOMORROW THE GREEN GRASS’ uit 1995. Latere albums worden niet vaak genoemd. Voornaamste reden hiervan is wel het feit dat Mark Olson in 1995 de band verliet. Daarmee werd tevens de magie enigszins aan de band onttrokken. Gary Louris en de zijnen gingen nog wel verder maar het niveau van voorheen leek niet meer te worden gehaald. Wij zijn nu 16 jaar verder en Mark Olson, inmiddels gescheiden van zijn tweede vrouw, heeft zich weer bij zijn oude vrienden gevoegd. Deze hereniging wordt nu gevierd met een nieuw album ‘MOCKINGBIRD TIME’. Ga hiervan maar eerst naar het titelnummer luisteren: ‘MOCKINGBIRD TIME’. ‘MOCKINGBIRD TIME’ is het achtste studioalbum
van the Jayhawks. Gary Louris is de producer en dat is ook wel te horen. De
countryrock vormt weliswaar nog wel de basis van de muziek, maar nummers
richting popmuziek worden ook niet geschuwd. We hebben het dan weer wel over de
betere popmuziek in de stijl van The Byrds, maar we horen vooral veel Beatles
zoals in ‘HEY MR. MAN’; ’GUILDER ANNIE’ en het mooie ‘POURIN RAIN AT DAWN’. Een hereniging wil niet per definitie zeggen dat het een succes wordt. Toch lijken the Jayhawks daar met ‘MOCKINGBIRD TIME’ zeker wel in geslaagd te zijn. In elke geval mag je zeggen dat er vrijwel geen slechte nummers op het album staan. Het heeft dan misschien een tijdje geduurd maar de echte fan weet voortaan wel een derde favoriete album te noemen. Ik sluit af met: ‘CINNAMON LOVE’
DAWES - ‘NOTHING IS WRONG’ (8-11-2012)
Ga eerst maar eens luisteren naar: ‘TIME SPENT IN LOS ANGELES’. Met hun tweede album worden de geluiden dat de band de nieuwe fakkeldrager van de folkrock is, steeds groter. Of dat inderdaad zo is, mag misschien wel een beetje vroege constatering zijn; feit is echter wel dat Dawes alles daarvoor in zich heeft. De sound van Dawes bevat namelijk veel invloeden van bands als The Byrds en Crosby, Stills, Nash & Young; muziek die wordt gekenmerkt door sterke samenzang, krokant gitaarspel en liefst ook nog de tonen van een Hammondorgel. Er zijn genoeg in het oog springende songs van het album te noemen om dit te onderstrepen. Om er maar enkele te noemen: ‘TIME SPENT IN LOS ANGELES’; ‘IF I WANTED SOMEONE’, ‘FIRE AWAY’ waar overigens Jackson Browne als gastzanger op te horen is en hekkensluiter ‘A Little Bit of Everything’ ;een werkelijk bloedmooie song. Hiermee is het nieuwe jaar voor mij weer goed
begonnen; het is niet vaak dat je pareltjes als ‘NOTHING IS WRONG’ tegenkomt.
Een erg mooi album; een absolute aanrader en zeker een album dat het verdient om
onder de aandacht van een breed publiek te worden gebracht. Mochten er nu al mensen zijn die niet kunnen wachten om Dawes live aan het werk te zien. In februari doen ze Nederland aan en staat een optreden in het Amsterdamse Paradiso gepland. Ik sluit af met: ‘A LITLLE BIT OF EVERYTHING’
De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 11-12-2011 KING MO - ‘KING OF THE TOWN’
Ga eerst luisteren naar: ‘I WAS WRONG’. Weliswaar maakt het hoesje melding van 10 titelnummers; in feite draait het echter om 9 tracks. Het eerste ‘JAPANESE ANALOG’ kan wat mij betreft niet als serieuze track worden meegeteld, want gedurende 18 seconden is er niet meer dan gekraak van een vinylalbum te horen. Nee……, dan de overige tracks, daar laten de mannen horen waar het werkelijk om gaat. Goede muziek; bluesmuziek welteverstaan van een goed op elkaar ingespeelde band met mooie, dragende zang van Phil Bee en bij tijden schitterend gitaarwerk van Sjors Nederlof; luister daarvoor vooral naar het ruim 7 minuten durende ‘200 MILES’ hetgeen even later nog eens dunnetjes wordt overgedaan in het ietsjes korter durende ‘200 MILES SLIGHT RETURN’. Een verwijzing naar klassieker ‘LITTLE WING’ ligt bij deze nummers ontegenzeglijk voor de hand, maar het doet geen afbreuk aan de kwaliteit van deze nummers en dat is per slot van rekening wat er het meeste toe doet. Overigens mag bij dit alles de ondersteuning op Hammond orgel door Colly Franssen niet worden vergeten. Ook de andere nummers mogen er zijn; inclusief de covers te weten: Al Green’s ‘ I’M A RAM’ en Dave Specter’s ‘COMING HOME’. Een in de basis instrumentaal nummer dat voor de gelegenheid door Phil Bee van tekst is voorzien. Kortom…. Met ‘KING OF THE TOWN’ laat King Mo een koninklijk visitekaartje achter waarmee nog maar eens wordt aangetoond dat de band absoluut tot de eredivisie van de Nederblues behoort.
De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 27-11-2011 PETER BEEKER & ONGENODE GASTE Ongenode Gaste is een rockband, bestaat al sinds 2000 en speelt alleen maar eigen muziek. Bijzonder is verder dat de teksten die worden gezongen in het dialect zijn. Man van het eerste uur en tevens frontman van Ongenode Gaste is Peter Beeker. Door de jaren heen heeft hij de nodige bezettingswisselingen; het uitbrengen van drie eerdere cd’s en enkele ep’s meegemaakt. Daarnaast heeft hij ook nog een solo-album uitgebracht. In de palmares van Ongenode Gaste mag ook worden bijgeschreven dat ze ooit zelfs zijn uitgenodigd om de after show bij een optreden van The Black Crows in het Amsterdamse Paradiso te verzorgen. Ga maar luisteren naar:: ‘ICH BIN BLIEJ DES SE D’R BIS’. Een beetje onwennig ben ik wel aan dit verhaal
begonnen, want het komt nu eenmaal niet vaak voor dat er een dialect-cd in de
bespreking zit. En eerlijk gezegd heb ik ook wel wat vooroordelen aan de kant
moeten zetten, want eigenlijk heb ik niet zoveel met dialect muziek. Ik sluit af met: ‘FIEZE GRIEZE DAAG’
De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 13-11-2011
JON AMOR BLUES GROUP - ‘JON AMOR BLUES GROUP.’ Het is een ietwat slungelachtige verschijning
deze, als gitarist van The Hoax bekend geworden, Jon Amor. Hij is met een nieuw
project begonnen, welk is voorzien van de niets aan de verbeelding overlatende
naam Jon Amor Blues Group. Naast Jon bestaat deze band uit de broers Dave en
Chris Doherty op respectievelijk gitaar en bas en Simon Small op drums. Ga maar luisteren naar:: ‘REPEAT OFFENDER’. Vanaf ‘HOLY WATER’ het eerste nummer van het
10-tracks tellende album gaat het er stevig aan toe. Jon heeft een rauwe stem
die precies bij zijn muziek past. Zowel van zijn tijd bij The Hoax ( waar hij
overigens ook nog regelmatig mee optreedt) als uit zijn solocarrière weten we
dat hij goed met de gitaar overweg kan. In Dave Doherty heeft hij nu bovendien
nog een kompaan gevonden waarmee hij regelmatig een gitaarduel kan aangaan. Het nieuwe album is daarmee een echt album voor de liefhebber. Het is blues met ballen om het maar eens plat uit te drukken. En dan te bedenken dat er niet meer dan 8 dagen heeft geduurd om dit album op te nemen. Geen twijfel mogelijk dus.. Aanschaffen dit album, je krijgt er geen spijt van. Ik sluit af met: ‘YOU KNOW IT’S ONLY LOVE’
De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 6-11-2011 ERIC SARDINAS & BIG MOTOR - ‘STICKS & STONES’
Ga maar luisteren naar:: ‘THROUGH THE THORNS’. ‘STICKS & STONES’ telt elf nummers en Sardinas
weet er met behulp van zijn elektrische resonator de vaart behoorlijk in te
houden. Bluesrock zoals die hoort te zijn met nummers als: ‘ROAD TO RUIN’; ‘FULL
TILT MAMA’; ‘BURNIN’ SUGAR’ ,een nummer overigens dat zomaar op een Stones –
album terug te vinden zou kunnen zijn, en ‘MAKE IT SHINE’. Het is maar goed dat
er ook nog plaats is voor enkele rustmomenten op het album zoals dat het geval
is bij het laatste nummer: ‘TOO MANY GHOSTS’. Misschien is dit wel hetgeen wat Sardinas
gemeen heeft met de klassieke blues en soulartiesten; songs schrijven over
universele, alledaagse thema’s. Daarbij is het dan de kunst om een eigen manier
te vinden om zich over die thema’s uit te drukken. Ik sluit af met: ‘TOO MANY GHOSTS’
De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 9-10-2011 David Gogo is waarschijnlijk één van de meest aardige
blues-artiesten van het moment. Hij is niet alleen aardig qua persoon; zo
stilaan is hij inmiddels ook een gelouterd gitarist die met zijn solide
gitaarspel de nodige prijzen in de wacht heeft weten te slepen. Dus wat dit
betreft zit het allemaal wel goed bij deze uit Canada afkomstige gitarist. Daarvan gaan jullie eerst luisteren naar: ‘TIME IS KILLING ME’. Op het nieuwe album staan 10 nummers, die goed zijn voor een
dikke 40 minuten muziek. 4 nummers zijn van eigen hand en de overige nummers
zijn covers, zij het dat je eigenlijk niet meer van covers kunt speken want in
de uitvoering van David Gogo hebben al deze nummers een ware metamorfose
ondergaan. Echter alle lofuitingen ten spijt, want ja….. David Gogo is
een geweldig gitarist en dat hij ook best zijn eigen nummers kan schrijven
hebben jullie zojuist al kunnen horen. ‘TIME IS KILLING ME’ is daar namelijk een
uitstekend voorbeeld van. Ik sluit af met: ‘GETTIN OLD’
De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 25-9-2011 DAVID PHILIPS - ‘THE ROOFTOP RECORDINGS’ David Philips is een van oorsprong Britse singer songwriter, die echter al een aantal jaren Barcelona als domicilie gekozen heeft. Dat is ook de plaats waar hij zijn liedjes schrijft en waar hij met regelmaat op het dakterras gaat zitten spelen. Op die manier is ook zijn tweede album ‘The Rooftop Recordings‘ tot stand gekomen. In tegenstelling tot zijn debuutalbum waar hij nog ondersteuning kreeg van een aantal andere muzikanten heeft hij bij zijn nieuwe album alles alleen gedaan. Ga maar eens luisteren naar: ‘YOU DON’T MAKE ME’. Lef kan David Philips niet ontzegd worden, want ga er maar aan staan; Een heel album helemaal in je eentje, zichzelf begeleidend op gitaar en een enkele keer op de mondharmonica, volmaken. Daarbij heeft hij ook nog eens met zichzelf afgesproken dat alle liedjes er in 1 take op moesten komen, dus zonder de gebruikelijke opsmuk. Dit alles in overweging nemend mag het resultaat van deze dakterrassessie er best wezen. Zeker als je er voor in de stemming bent; dan luistert het album met tijden zelfs lekker weg; helemaal is dat het geval bij de mooiere songs zoals de nummers ‘South East Breeze’ en het prachtige ‘When I’m Drunk’. Toch levert Philips met ‘The Rooftop Recordings’ ook het bewijs dat lef niet het enige is wat je nodig hebt om een goed album te maken. Het is ook nodig om de aandacht van degene die luistert vast te houden en dat is nou net waar het bij dit album soms aan ontbreekt. Ondanks een aantal mooie nummers op het album staan er ook een aantal nummers tussen waarbij het niet echt lukt om oplettend te blijven; dat zijn ook de momenten waarop het album een beetje begint te vervelen. Desalniettemin moet van Philips worden gezegd dat hij een goed gitarist is met een aangenaam warme stem. Nu alleen nog een beetje variatie in het geheel en volgens mij komt het dan helemaal goed. Ik sluit af met: ‘WHEN I’M DRUNK’
De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 18-9-2011
GRAYSON CAPPS – THE LOST CAUSE MINSTRELS Luister maar eens naar: ‘JANE’S ALLEY BLUES’. Het nieuwe album heeft voor mij twee kanten. De ene kant is die van de liefhebber van rootsmuziek; waardoor ik me heb verheugd op het nieuwe album. Grayson Capps heeft in bijna alle muzikale centra van Amerika die ertoe doen gewoond. Getuige de diversiteit aan americanasongs lijkt het wel of hij je mee wil nemen langs de diverse plaatsen waar hij ooit heeft gewoond en de invloeden die hij daar heeft opgedaan. Het begint al meteen met opener ‘HIGHWAY 42’ waarin de invloeden van Nashville Tennessee, waar hij tot vorig jaar nog woonde, duidelijk merkbaar zijn. ‘COCONUT MOONSHINE’ en ‘OL’SLAC’ kunnen wat dat betreft verwijzen naar de periode dat hij in New Orleans woonde. Echter dat is niet alles Capps laat daarnaast ook nog eens zijn muzikaliteit zien met het balladachtige ‘CHIEF SEATTLE’ en het gospelgetinte ‘YES YOU ARE’. Aan de andere kant moet ik bekennen het nieuwe
album minder spannend te ervaren dan bij zijn vorige albums het geval was en de
vraag of dit album de competitie met zijn eerdere albums aan kan gaan, heeft
zich ook al bij mij aangediend. Of het mogelijk te maken heeft met het wegebben
van het verrassingseffect ?????..... Ik weet het niet. Ik sluit af met: ‘PARIS, FRANCE’
De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 10-7-2011 (laatste bespreking voor de zomervakantie. Eerstvolgende is op 28 augustus) IAN SIEGAL AND THE YOUNGEST SONS - ‘THE SKINNY’ Voor zijn nieuwe album ‘The Skinny’ heeft Ian Siegal een reis naar de North Mississippi Hill Country gemaakt. Siegal trof daar The Youngest Sons, oftewel Garry Burnside (jongste zoon van R.L. Burnside), Robert Kimbrough (jongste zoon van Junior Kimbrough), Rodd Bland (jongste zoon van Bobby Blue Bland) en Cody Dickinson (North Mississippi All Stars en zoon van Memphis producer Jim Dickinson). In hun Zebra Ranch in Coldwater werden 11 songs opgenomen. En alsof de eerdergenoemde Youngest Sons nog niet genoeg waren kwamen ook nog eens Alvin Youngblood Hart, Andre Turner en Duwayne Burnside even langs om mee te spelen op het album. Ga maar luisteren naar: ‘THE SKINNY’.
Ik sluit af met: ‘MOONSHINE MINNIE’, maar niet na jullie allemaal een prettige vakantie te hebben gewenst.
De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 3-7-2011 ISRAEL NASH GRIPKA - ‘BARN DOORS AND CONCRETE FLOORS’
Ga maar eens luistern naar: ‘LOUISIANA’. Het verhaal wil dat de keuze om in een schuur
op te gaan nemen gemaakt is na het nuttigen van veel bier. Spijt hoeft Gripka
daar eigenlijk niet van te hebben. De 11 nummers op het album staan in elk geval
garant voor 50 minuten topmuziek. Al vanaf het eerste nummer ‘FOOLS GOLD’ word
je als luisteraar al helemaal ingepakt door een scheurende mondharmonica en
Gripka’s geweldige stem. De nummers op het album gaan over verlies en liefde en
het hoofd boven water proberen te houden. De stijl is te vergelijken met het
vroegere werk van Neil Young, maar ook met dat van the Band en the Stones. ‘BARN DOORS AND CONCRETE FLOORS’ is weer eens zo’n album waarbij je de muziek zelf het woord moet laten doen en waar eigenlijk niet teveel over gezegd moet worden. Dat heeft dit album namelijk helemaal niet nodig. Ik sluit af met: ‘RED DRESS’
SHINER TWINS - ‘FOUR SOULS ONE HEART’
Ga maar luisteren naar: ’THE LAST TIME’. Het album dat deels is opgenomen in de studio
van Willie Nelson in Texas; bevat gastoptredens van Malford Milligan; de
Texaanse gospelangeressen Glenda Dotson en Sheree Smith; JW Roy; Roel Spanjers
en Gait Klein Kromhof. De 13 nummers die er op staan zijn voor het merendeel
geschreven door Richard van Bergen en Jack Hustinx. Een beetje bizar is het wel
om te horen dat er nogal wat songs op het album staan die gaan over afscheid
nemen; dit geeft het album toch wel een zekere lading mee. Ik sluit af met: ‘MET AN ANGEL’
Ga maar eerst luisteren naar: ’TOMORROW’S ANOTHER DAY’. Het heeft lang geduurd alvorens er weer eens een cd van the Outlaws verscheen. Het werd wel regelmatig aangekondigd maar de twijfel of het ooit nog eens ging gebeuren begon toch al terrein te winnen. Het nieuwe album kreeg de titel ‘DEMOS’ mee. Een titel die ik niet echt bij het album vind passen, want ik heb toch sterk de indruk dat het hier gaat om iets meer dan demos. Een goede productie en uitgebalanceerde songs, maken in elk geval dat er wel heel acceptabele muziek op het album staat. Ik hoop dat met de keuze van de songs voor deze recensie te kunnen bewijzen. Met tijden proef je weer de sfeer van de vroegere Outlaws ten tijde van ‘HURRY SUNDOWN’. Net als toen zijn ook nu weer melodieuze songs tussen country en southern-rock geweld verborgen. Natuurlijk voorzien van de het genre kenmerkende gitaarsoli en de mooie samenzangen. ‘DEMOS’ hoort daarom gewoon in de verzameling van elke Southern rock fan te worden opgenomen. The Outlaws hebben het vuurtje onder de Southern Rock weer eens aangewakkerd. Het album wordt afgesloten met een aantal nummers waarvan de titels alleszeggend zijn. Wat te denken van: ‘THE GOOD OLD DAYS’; ‘CAN’T BREAK ME’; ‘IT’S ABOUT PRIDE’; waardige afsluiters van een mooi album. Ik sluit af met: ‘TRAIN’ .
ROBYN LUDWICK - ‘OUT OF THESE BLUES’ De uit Bandera, Texas afkomstige Robyn Ludwick mag zich in een toenemende belangstelling verheugen. Kreeg haar debuutalbum ‘FOR SO LONG’ uit 2005 nog maar nauwelijks aandacht. Bij haar tweede album ‘TOO MUCH DESIRE’ uit 2008 kon daar al enige verandering in waargenomen worden en het ziet er naar uit dat met het uitkomen van haar nieuwe album ‘OUT OF THESE BLUES’ , mede ondersteunt door een optreden tijdens het Blue Highways Festival, de volgende stap gezet kan worden. Ga maar eens luisteren naar: ’NEW ORLEANS’. Een groot aandeel in die stap komt voor
rekening van Gurf Morlix. Hij is het die als producer werd aangetrokken; maar
hij is tevens op het album te horen met allerlei gitaarspel en op toetsen.
Daarnaast is het natuurlijk Robyn Ludwick zelf die hier de lofuitingen in
ontvangst mag nemen. Zij heeft de 12 songs voor het nieuwe album, met een totale
speelduur van ruim 50 minuten, zelf geschreven. De nummers zijn nogal
persoonlijk van aard en daarmee ook vol emotie. Het is verbazingwekkend in welk
tranendal Robyn Ludwick moet hebben gezeten, want vrijwel alle nummers
beschrijven de ellende die ze heeft meegemaakt. Het is maar goed dat er
desondanks ook ruimte is voor het nodige optimisme. Na haar vorige albums werd Ludwick al omschreven als een groeibriljantje. Met het nieuwe album mag gerust gesteld worden dat deze groeibriljant zo stilaan tot een zeldzame diamant verworden is, die zich zonder moeite mag scharen op het erepodium naast iemand als Lucinda Williams. ‘OUT OF THESE BLUES’ is gewoon een uitmuntend album. De luisteraar zal zich niet alleen in de teksten kunnen herkennen, maar ook met genoegen naar de muziek kunnen luisteren. Ik sluit af met: ‘SOMEDAY’ .
De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 5-6-2011
Ga maar eens luisteren naar: ’GHOST CAR’. De eerste kennismaking destijds was helemaal
geen onprettige en met ‘GYPSY SUMMER’, het nieuwe album wordt dat beeld
eigenlijk alleen maar bevestigd; sterker nog het heeft de ontwikkeling die
Penner heeft gemaakt nog maar eens verduidelijkt. Het album bevat 11 nummers;
allemaal door Penner zelf geschreven, maar dat niet alleen. Penner blijkt ook
nog eens Multi-instrumentalist te zijn. Op zijn nieuwe album is hij
verantwoordelijk voor akoestische en elektrische gitaar, alsook de toetsen en
percussie. Dit alles wil niet zeggen dat hij op dit album alles zelf heeft
gedaan, want hij heeft zich weten te omringen met een heuse band.
De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 29-5-2011 THE WYNNTOWN MARSHALS - ‘WESTERNER’
Ga maar eens luisteren naar: ’48 HOURS’. Vergelijkingen met de Jayhawks zijn wel
begrijpelijk gezien het mooie gitaarspel en de nadrukkelijke aanwezigheid van de
pedal steel. Echter de typisch kenmerkende samenzang van the Jayhawks kom je op
dit album niet tegen. En eigenlijk is dat ook maar goed want het geeft aan dat
The Wynntown Marshals voldoende eigenheid bezitten. Iedereen die Drive - By
Truckers, Wilco en zelfs Neil Young een warm hart toedraagt komt bij dit album
voldoende aan zijn trekken. Americana, maar meer nog country rock in de
zuiverste vorm; zo is de muziek op het album het beste te omschrijven. De stem
van Keith Benzie is bovendien nog iets rauwer dan die van Marc Olson hetgeen
alleen maar meer voeding geeft aan de associaties met veel Schotse whiskey. Ik sluit af met: ‘TWO’S COMPANY’ .
De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 22-5-2011 RYAN ADAMS & THE CARDINALS - ‘III / IV’
Ga maar eens luisteren naar: ‘THE CHRYSTAL SKULL’. Het constante veranderen is wel zo’n beetje het
kenmerk van de band geworden. Of het nu gaat om de muziekstijl, de bandleden
zelf of andere gewoontes van de band. Ryan Adams & The Cardinals weten als geen
ander om de luisteraar op het verkeerde been te zetten. Het maakt ook duidelijk
dat Adams en zijn companen maar moeilijk in een hokje te stoppen zijn. Daaraan
zal ongetwijfeld de enorme productiviteit die Ryan Adams aan de dag legt mede
debet zijn. Van zijn hand zijn inmiddels al veel cd’s op de markt verschenen.
Lang niet allemaal zijn deze goed ontvangen. Ook dit album deed mij aanvankelijk
de wenkbrauwen fronsen. Weer staat er muziek op die ik niet meteen verwachtte.
En ik moet zeggen dat ik nog steeds enigszins in vertwijfeling ben. Van alles
heb ik geprobeerd ; zacht afspelen; op verschillende tijdstippen van de dag
afspelen en ook hard afspelen. Dit laatste is overigens een nuttige tip. Het
maakt eigenlijk dat ik gematigd positief over dit album kan vertellen, ondanks
het feit dat het absolute powerpop is, wat er op het album te horen is (een
stijl die me niet bijzonder aanspreekt); zijn de songs vrijwel allemaal goed te
noemen. Dat wil zeggen het luistert gewoon lekker weg. Daarnaast is ook
duidelijk dat de band absoluut plezier heeft in hetgeen men mee bezig is. Wat
wil een mens nog meer?? Ik sluit af met: ‘MY FAVORITE SONG’ .
De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 15-5-2011 SAMANTHA FISH; CASSIE TAYLOR; DANI WILDE - ‘GIRLS WITH GUITARS’ Terwijl ik dit aan het schrijven ben hebben de dames van de Bluescaravan, waar we het in deze recensie over gaan hebben, hun optreden op het bluesfestival in Kwadendamme van het afgelopen weekend al weer lang achter de rug. De Bluescaravan mag ondertussen wel een bekend fenomeen worden verondersteld. Het initiatief van Ruf Records is de laatste jaren al succesvol gebleken in de USA en Europa. Elk jaar wisselt de samenstelling van de caravan en dit jaar bestaat die uit drie vrouwelijke talenten; Samantha Fish; Cassie Taylor en Dani Wilde. Onder toeziend oog van Mike Zito hebben ze een cd op de markt gebracht. Daarvan gaan jullie eerst maar eens luisteren naar: ‘WE AIN’T GONNA GET OUT LIVE’. De slide op dit nummer werd nog verzorgd door
Mike Zito; maar dat de dames zelf best in staat zijn om iets behoorlijks neer te
zetten bewijzen ze op de rest van het album. Het twaalf nummers tellende album
bestaat uit tien zelf geschreven nummers en opent met een cover van het
Stonesnummer ‘BITCH’. Het moet gezegd het is helemaal niet onaardig wat de dames
laten horen. Op zich genomen ook niet zo vreemd want alle drie hebben de nodige
ervaring. Samantha Fish opende vorig jaar nog het Chicago Bluesfestival en
oogstte daar veel succes. Cassie Taylor is waarschijnlijk de meest ervarene van
het drietal. Zij is multi-instrumentaliste en begeleidde haar vader (Otis
Taylor) al op 8 van diens albums. Daarnaast is zij het ook die voor de zang
zorgde op het album ‘BAD FOR YOU BABY’ van de onlangs overleden Gary Moore. Dani
Wilde tenslotte werkte onder andere al met Mike Vernon; Robben Ford en Koko
Taylor. Ik sluit af met: ‘WAIT A MINUTE’ .
De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 24-4-2011 Griffin House woont in Nashville Tennessee,
maar hij is geboren en getogen in Springfield Ohio. Aanvankelijk leek een
carrière in de sport voor hem in het verschiet te liggen; maar een studiebeurs
voor de universiteit in Ohio sloeg hij af om naar de universiteit in Miami te
gaan en zich daar te gaan toeleggen op het gitaarspel en het schrijven van
songs. Nu maar eerst luisteren naar de openingstrack: ‘IF YOU WANT TO’. Qua muziekstijl begeeft Griffin House zich in
het genre van de folk en de pop/rock. Er staan 12 nummers op het album en op
zich genomen is daar goed naar te luisteren. Een kanttekening moet echter ook
worden gemaakt, namelijk dat op enkele nummers na deze niet beklijven. Normaal
gesproken werkt het bij mij zo dat, tenminste bij een goed album, wel enkele
nummers in mijn hoofd blijven hangen; zeker als ik dat album al diverse keren
hebt afgespeeld. Bij ‘THE LEARNER’ is dat nu niet het geval. Dat mag dan toch
wel jammer heten, want daarmee ontstijgt het nieuwe album eigenlijk ook niet de
middelmaat en dat ondanks de hulp die House op het album geboden wordt door
onder andere Dan Wilson en een, zoals we dat van haar gewend zijn, een prominent
aanwezige Alison Kraus bij de achtergrondzang. Het lijkt wel of House zich heeft
willen verschuilen en geen risico heeft durven nemen. Dat is meteen ook de vraag
die mij bezighoudt; waarom heeft Griffin House hier voor de middelmaat gekozen;
in de wetenschap dat met iets meer risico er wellicht een heel ander album was
verschenen; want dat House goede songs kan schrijven bewijst hij zelfs op dit
album met de nummers als ‘IF YOU WANT TO’ en ‘NATIVE’. Nu sluit ik af met: ‘NEVER HIDE’ .
De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 10-4-2011 ELVIN BISHOP - ‘RED DOG SPEAKS’ Elvin Bishop is een oudgediende binnen de
blues. Al 45 jaar maakt hij immers muziek. Hij was ooit medeoprichter van The
Paul Butterfield Blues Band waarmee hij drie albums maakte. Vervolgens is hij
een solocarrière begonnen. In 1976 oogstte hij veel succes met zijn hit ‘FOOLED
AROUND AND FELL IN LOVE’ een nummer dat vrijwel elke week nog op de radio te
horen is. Tijd om te gaan luisteren naar: ‘FAT & SASSY’. ‘RED DOG SPEAKS’ is een combinatie van 5 eigen
nummers van Bishop en enkele songs van andere grootheden als Jimmy Cliff, Otis
Spamm en Leroy Car. Na die hit uit 1976 heeft Bishop lange tijd tot één van mijn favorieten behoort. In de jaren daarna is die favorietenrol duidelijk minder geworden en was er hooguit alleen maar sprake van enige sympathie voor zijn muziek. Het nieuwe album ‘RED DOG SPEAKS’ , heeft echter alles in zich om de schade te herstellen. Volgens mij is het nieuwe album zijn beste sinds jaren. De ware klasse van Bishop komt naar boven. De manier waarop hij zich op het nieuwe album presenteert en waarmee hij laat zien waar 45 jaar vertoeven in de blues naar kan leiden verdient alle lof. Van mij mag hij nog wel enkele jaren zo doorgaan. Ik sluit af met: ‘MIDNIGHT HOUR BLUES’ . ![]() De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 3-4-2011 Weer eens iemand die de blues met de
spreekwoordelijke paplepel kreeg ingegoten. Chris Cain heeft in zijn jeugd veel
tijd doorgebracht op Beale Street in Memphis; het Mekka van elke
bluesliefhebber. Verantwoordelijk daarvoor was Cain’s vader die, omdat hij zo’n
groot bluesfan was, zijn zoon daar vaker mee naar toe sleepte. Chris Cain was
pas 3 jaar oud toen hij daar voor het eerst BB King zag optreden. Daarnaast
klonken bij hem thuis voornamelijk bluesklanken uit de speakers , want in huize
Cain werd veel muziek van onder andere Ray Charles en BB King gedraaid. Ga maar eens luisteren naar de titeltrack: ‘SO MANY MILES’. Chris Cain heeft een luide soulvolle stem; hij
is verder een goed gitarist. Op het nieuwe album worden blues en jazz gemengd.
Qua stijl is het overduidelijk dat hij zich daarvoor sterk heeft laten
beïnvloeden door BB King. Vermeldenswaard is verder nog dat hij muzikaal wordt
ondersteund door Robben Ford en enkele van diens bandleden. Ik sluit af met: ‘WHILE THE CITY SLEEPS’ .
In Amerika wordt zij de sensatie van dit moment genoemd. Hier heeft Caitlin Rose, want daar hebben we het over, die status nog niet bereikt. Dat laatste hoeft ook geen verbazing te wekken. Veel optredens heeft zij hier nog niet gehad en ook qua cd’s valt het nogal mee, want naast enkele ep’tjes is ‘OWN SIDE NOW’ haar eerste album. De titel blijkt een knipoog naar Joni Mitchell’s album ‘Both Sides Now’ te zijn. Luister naar de openingstrack: ‘LEARNING TO RIDE’. Caitlin Rose maakt countrymuziek. Ze doet dat
op een behoorlijke wijze. Van haar nieuwe album kun je van alles zeggen en als
je de recensies leest die erover geschreven zijn kan het ook alle kanten opgaan.
Aan de ene kant de geluiden van critici die het album te weinig creatief en te
braaf vinden en aan de andere kant die van de liefhebbers die het een
schitterend album vinden. Ik sluit af met: ‘NEW YORK’
De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 20-3-2011 MAURIZIO PUGNO - ‘KILL THE COFFEE’
Ga eerst luisteren naar: ‘ON DOWN THE TRAIL AGAIN’. Sugar Ray Norcia en Marc Defresne hebben
allebei een verleden in o.a. Roomful Of Blues, de band die een reputatie heeft
als kweekvijver voor bluesmuzikanten. Maurizio Pugno heeft wat mij betreft groot
gelijk door de kwaliteiten van deze mensen optimaal te gebruiken en hen niet
alleen te vragen voor de zangpartijen en mondharmonicaspel maar hen ook een
groot aandeel in de teksten voor het album te gunnen. Het heeft een absolute
meerwaarde voor het album. Ik sluit af met: ‘GREY MATTERS’ .
De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 13-3-2011 GREG KOCH TRIO - ‘FROM THE ATTIC’
Ook nieuwsgierig geworden? Luister maar eens naar: ‘AGREE TO DISAGREE’. Het album is inmiddels al weer ruim een half jaar oud. Het
verbaast me nog steeds dat dit trio niet eerder onder mijn aandacht is gekomen
want Greg Koch blijkt een uitzonderlijk gitarist te zijn die met een mix van
blues, rock, funk, jazz en rockabilly laat blijken van alle markten thuis te
zijn. Bij het openingsnummer ‘LEG UP FOOT UP’ wordt, door het duizelingwekkende
tempo dat wordt aangehouden, ook meteen de reputatie van powertrio waargemaakt.
Bij het daaropvolgende nummer ‘NOVA SCOTIA GOLD’ is dat nog steeds het geval.
Maar dat Greg Koch ook anders kan laat hij horen bij het instrumentale ‘SLEEP
LIGHT’ . Met dit nummer levert hij het bewijs dat niet altijd woorden nodig zijn
om iets duidelijk te maken en laat hij ook blijken in staat te zijn om zijn
muziek vrijwel meteen als een warme deken te laten aanvoelen. Ik sluit af met: ‘YOU’LL ROCK AND LIKE IT’ .
De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 27-2-2011 GREG TROOPER - ‘UPSIDE – DOWN TOWN’
Ga eerst luisteren naar: ‘WE’VE STILL GOT TIME’. Een van de mooiste nummers van het album is: ‘THEY CALL ME
HANK’ en gaat over een dronkenlap die de hele dag niets anders doet dan drinken
en vissen. Ik vind het iets te gemakkelijk om, wetende op welke manier
dit album tot stand heeft kunnen komen, veel kritiek te hebben op het album, al
had ik er inderdaad stiekem wel iets meer van verwacht. Ik sluit af met: ‘EVERYTHING WILL BE JUST FINE’ .
De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 13-2-2011 RONNIE EARL AND THE BROADCASTERS - ‘SPREAD THE LOVE’
Daarvan gaan jullie nu luisteren naar: ‘BLUES FOR DR. DONNA’. Het bijzondere aan het nieuwe album is dat het
in zijn geheel instrumentaal is; er wordt geen woord gezongen; alleen Ronnie’s
gitaar begeleid door Broadcasters Dave Limina op toetsen, Jim Mauradian op bas
en Lorne Entress op drums zijn te horen. Ik sluit af met: ‘PATIENCE’ . ![]() De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 6-2-2011 CHRIS HILLMAN AND HERB PEDERSEN - ‘AT EDWARDS BARN’
Ga eerst luisteren naar: ‘HAVE YOU SEEN HER FACE’. Het album laat in min of meer chronologische
volgorde het verleden van Chris Hillman voorbijtrekken. Daardoor kom je nummers
tegen als ‘TURN TURN TURN’; ‘WHEELS’ (dat hij samen met Gram Parsons heeft
geschreven), ‘EIGHT MILES HIGH’. Tussendoor nog de Buck Owens’ klassieker
‘TOGETHER AGAIN’ en tenslotte is er ook nog ruimte gevonden voor twee nieuwe
songs te weten ‘TU CANCION’ en ‘THE COWBOY WAY’.
De 11 nummers op het album zijn inderdaad erg basaal; mocht je ingewikkelde akkoordenschema’s of uitgesponnen gitaarsolo’s verwachten dan ben je aan het verkeerde adres. Met Pat Schramm (bas, rhythm gitaar), Bracken Hale (bas) en Jason Moeller (drums) heeft Pittman een solide band om zich heen geformeerd, waarmee gewone rechttoe rechtaan Texas blues wordt gemaakt en waarin je kunt ontdekken dat Jimmy Vaughan een grote inspiratiebron is. Shawn Pittman weet hoe een gitaar bespeelt moet worden. Maar op dit album hij geeft er ook blijk van goed zijn mannetje achter de toetsen te kunnen staan. Bij ‘BLUES FOR JUANITA’ wordt de gitaar even terzijde gelegd om op heel verdienstelijke wijze zijn kunsten als boogie woogie pianist te laten horen. Met het nummer lijkt hij zijn oma, Juanita James, te willen eren. Want het is met name haar pianomuziek, naast de muziek van Buddy Holly en Chuck Berry, waarmee Shawn Pittman is opgegroeid. Met het nieuwe album heeft Shawn Pittman aangetoond garant te kunnen staan voor de betere Texas blues. Hij zal dat ook live komen doen want hij staat op het affiche van het Moulin Blues Festival. Hij heeft al laten weten daar erg veel zin in te hebben. Ik ook…!. Ik sluit af met: ‘LOOKIN’ GOOD’.
NICK MOSS - ‘PRIVILEGED’
Ga luisteren naar: ‘LOUISE’. In de inleg van het cd-hoesje is de volgende veelzeggende
tekst te lezen: Ofschoon voor een nieuwe richting is gekozen wil dat niet zeggen dat er geen inspiratie bij de oude meesters gehaald kon worden. Op het nieuwe album laat Nick Moss namelijk op geheel eigen wijze horen op welke manier deze oude meesters een eerbetoon gegeven kan worden. Tussen de 11 nummers van het album kom je, naast eigen nummers, dan ook covers tegen als: Howlin’Wolf’s ‘LOUISE’; de Cream klassieker ‘POLITICIAN’ en een werkelijk schitterende uitvoering van Stephen Still’s ‘FOR WHAT IT’S WORTH’. Met het nieuwe album heeft Moss het bluespalet weten te verbreden. Dat is goed gelukt. Nergens stelt het album teleur. Maar nog beter vind ik dat Nick Moss met het volgen van een nieuw pad, ook in staat wordt gesteld om zichzelf verder te ontwikkelen. Als dat nog meer muziek oplevert, zoals op dit nieuwe album te horen is, dan zullen jullie mij niet horen klagen. Ik sluit af met: ‘TEAR EM DOWN’.
De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 16-1-2011 GILKYSON, GORKA, KAPLANSKY - ‘RED HORSE’ Eliza Gilkyson, John Gorka en Lucy Kaplansky
zijn niet de minsten. Alle drie hebben ze eigenlijk al een indrukwekkende
solocarrière achter zich waarin lovende kritieken de nodige awards en diverse
andere prijzen in de wacht werden gesleept. Voor het nieuwe album ‘Red Horse’
werden de krachten gebundeld hetgeen, met hun staat van dienst, door elke
rechtgeaarde folk- en americanaliefhebber als de ultieme droom zal worden
beschouwd. ‘Red Horse’ is onder productionele leiding van
Ben Wittman en Cisco Ryder opgenomen en bevat twaalf nummers. Naast de covers ‘I
AM A CHILD’ van Neil Young, ‘COSHIEVILLE’ van Stuart McGregor en de traditional
‘WAYFARING STRANGER’ blijven er nog negen nummers over die onder elkaar verdeeld
zijn. Van elk van hen zijn dat dus drie nummers en het leuke hieraan is dat in
een aantal gevallen elkaars liedjes worden vertolkt. Vooral gaan luisteren dus naar dit nieuwe album; het is de moeite waard. Ik sluit af met: ‘IF THESE WALLS COULD TALK’.
De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 2-1-2011 KENNY WAYNE SHEPHERD BAND - LIVE! IN CHICAGO
Het nieuwe album telt 14 nummers; het zijn overwegend bekendere songs van het inmiddels omvangrijke oeuvre van Kenny Wayne Shepherd, aangevuld met klassiekers, speciaal gekozen voor deze unieke line up. Dat het hier om een unieke samenwerking gaat is duidelijk. Eén van de hoofdredenen voor het maken van dit album voor Shepherd was om zijn muzikale helden; de mensen die hem hebben geïnspireerd, een podium te geven waarop dezen nog eens konden schitteren. En dat is wat er uiteindelijk ook gebeurd. Alle muzikanten op het album schitteren. Naast de eigen bandleden heb ik het dan over een aantal coryfeeën. En of het nu gitarist Buddy Flett met een spetterende cover van BB King’s ‘SELL MY MONKEY’ is; of Willie ‘ Big Eyes’ Smith drummer, mondhamonicavirutoos en tevens oudgediende in de band van Muddy Waters, met ‘BABY, DON’T SAY NO MORE’; of gitarist Bryan Lee met Howlin Wolf’s ‘HOW MANY MORE YEARS’; of Hubert Sumlin’s bijdrage bij de nummers ‘FEED ME’ en ‘ROCKING DADDY’. Het is allemaal een genot om naar te luisteren en de enige conclusie die getrokken kan worden is dan ook dat Kenny Wayne Shepherd in zijn opzet helemaal geslaagd is. Voorwaarde is wel dat je liefhebber van bluesrock en dan met name het gitaarspel bent, want anders heb je hier helemaal niets te zoeken. Veel pogingen zijn al ondernomen om Kenny Wayne Shepherd eens de oceaan over te krijgen. Het is nog niet zo vaak gelukt en vooralsnog ziet het er ook niet naar uit dat dit op korte termijn gaat gebeuren. Dus ik blijf nog maar even dromen. Ik sluit af met: ‘BLUE ON BLACK’.
MATTHEWS’ SOUTHERN COMFORT - KIND OF NEW
Ga eerst maar eens luisteren naar: ’ROAD TO RONDERLIN’. KIND OF NEW bestaat uit 13 nummers. We kennen
Iain Matthews naast zijn solo-albums natuurlijk ook van zijn werk met o.a. Ad
VanderVeen en Eliza Gylkinson. Het zal waarschijnlijk niet verbazen dat daar qua
muziek veel overeenkomsten in zitten. Het is vaak muziek waarbij subtiliteiten
en mooie samenzang de kernbegrippen zijn. Het nieuwe album vormt daar geen
uitzondering op. Het meedoen van Terri Binion blijkt een duidelijke meerwaarde
te zijn. Een zuivere stem; de juiste emotie op het juiste moment. Het maakt het
album sterker. Een van de hoogtepunten op het album is ontegenzeglijk het Joni
Mitchell nummer ´WOODSTOCK; bekend in de uitvoering van Mitchell zelf maar ook
in die van Crosby Stills, Nash and Young. Het gaat er hier nu niet aan om aan te
geven welke versie het beste dan wel de mooiste is. Feit is wel dat Matthew’s
Southern Comfort daar een uitermate boeiende versie van heeft gemaakt waarbij,
zonder de overige nummers op dit album te kort te willen doen, de eerdergenoemde
sleutelbegrippen subtiliteit en samenzang het beste naar boven komen. Ik sluit af met: ‘LOCOMOTIVE ’.
De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 12-12-2010 24 PESOS - BUSTED BROKEN AND BLUE
Ga eerst maar eens luisteren naar: ’WAITIN AT THE STATION’. Op BUSTED BROKEN AND BLUE staan 11 (eigen)
nummers; wat daarin opvalt is dat er hoewel ook de geijkte (blues)paden worden
betreden, er steeds wordt geprobeerd om andere invalshoeken voor de nummers te
kiezen waardoor er een eigen draai aan de muziek wordt gegeven. Hierdoor is het
ook te verklaren dat er naast bluesmuziek nog een grote variatie aan andere
stijlen op het album terug te vinden is; zoals rap, hiphop en rock. De muziek op
het album reflecteert hun eigen invloeden variërend van James Brown tot Sly
Stone, Muddy Waters en Howlin’Wolf, maar ook Free, AC/DC, Tom Waits en Elvis
Costello.
JJ Grey & Mofro - Georgia Warhorse JJ Grey & Mofro zijn afkomstig uit Jacksonville, Florida. Georgia Warhouse is het vijfde album van de band. Twee daarvan vielen destijds al behoorlijk in de smaak. Ik heb het dan over Country Ghetto uit 2007 en Orange Blossoms uit 2008. Nu is het niet zo dat deze albums veel stof hebben doen opwaaien, maar het waren wel albums die met zekere regelmaat beluisterd werden en waar je uiteindelijk dan toch een heel positief gevoel aan over hield.
Genoeg reden zou ik zeggen om te gaan luisteren naar: ’The Sweetest Thing’.
Georgia Warhorse sluit prima aan bij de vorige albums van JJ Grey & Mofro. Op muzikaal gebied lijkt er nauwelijks iets veranderd te zijn, want ook op dit album is er weer veel muziek met swampinvloeden. Het ademt nadrukkelijk de sfeer van de zuidelijke Staten van Amerika en dan niet alleen van Florida; ook Louisiana en Mississippi worden daarbij aangedaan. De elf nummers op het album klinken in elk geval allemaal even lekker en nodigen uit om heerlijk onderuitgezakt naar te luisteren.
Voor hun nieuwe album hebben JJ Grey & Mofro enkele hulptroepen ingeschakeld. Dat we het daarbij niet over de minsten hebben mag blijken uit de illustere namen van bijvoorbeeld Angelo Petraglia (Kings Of Leon) en Chuck Prophet, welke zijn aangeschoven bij het maken van de composities. Daarnaast is reggaezanger Toots Hibbert nog daadwerkelijk te horen op het album. Maar het meest ingenomen ben ik nog met het feit dat ook Derek Trucks op slidegitaar zijn kunsten laat horen bij het afsluitende nummer van het album.
Kortom: Georgia Warhorse is een leuk, fris en authentiek album. De muziek klinkt als een geoliede machine; het swingt; het bruist; het is bijzonder aangenaam om te horen. Je zou zomaar wensen dat veel meer mensen kennis zouden nemen van deze band. Ze zijn absoluut de moeite waard. Ik sluit af met: ‘Lullaby’.
De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 21-11-2010 DANIEL NORGREN - HORRIFYING DEATH EATING BLOOD SPIDER
Luister daarom maar eens naar: ’BLIND’. Wist hij met zijn debuutalbum al te imponeren;
met zijn nieuwe album doet hij er nog een schepje bovenop. Het begint al meteen
bij het eerste nummer dat er met enkel drums en een hoge falsetstem al meteen
inhakt. Maar daar blijft het niet bij. De overige 11 nummers laten een
diversiteit aan Amerikaans aandoende songs horen, waarbij vrijwel alle stijlen
van blues, folk, country tot de vroegste rock ‘n roll voorbijkomen.
De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 7-11-2010 LOS LONELY BOYS - KEEP ON GIVING: ACOUSTIC LIVE!
Luister naar: ’LOVING YOU ALWAYS’. KEEP ON GIVING is een akoestisch album. LLB
hebben met dit album een stapje terug willen doen om hun fans op een meer
intieme sessie te kunnen trakteren. Er staan 13 tracks op het album. Deze geven
een overzicht van de songs waar ze veel succes mee hebben geboekt; aangevuld met
enkele covers. Ondanks het feit dat men de elektrische gitaren thuis heeft
gelaten; staan LLB met hun akoestische set wel degelijk hun mannetje. Het is een
album waar de energie van afdruipt; met sublieme gitaarpartijen en passende
samenzang. Desalniettemin zal het album ook enige kritiek mogen verwachten, want
alhoewel sommigen het album verfrissend zullen vinden, zullen anderen wellicht
het rockelement teveel missen op het album. Genoeg gepraat; laat hier de muziek maar
spreken. Met dit album kan ik het daar met een gerust hart aan overlaten.
De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 31-10-2010 THE CHIEFTAINS - SAN PATRICIO
Luister naar: ’THE SANDS OF MEXICO’. Het verhaal achter San Patricio speelt tijdens
in de Amerikaans – Mexicaanse oorlog midden 19e eeuw en gaat over een groep
Ierse immigranten van het Saint Patrick Bataljon die gedwongen waren dienst te
nemen in het Amerikaanse leger om te vechten tegen de Mexicanen. Echter in
plaats van met de Amerikanen te vechten liep het hele bataljon over om zich aan
de zijde van de Mexicanen te scharen. Toen het conflict voorbij was werden de
bataljonleden geëxecuteerd wegens desertie. Veel bekendheid heeft dit verhaal in
de geschiedschrijving niet meer gekregen. Paddy Moloney heeft zich daar wel in
verdiept en hij wilde deze mensen alsnog een eerbetoon geven. In samenwerking
met Ry Cooder, die naast meespelen en - zingen ook voor de co-productie van het
album tekende, werden nog een aantal andere muzikanten benaderd om aan het album
mee te werken. Zo komen we dan ook de namen tegen van o.a. Lila Downs; Los
Tigres del Norte; de 90-jarige zanger Chavela Vargas, maar ook die van Linda
Ronstadt David Hidalgo en Cesar Rosas. Ik sluit af met: ‘LUZ DE LUNA’.
RAY LAMONTAGNE AND THE PARIAH DOGS - GOD WILLIN’ & THE CREEK DON’T RISE
Ga maar eens luisteren naar: ’BEG STEAL OR BORROW’. Het nieuwe album van LaMontagne is op diverse
gebieden anders dan we van hem gewend zijn. Allereerst is dit het eerste album
zonder zijn vaste producent Ethan Johns; die is vervangen door The Pariah Dogs,
mensen die hem al vaker hebben ondersteund. Ook de sfeer op het album is anders;
stonden zijn vorige albums nog bol van de melancholie en zat met name zijn
vorige album ‘Gossip In The Grain’ nog tegen het depressieve aan. Zijn nieuwe
album lijkt toch iets opgewekter en spontaner te klinken. De strijkers die op
eerdere albums nog werden ingezet zijn vervangen door meer pedal steel hetgeen
de tracks op het nieuwe album een country-feel meegeeft. Daarnaast heeft zijn
uiterlijke verschijningsvorm een metamorfose ondergaan en lijkt hij inmiddels in
het geheel niet meer op de zonderling zoals ik hem voor het eerst in dat tv
programma heb gezien. Ik sluit af met: ‘LITTLE ROCK & ROLL AND RADIO’.
De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 10-10-2010 HAYWARD WILLIAMS - COTTON BELL
Ga maar gauw luisteren naar: ’MOCKINGBIRD’. De eerste opnamen voor dit album zijn inderdaad
begin januari 2008 gedaan, maar vanwege een paar probleempjes met de
platenmaatschappij heeft het uiteindelijk wel tot nu geduurd alvorens het nieuwe
album uitgebracht kon worden. Bekijk ik het positief dan kan ik zeggen dat het
de moeite waard is geweest om er op te wachten. In de muziek heb ik nu eenmaal
een sterke voorkeur in eenvoud en melancholie en wat dat betreft kom ik bij
‘Cotton Bell’ helemaal aan mijn trekken. Vanaf de eerste tot de laatste tonen
van het album is het een aaneenschakeling van die elementen die het album, in
mijn ogen, zo bijzonder maken. Je hoort een gitaar, soms aangevuld met een
viool, af en toe met een elektrische gitaar. In elk geval is het nergens
opdringerig. En steeds weer die stem van Hayward Williams; gewoonweg niet te
overtreffen. Als toetje zit er nog een verborgen track op het album; het nummer
‘Just Like Us’. Ik hoop dat er zich een volgende keer geen problemen meer met de platenmaatschappij voordoen, want dat het gewoon zonde is om op dit soort muziek lang te moeten wachten, mag duidelijk zijn. Ik sluit af met: ‘GREAT PLAINS’.
De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 3-10-2010 THE BIG TOWN PLAYBOYS - ROLL THE DICE
Luister eerst maar eens naar: ’MERRY WAY’. ‘Roll The Dice’ is het 7e album van The Big
Town Playboys. Het mag gerust een bijzonder album worden genoemd, want de 14
nummers die er op te vinden zijn hebben hun oorsprong in de vijftiger jaren en
bevat materiaal van mensen als Little Walter, Johnny ‘Guitar’ Watson, Tom Waits,
Charlie Rich, Billy Holliday en Ruth Brown. Meer bijzonder aan het album is dat
er een elitekorps aan gasten hun medewerking aan verlenen. Daardoor komen we dan
ook de namen van de betere Britse artiesten als Jools Holland, Robert Plant,
Jeff Beck en Andy Fairweather Low tegen. De muziek is een mix van stijlen
waarbij rockabilly, jazz en swing de boventoon voeren. Bovenal echter denk ik dat het album gezien moet worden als een leuke surprise voor een twintigste verjaardag en daar is natuurlijk helemaal niks mis mee. Ik sluit af met: ‘BIG TOWN’ .
De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 26-9-2010 LOS LOBOS - TIN CAN TRUST
Ga maar luisteren naar: ’BURN IT DOWN’. Op het nieuwe album staan 11 nummers; de meeste
zijn geschreven door David Hidalgo en Louie Perez. Slechts twee nummers zijn
Spaanstalig en 1 is volledig instrumentaal. De rest is dus Engels. Het album
overtrof mijn verwachtingen. Hidalgo en Perez tonen weer eens aan goede songs te
kunnen schrijven en door gebruikmaking van allerhande instrumenten en
uitnodiging van de juiste gastspelers (Susan Tedeschi) en de finishing touch
door Steve Berlin die de songs voorziet van toetsen en saxofoon maakt van ‘Tin
Can Trust’ een heel smakelijk album, waarop veel ingetogen blues en rock
nummers, gedompeld in een enigszins dreigend depressief gevoel voorkomen. Bij
dit alles zijn de Mexicaanse invloeden, het oorspronkelijke handelsmerk van de
band, natuurlijk niet ver verwijderd. Al met al zit er qua stijlen dus zowat
alles in; het is dan ook niet moeilijk om de aandacht vast te blijven houden.
Vrijwel nergens zijn er momenten dat het gaat vervelen, terwijl er aan de andere
kant ook geen echte uitschieters op het album staan. Aan het eind moet ik gewoon
concluderen dat het allemaal goede nummers zijn en dat het nieuwe album van Los
Lobos staat als een huis. Met het nieuwe album lijkt Los Lobos er weer
helemaal te zijn; vrijwel alles klopt: de sfeer, de teksten en niet te vergeten
het gitaarwerk. Wat is er nog meer te wensen.
PHANTOM PUERCOS - III
Tijd dus om te gaan luisteren naar: ’EIGHTY
EIGHT’. Dit nummer is het openingsnummer van het album;
daar het uptempo is, zorgt dit meteen voor een mooie binnenkomer. De muziekstijl
van de band valt het beste te omschrijven als altcountry maar dan wel die van de
donkere kant; waarvoor men de term country noir heeft uitgevonden en waarin vaak
mislukte relaties centraal staan. Zo zie je maar; niets hoeft zo te zijn als het lijkt; maar in het geval van Phantom Puercos is dat helemaal niet erg; je kunt je rustig laten meevoeren door hun muziek en genieten. Ik sluit af met: ‘ME AND MY SISTER’.
De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 4-7-2010 SCOTT MCKEON - TROUBLE
Luister naar: ’THE GIRL’. Op zijn nieuwe album zoekt Scott McKeon de
grenzen op van wat bluesmuziek eigenlijk is; hij heeft zich hierbij in het
geheel niet laten inperken. Daardoor kom je naast bluesrock ook funky jazz
(‘BROKEN MAN’) tegen; toont hij affiniteit met Soul en R&B, of tovert hij een
blazerssectie tevoorschijn (‘GIVING ME THE BLUES’). Mocht er verder nog iemand
zijn die onvoldoende op de hoogte is van McKeon’s kwaliteiten als gitarist, dat
overigens sterk wordt beïnvloed door zijn grote voorbeeld Stevie Ray Vaughan;
dan raad ik deze aan even naar het ruim 8 minuten durende ‘ALL THAT WE WERE’ te
luisteren. Ik heb er alle vertrouwen in dat daarmee de laatste twijfel over zijn
kunnen wordt weggenomen. Ik sluit af met: ‘GIVING ME THE BLUES’.
Ga maar eens luisteren naar: ’BIRD ON A WIRE’. De titel van het nieuwe album is een verwijzing
naar de studios waar het album is opgenomen. Onder de dertien nummers die het
album telt komen we een 8- tal covers tegen waaronder Willie Nelson ‘s: ‘NIGHT
LIFE’, waarbij Bonamassa’s ontdekker BB King ook nog even mee komt doen. Ook
John Hiatt’s: ‘I KNOW A PLACE’ en Leonard Cohen’s: ‘BIRD ON A WIRE’ staan
daartussen, waarvan de laatste wel op een mooie manier op het album is
terechtgekomen. Het vormt eigenlijk het enige rustpunt op het album; bij de
overige nummers wordt toch wel stevig uitgepakt. Verder komen we qua covers o.a.
nog Jeff Beck’s: ‘SPANISH BOOTS’ en Otis Rush’s: ‘THREE TIMES A FOOL’ tegen. Eind dit jaar komt Bonamassa weer naar Nederland voor een aantal optredens; daarna gaat hij zich aansluiten bij een supergroep, samen met Glenn Hughes (Deep Purple) en Jason Bonham (zoon van John Bonham, Led Zeppelin) gaat hij de band Black Country vormen. Benieuwd waar dat op uit gaat draaien. Ik sluit af met een cover van James Clark: ‘LOOK OVER YONDERS WALL’.
De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 13-6-2010 KING MO - SWEET DEVIL
Ga maar eens luisteren naar: ’SUITS ME RIGHT’. Met ‘SWEET DEVIL’ is er weer gekozen voor een
cd met live muziek. Ditmaal opgenomen op diverse lokaties in Nederland. Er staan
9 nummers op het album waarvan 6 eigen. Al vanaf het eerste nummer: ‘NO USE
DENYING’ wordt al duidelijk waarom King Mo, momenteel zo hot is. De enige
pretentie die de band heeft is om muziek vanuit het hart te maken en dat is ook
wat je hoort. Negen sterke nummers met de stem van Phil Bastiaans plus een
ritmesectie bestaande uit Jules van Bussel op bas en Henk Punter op drums. Het
plaatje wordt compleet gemaakt door het gitaarspel van Sjors Nederlof die
daarmee een centrale rol binnen de band krijgt toegemeten en last but not least
Colly Franssen op Hammond-orgel; Wat is dat toch een heerlijk instrument; alleen
al met gebruikmaking hiervan wordt de muziek naar een hoger plan getild. Ik sluit af met: ‘MAKE IT RIGHT’. ![]() De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 6-6-2010
Tijd dus om zelf eens te gaan luisteren naar: ’WHITE BLANK PAGE’. Ik ga er zelf verder ook geen doekjes om
winden; ik kan maar geen genoeg van het album krijgen; de repeatknop maakt zijn
functie deze dagen meer dan waar; zo bijzonder vind ik het allemaal. In de 12
nummers op het album staan veelal liefdesperikelen op de voorgrond, hetgeen met
de krassende stem van Marcus Mumford sfeervol in beeld wordt gebracht. En hoewel
het in de songs vaak niet goed afloopt, is daar daarentegen in de muziek weinig
van te merken. De nummers kunnen dan wel somber worden ingezet; uiteindelijk
gaat dit over in een portie opzwepende muziek die zijn weerga niet kent; niet in
de laatste plaats door de gebruikmaking van instrumenten als akoestische gitaar,
contrabas, banjo en soms een drumkit. De neiging om de volumeknop in de hoogste
stand te zetten dringt zich al snel op, als ook de animo om mee te gaan blèren
met de muziek. Voor mij kan het niet meer stuk; ik kan geen
zwakke momenten op het album ontdekken. ‘SIGH NO MORE’ is een debuut en het zal
zeker niet het laatste zijn wat we van Mumford te horen krijgen; wat mij betreft
hebben zij nu al een koppositie binnen hun genre veroverd.
De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 23-5-2010
Ga luisteren naar het titelnummer: ’BOOKER’S GUITAR’. De muziekstijl op het album is het beste als
blues met folk te omschrijven. Het lijkt allemaal zo eenvoudig wat Bibb op dit
album doet; de begeleiding wordt hier en daar aangevuld met een mondharmonica
maar voor het overige heeft hij niet meer dan zijn stem en een gitaar nodig om
zijn boodschap over te brengen. Bibb is in feite een verhalenverteller. Zo
vertelt hij in ‘NEW HOME’ over de terpentinekampen waaraan de Afro - Amerikanen
probeerden te ontsnappen; en staat de religie centraal in ‘ONE SOUL TO SAVE’; om
even later op de educatieve tour te gaan in ‘TURNING PAGES’ waarin hij
stimuleert om op zijn tijd een goed boek te lezen. Bij het nummer ‘TELL RILEY’
geloof ik wel dat duidelijk is wie hier bedoeld wordt. Kortom zo heeft elk
nummer zijn eigen verhaal. Bibb heeft niet altijd erkenning voor zijn
muziek gehad; vaak werd die afgedaan als middle of the road en de blues niet
waardig. Met dit album zal dat wat de erkenning betreft wel gaan veranderen.
Hier toont hij in elk geval aan een plaats binnen dit genre waardig te zijn.
De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 16-5-2010
COCO MONTOYA - I WANT IT ALL BACK
Ga maar luisteren naar: ’FANNIE MAE’. Diegenen die op het nieuwe album van Coco
Montoya stevig gitaarwerk, toch wel zijn handelsmerk, dachten tegen te komen;
zouden wel eens bedrogen uit kunnen komen. Het spetterende gitaarwerk of de
stevige bluesrock heeft op het nieuwe album namelijk plaats gemaakt voor songs
die meer richting R&B gaan en waar vleugjes funk, soul en zelfs salsa in te
ontwaren zijn. De echte bluesliefhebber komt misschien nog wel het meest aan
zijn trekken bij het zojuist gehoorde ‘FANNIE MAE’; de track waarbij Rod en
Honey Piazza de gelederen zijn komen versterken.
De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 9-5-2010
Ga maar eens luisteren naar: ’COTTON TREE’. Ik weet niet of het nu zo’n goed idee was om een toer met de Stones af te slaan om aan zijn solocarrière te werken. Want laten we wel wezen; iemand mag dan wel een goed mondharmonicaspeler zijn; dat wil nog lang niet zeggen dat hij dan ook een goed songschrijver en bandleider is. In het geval van Sugar Blue en zijn nieuwe album wordt dit op pijnlijke manier duidelijk. Het harmonicaspel is nog wel goed te verteren maar daar blijft het ook wel bij. Voor het overige is er niet veel positiefs te melden over het nieuwe album. Ik kan hier nu wel een verhaal vertellen over de verschillende stijlen die op het album voorbij komen zoals een beetje jazz; een beetje funk; een beetje blues en zelfs een beetje pop. Ook schijnt het zo te zijn dat onder de studiomuzikanten een aantal gerespecteerde namen voorkomen, maar daarmee is dan ook wel alles gezegd, want voor het overige is het een album dat nergens echt interessant wordt. De zang is ingetogen, nergens rauw; eerder vlak en glad. Daarnaast wordt van het potentieel van de studiomuzikanten weinig tot geen gebruik gemaakt. Maar hetgeen de deur helemaal doet dichtslaan is de laatste track bestaande uit een interview; kwalitatief erg slecht opgenomen en uitgevoerd door een dame die het giechelen tot een ware kunst weet op te voeren. De meerwaarde van deze toevoeging ontgaat me totaal. Dus.. Als ik Sugar Blue was geweest; dan had ik het aanbod van
een toer met the Stones met beide handen aangegrepen en had ik me beziggehouden
met die dingen waar ik goed in ben. In dit geval mondharmonicaspelen. De rest
zou ik overslaan.
De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 2-5-2010
RICK ESTRIN & THE NIGHTCATS - TWISTED
Ga maar eens luisteren naar: ’BIG TIME’. Het was al vroeg duidelijk dat Rick Estrin een
uitzonderlijk mondharmonicaspeler was. Ook Muddy Waters was dat al opgevallen.
Hij was het ook die zeer lovende woorden over de verrichtingen van Estrin sprak,
toen deze nog aan het begin van zijn carrière stond.
De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 25-4-2010 Overal ter wereld wordt muziek gemaakt. Ook in
het uiterste noorden van Zweden in het mijnwerkersplaatsje Kiruna gebeurt dat.
Er komt zelfs een band vandaan met een naam die je niet meteen in verband brengt
met Zweden, namelijk de Willy Clay Band. Dat de muziek van deze band geschaard
kan worden onder de noemer countryrock mag alleen nog maar meer verbazing
wekken. Ga maar eens luisteren naar: ’STAY DOWN’. Een hoesje van een album bevat vaak uiterst
nuttige informatie. Zo wordt er in de inleg van ‘BLUE’ vermeld dat het leven in
het noorden van de poolcirkel soms behoorlijk traag gaat. In het plaatsje Kiruna
neigen de mensen ernaar om eerst twee keer na te denken alvorens men tot actie
komt. En als er niets belangrijks te melden is, dan moet je stil zijn. Na het
album beluisterd te hebben denk ik: ‘Hadden ze maar gedaan wat ze daar
opgeschreven hebben’. Hadden deze vijf mannen maar twee keer nagedacht alvorens
dit album werd uitgebracht.
![]() De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 11-4-2010
Luister naar: ’PUT YOUR HANDS OUT OF MY POCKET’. Enige scepsis was me aanvankelijk niet
vreemd; zeker toen ik zag wat een keur van gasten er aan het album meewerkten.
Ik kwam de namen tegen van Joanne Shaw Taylor, Eric Sardinas, Donna Grantis,
Erja Lyytinen, Coco Montoya en Shakura S’ Aida. De gedachte drong zich op dat
met dergelijke namen iedereen wel een debuutalbum op zou willen nemen; de kans
dat een album niet goed ontvangen zou worden is daarmee immers tot een minimum
beperkt. Toch zou het niet eerlijk van mezelf zijn om deze vooringenomenheid
hier te bepalend te laten zijn. Gewoon luisteren en de muziek onbevangen over me
heen laten komen leek me daarom de beste optie en achteraf gezien heb ik daar
geen spijt van gekregen. Over het algemeen genomen is ‘TRY ME’ namelijk een goed
album, zeker voor een debuut. Het album bevat 12 nummers waarvan er 9 door Meena
zelf zijn geschreven. De drie nummers die dat niet zijn, zijn het openings- en
titelnummer ‘TRY ME’ van James Brown; ‘I’D RATHER GO BLIND’ bekend geworden door
de uitvoering van Chiken Shack en ‘JUST AS I AM’ van Luther Allison. De nummers
op het album variëren van melancholie naar het meer steviger werk zoals o.a. te
horen is bij ‘SEND ME A DOCTOR’ hetgeen gezien de ondersteuning van Eric
Sardinas bij dat nummer, niemand vreemd zal doen opkijken. Het, naar mijn
mening, absolute hoogtepunt van het album is echter tot het laatst bewaard. Dan
is daar Luther Allison’s: ‘JUST AS I AM’ in een werkelijk sublieme uitvoering te
horen. Met dat nummer zorgt Meena samen met Coco Montoya en Shakura S’ Aida voor
een prima afsluiting van het album.
De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 4-4-2010 RECKLESS KELLY - SOMEWHERE IN TIME
Ga luisteren naar: ’LITTLE BLOSSOM’. Het album opent goed met het zojuist
gehoorde LITTLE BLOSSOM. Stevig gitaarspel en een hoog tempo. De daaropvolgende
twee nummers THE BALLAD OF ELANO DE LEON (met als gast Joe Ely) en Bird On A
Wire doen daar niet voor onder. Ook hier een hoog tempo, prima gitaarspel en
goede zang; deze muziek ligt prima in het gehoor. Helaas kan de band dit
hoopvolle begin niet doortrekken over het hele album. Vanaf het vierde nummer
zakt het tempo en daarmee ook de spanning in en wordt de muziek een soort
alledaagse country met weinig opzienbarende elementen. En dit is toch eigenlijk
wel jammer; temeer omdat het duidelijk is dat de band meer in zich heeft. Tussen
de 12 nummers zitten gewoon een aantal tracks die de moeite meer dan waard zijn.
Het zijn met name die songs waarbij rock meer op de voorgrond staat.
De bespreking door fons Daamen van 21-3-2010 NICK CURRAN & LOWLIFES - REFORM SCHOOL GIRL
Luister naar het titelnummer: ’REFORM SCHOOL GIRL’. Met dit nieuwe album lijkt Curran te zijn teruggekeerd naar
zijn roots; al vanaf het openingsnummer ‘TOUGH LOVER’ , waar overigens Jason
Ricci nog een schitterende bijdrage levert op zijn mondharp, denk je in de jaren
’50 te zijn aanbeland. Wat je hoort is goeie, ouderwetse rock & roll. De tijd
van de de vetkuiven en pettycoats. Neen; deze cd heeft geen zwakke momenten. Vanaf het eerste nummer blijkt Curran in staat om jou als luisteraar steeds meer te boeien. Curran beleeft momenteel een moeilijke periode. Begin dit jaar werd bij hem mondkanker geconstateerd. Nick heeft laten weten het gevecht daartegen aan te gaan en hij weet zich daarin gesteund door een groot aantal Nederlandse bands, want die hebben hem op 28 februari j.l. een hart onder de riem gestoken door en benefietconcert voor hem te organiseren. Laten we dus vooral hopen dat het met Nick weer goed komt; want het zou toch mooi zijn als we nog veel meer van dit uitzonderlijke talent krijgen te horen. Ik sluit af met: ‘FLYIN’ BLIND’.
De bespreking door fons Daamen van 7-3-2010 DRIVIN’ N’ CRYIN’ - THE GREAT AMERICAN BUBBLE FACTORY
Ga maar luisteren naar: ’I SEE GEORGIA’. Voor de titel van het album liet Kevn Kinney zich inspireren door het opschrift ‘Made in Taiwan’ dat hij ontdekte op de doos waarin de zeepbellenblazers verpakt waren die hij kocht voor enkele kinderen uit zijn buurt. Het opschrift deed hem beseffen dat zelfs deze doorzichtige zeepbellen werden geïmporteerd en niet uit Amerika afkomstig waren. Aangezien Kinney ook verantwoordelijk is
voor de teksten bij de muziek van Drivin’ n’ Cryin’ zal het niet verwonderlijk
zijn dat ook nu weer de maatschappelijke betrokkenheid opvalt en gaan ook nu de
songs weer over de gewone man. 12 jaar is een lange periode; al die tijd heeft de band geen albums meer gemaakt; en als ik dit album nu hoor moet ik toch concluderen dat Drivin’ n’ Cryin’ het niet verleerd lijkt te hebben. De band geeft er blijk van om ook na 12 jaar nog te weten hoe rock ’n roll gemaakt moet worden. Mocht de uitdrukking ‘een tweede jeugd hebben’ nog altijd opgeld doen, dan is dat zonder enige twijfel op Drivin’ n’ Cryin’ van toepassing, zo enthousiast klinkt het allemaal. Maar wat nog belangrijker is; je wordt het zelf ook. Je hoeft daarvoor alleen maar de volumeknop open te zetten en je helemaal weg te laten blazen door deze band. Ik sluit af met: ‘GET AROUND KID’.
|
||||||||